Mijn vader, de Rode Prins

De geschiedenis dringt langzaam door de kieren in Burma, nu het regime in het Zuidoost-Aziatische land iets vrijer opereert. Zo ook de verhalen over de koninklijke familie.

RANGOON (BURMA) - Vlak onder de majestueuze Shwedagon pagode staat een onopvallend huis van steen en hout. De meesten van de duizenden Burmezen die dagelijks door de drukke straat langs het onderkomen trekken, hebben er geen weet van dat daar een koninklijke historie verborgen ligt. Britse overheersers zetten de monarchen buiten spel en na de onafhankelijkheid wisten ook de militaire machthebbers de rol van de monarchie zo veel mogelijk uit. Nu het klimaat wat vrijer is, komt de geschiedenis stukje bij beetje weer tot leven.

Boven de dozen, boeken en paperassen die de paar vierkante meter van de woonkamer in beslag nemen, prijken vervaalde portretfoto's en enkele schilderijen. "De koning en de koningin", wijst bewoonster Devi Thant Cin naar de twee figuren in hun traditionele kledij van opgesmukte zijde met pailletten.

Koning Thibaw en koningin Supalayat zijn de overgrootouders van de 66-jarige Devi. Hun heerschappij kwam in 1885 plotsklaps ten einde. De Engelsen aasden op annexatie van het rijke en strategisch gelegen land en toen de jonge koning Thibaw niet bereid bleek als vazal met hen in zee te gaan, werd hij met zijn echtgenote en een klein deel van de hofhouding vanuit zijn paleis in Mandalay in midden Burma, verbannen naar India. Pas in 1919, drie jaar na de dood van de koning, stonden de Britten toe dat de weduwe met haar drie van haar vier dochters terugkeerde naar haar vaderland.

Devi vertelt slechts na aandringen over de geschiedenis van haar voorouders. Ze is uitgeefster van het enige blad over milieukwesties in Burma en dat werk heeft duidelijk haar hart. Haar zachte ronde wangen en de fijne plooitjes rond haar ogen versterken de mildheid waarmee ze over de teloorgang van de familie praat.

undefined

Prinses Rebel

Ook na de dood van de ex-koningin Supalayat hielden de Engelsen haar nazaten met argusogen in de gaten. In grote delen van Burma groeide het verzet tegen de Britse overheersing en de Engelsen vreesden dat de afstammelingen van de monarchie de nationalistische beweging zouden steunen. Ze waren volgens Devi vooral beducht voor de invloed van Devi's oma, de jongste van de vier prinsessen. Die was zich zeer bewust van haar koninklijke komaf en bovendien slim en ambitieus. Wanneer zij maar kon pleegde ze daden van verzet in haar aan banden gelegde bestaan. "Zo kreeg ze de bijnaam Prinses Rebel", vertelt Devi met humor in haar stem. Haar meest gewaagde stap was een brief aan de regering in Londen waarin ze het koninkrijk terugeiste. In allerijl manoeuvreerden de geschrokken Britten de weerspannige prinses met haar kinderen in 1932 naar het afgelegen Moulmein, in het gebied van een etnische minderheid die aanzienlijk minder affiniteit met het Burmese koningshuis had. Dat deel van de geschiedenis kent Devi uit verhalen van haar vader die als zoon van de Prinses Rebel in 1926 ter wereld kwam. "De Britten stuurden hem naar een Engelse kloosterschool in Moulmein waar hij voortaan Frederick heette."

In 1936 stierf de Prinses Rebel. Al snel bleek dat de pogingen om haar zoon zo westers mogelijk op te voeden niet hadden gewerkt. Vanwege een gecompliceerde beenbreuk belandde de tienerprins maandenlang in een ziekenhuis in Rangoon en leerde daar enkele leiders van de onafhankelijkheidsbeweging kennen. Je bent heer en meester over je eigen lot, prentten zij hem in.

Kort daarna brak de Tweede Wereldoorlog uit en Burma werd meegesleept in de strijd tussen de geallieerden en de Japanners. Devi's vader bracht een deel van zijn tijd door buiten Rangoon waar het communistische verzet invloed had. Hij zou de rest van zijn leven onder de indruk van hun gedachtengoed blijven. Er klinkt trots in Devi's stem als ze zegt: "Hij werd de Rode Prins genoemd."

undefined

Gulle hand

In het naoorlogse Burma poogden de Britten nog een keer de koninklijke nazaten aan hun kant te krijgen, maar zij wezen hen verontwaardigd de deur. Toen in 1948 de onafhankelijkheid werd uitgeroepen zetten Devi's vader en oom een handelsfirma op. De zaken verliepen redelijk succesvol, maar rijk werd de Rode Prins niet. Hij was te goed van vertrouwen. Bovendien had hij een gulle hand van geven en trok hij zich het lot van de bevolking aan. Zo gaf hij aan Devi zijn eigen interpretatie over zijn komaf: "Het zit in ons bloed om te zorgen voor de bevolking, ook al hebben we geen macht." Hij raakte bevriend met linkse auteurs en publiceerde over de misstanden in het land. Ook de geschiedenis van zijn voorouders zette hij in de jaren vijftig op papier.

De linkse principes en politieke interesse van Devi's vader kwamen hem in 1968 op twee jaar gevangenisstraf te staan en zijn publicaties werden verboden. Nadat in 1988 het land massaal in opstand kwam tegen de onderdrukking, belandde hij vanwege zijn steun aan de protesten voor vier jaar achter de tralies. Onder politieke gevangenen doen nog altijd verhalen de ronde hoe de bescheiden Rode Prins zich in de cel nergens op liet voorstaan.

Terwijl haar echtgenoot gevangen zat, verkocht Devi's moeder snacks op straat om aan de kost te komen. Als ze haar colleges achter de rug had hielp Devi haar. Ze negeerde de blikken van de medestudenten die net als zijzelf voorheen in auto's langs zoefden. "Mijn universiteitsleven speelde zich af in het donker. Maar als mijn moeder vroeg of ik me schaamde zei ik: Nee, dit is mijn vaders taak."

De Rode Prins stierf in 2006. Zijn as werd bijgezet in de tombe van zijn oma koningin Supalayat. Door het wilde gras met distels loopt Devi naar de witte pilaar naast haar huis. Niets in de vergrauwde schrijn op het armetierige stukje grond herinnert nog aan de bijna goddelijke status en grandeur van weleer.

undefined

Geschiedenis komt tot leven

Overal onder Burmezen herleven verhalen die vanwege de risico's van arrestatie jarenlang onverteld moesten blijven. Op Facebook verschijnen persoonlijke getuigenissen en foto's van dissidenten en rebellen. Negatieven van de opstand in 1988 die jarenlang in het Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam opgeslagen lagen, kwamen in augustus 2013 terug naar huis, net als de memoires van een dissidente schrijfster.

Ook in de kunst worden getuigenissen afgelegd. Een artiest die uit ballingschap terugkeerde, maakt al maandenlang gipsafdrukken van de armen van alle politieke gevangenen die straks een groot monument moeten vormen.

De gekozen regering van grotendeels ex-militairen en het nieuwe parlement kiezen er vooralsnog voor om de zwarte bladzijden van de geschiedenis met rust te laten.

Zo kan het gebeuren dat Khin Nyunt, als hoofd van de militaire inlichtingendienst en topman van de junta - ooit de meest gevreesde man van Burma - tegenwoordig de kost verdient met een galerie en de kweek van orchideeën.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden