Mijn vader beging oorlogsmisdaden

Nederlands-Indië | Journalist Maarten Hidskes deed onderzoek naar zijn vader, commando bij de troepen van Westerling.

Hoe is het om stukje bij beetje te ontdekken dat je vader zich in Nederlands-Indië schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden? Journalist Maarten Hidskes windt er in zijn boek 'Thuis gelooft niemand mij' geen doekjes om. Het was confronterend en pijnlijk. "Ik weet zeker dat hij actief heeft meegedaan aan standrechtelijke executies. Ontkennen is zinloos."

Het begin van de zoektocht begon uitgerekend op de crematie van zijn vader, toen enkele oude kameraden bij de kist een eresaluut brachten. "Een vriend wees me daarop en zei: die gasten moeten wel een heel sterke band hebben gehad." Vlak voor zijn dood kreeg Maarten van zijn vader een 'Indië-mapje' met daarin onder meer legitimatiebewijzen. Het zei hem niets. Als linkse antimilitaristische tiener had hij nooit de minste interesse getoond in het verleden van zijn vader Piet.

Maar de crematie veranderde alles. Hidskes ging lezen, bezocht archieven en zocht die kameraden van toen op, die na elk gesprek steeds openhartiger werden. "Ik ontdekte dat mijn vader inderdaad de Hidskes was die eind 1946 bij de commandotroepen van Westerling had gezeten. Na het lezen van het boek 'De Zuid-Celebes affaire' van Willem IJzereef heb ik verschrikkelijk gehuild. De feiten waren zo overweldigend. Hoe moest ik die gruwelijkheden rijmen met mijn vader?"

In zijn reconstructie schildert Hidskes hoe zijn vader met hoge verwachtingen op de boot naar de Oost stapte. Hij spiegelde zich aan de heldhaftige soldaten die na de landing op Normandië Nederland bevrijdden. "Net als de geallieerden had hij sigaretten bij zich die hij in Batavia zou gaan uitdelen. Dat viel vies tegen. Er werd helemaal niks veroverd. Hij moest wacht lopen en andere in zijn ogen stompzinnige dingen doen. De zucht naar avontuur was zijn grootste drijfveer."

Westerling wilde alleen vrijwilligers in zijn Depot Speciale Troepen (DST), want er wachtten hen zware klussen. Piet Hidskes twijfelde geen moment en onderging een loodzware training. "Hij leerde niet alleen fysiek zijn grenzen te verleggen, maar ook mentaal. Ik denk dat toen Westerling zijn methode ten uitvoer bracht, hij heeft gedacht: dat laatste stapje doe ik dan ook wel."

Westerling liet op de eerste dag zijn mannen drieduizend inwoners op het grasveld van de kampong Batoea bijeenbrengen. Mensen moesten naar voren komen, hij stelde wat vragen en schoot hen daarna pardoes door het hoofd. Ook leden van zijn peloton moesten executeren. Aan het eind van de dag waren er 35 doden. "Mijn vader moet hieraan meegedaan hebben. Iemand typeerde mijn vader eens als een 'haantje-de-voorste' als er vervelende klusjes gedaan moesten worden. Bij het lezen van elk verslag dreunde die uitdrukking door mijn hoofd."

Piet Hidskes moet getuige zijn geweest van verschrikkelijke taferelen, zegt de zoon. "Westerling liet twee mensen tegen elkaar vechten en schoot de verliezer dood."

In februari 1947 schreef een bestuursambtenaar een klokkenluidersbrief. "Hoe graag had ik gewild dat mijn vader die had geschreven", zegt Maarten Hidskes. Maar hij schreef die niet. Hij bleef loyaal aan Westerling, totdat de operatie werd beëindigd. De boot die de commando's naar Batavia bracht, nam een drie weken durende omweg. Om hen te laten afkoelen.

Op de vraag of zijn vader een oorlogsmisdadiger is, schudt Hidskes zijn hoofd. "Heeft hij oorlogsmisdaden gepleegd? Ja, maar mijn vader was niet gewetenloos. Dat klinkt misschien slap, maar het lag niet in zijn karakter om uit zichzelf te gaan moorden. Maar misschien is dat wishfull thinking van mij."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden