Mijn taak: de ziel laten oplichten

reportage | Hij verleent geestelijke zorg aan mensen die hun cognitieve vermogens verliezen. Soms is dat ontmoedigend, erkent Tim van Iersel. Maar: 'Je bent onderdeel van het meest kwetsbare moment in iemands leven. Dat maakt mij dankbaar.'

Komt u mee naar de kerkdienst, mevrouw Den Harder en mevrouw Kloek?" vraagt Tim van Iersel (31) aan twee vrouwen die zich voor de tv hebben geïnstalleerd. In de huiskamer van woonzorgcentrum WZH Leilinde in Den Haag kijken ze naar een concert van een Nederlandse volkszanger. "Jullie zijn daar al eerder geweest, een paar weken geleden." Mevrouw Den Harder stoot haar buurvrouw aan. "Is dat zo? Ik weet daar niets meer van, hoor." Geestelijk verzorger Tim van Iersel en vrijwilliger Hans Strik (83) halen de bewoners van het woonzorgcentrum op voor de 'sfeerviering', een kleinschalige kerkdienst waarin beleving centraal staat. De viering, eens in de drie weken in de huiskamer, verloopt volgens een vaste structuur, met traditionele liederen en een korte overdenking. "Een lied dat vrijwel elke dienst terugkomt, is 'Dank U voor deze nieuwe morgen'", zegt Van Iersel. In elke dienst wordt een bepaald thema uitgelicht. "Vrede, Pasen, lente, ouder worden."

"Wat herkenbaar is, verhoogt het mentaal welbevinden. Geestelijk verzorgers spreken het niet-cognitieve deel van de mens aan", legt Ralf Smeets van de Vereniging van Geestelijk Verzorgers in Zorginstellingen (VGVZ) uit. "Door de herkenbare vorm van de vieringen vinden dementerenden houvast en grip."

Omdat de cognitieve vermogens van veel mensen met dementie wegvallen, worden hun zintuigen aangesproken. In de gangen van de gesloten afdeling klinkt het getjilp van vogels. Foto's van bloemenvelden sieren de muren. Het thema van de dienst is 'vrede', met als symbool een duif. Vandaag zijn er negen bewoners op de viering afgekomen. Ze strelen de veren van het witte beestje dat er levensecht uitziet. "Wat is hij mooi", zegt mevrouw Kloek. Ook de paaskaars die rondgaat, oogst bewondering.

Sfeervieringen

Tim van Iersel is één van de ongeveer 400 geestelijk verzorgers die in Nederland werken met dementerenden. Hij werkt sinds vijf jaar op drie locaties van Woonzorgcentra Haaglanden in Den Haag en heeft in totaal 180 dementerenden onder zijn hoede. Hij bezoekt hen individueel, leidt sfeervieringen, stuurt vrijwilligers aan, organiseert bijeenkomsten voor mantelzorgers en geeft trainingen aan medewerkers op het gebied van zingeving en ethiek.

Met zijn jonge leeftijd is hij een opvallende verschijning. Waarom heeft hij ervoor gekozen als geestelijk verzorger te werken met mensen die drie keer zou oud zijn als hij? "Ik wilde een andere wereld zien dan de kerk. In zorgorganisaties is je plek als theoloog niet zo vanzelfsprekend. Je moet goed laten zien wat jouw meerwaarde in het zorgproces is, te midden van andere disciplines." Het leeftijdsverschil is voor hem nooit een issue geweest. "Thema's als dood, leven en ziekte zijn niet leeftijdsgebonden. Ik ben niet bang daar vragen over te stellen. Ook niet aan mezelf, trouwens."

Van Iersel studeerde theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. "Daarna heb ik mezelf bijgeschoold en het beroep in de praktijk geleerd." Veel mensen leren het vak door te doen, zegt ook Rieke Mes. Ze werkt al twintig jaar als geestelijk verzorger en geeft cursussen en trainingen aan aanstaande vakgenoten. Het geestelijk bijstaan van dementerenden is een vak apart, meent ze. "Je moet heel goed kunnen communiceren en interpreteren wat de ander bedoelt." In een later stadium van dementie verliezen mensen vaak hun vermogen om te spreken, zegt Mes. "Een geestelijk verzorger moet daarom lichaamstaal kunnen lezen en zonder woorden contact maken."

Ook Van Iersel communiceert zowel verbaal als non-verbaal. "Ik geef iedereen een hand en noem hun naam, zodat ze zich gekend weten. 'Dag, meneer van Dijk. Wat fijn dat u er weer bij bent vandaag.' Ik maak oogcontact en benader de mensen met een open houding. Het helpt als je rustig bent. Mensen met dementie zijn erg gevoelig voor sfeer en pikken signalen van onrust en stress op."

Het komt voor dat bewoners hem niet herkennen. Ook verwijzen naar voorgaande gesprekken is er niet bij. Als hij de deur uitloopt, zijn ze hem soms al vergeten. Wat kan hij dan voor mensen betekenen? Heeft het überhaupt wel nut? "Ik richt me op het hier en nu", zegt Van Iersel. "Ik stel mezelf niet de vraag: wat weet iemand de volgende dag? Maar wel: wat heeft iemand er nu aan? Wat ik mee wil geven, is rust en vrede, een bepaalde beleving die ze hopelijk vasthouden." Toch bekruipt hem soms het gevoel dat zijn werk weinig zin heeft. "Dat denk ik bijvoorbeeld als mensen niets terugzeggen of als vieringen niet goed lopen."

Geestelijk verzorgers, zegt Rieke Mes, helpen mensen bij hun dieper liggende emoties te komen. "Juist op cruciale momenten in het leven, bijvoorbeeld aan een sterfbed, heb je iemand nodig die je daarin bijstaat. Geestelijke verzorging gaat over gewone zaken, maar ook over de diepe levensvragen. Wat heeft het leven voor moeder voor zin, als ze dement is? Het is een zoektocht om op deze vragen een antwoord te vinden."

Als orgelklanken de kamer vullen in huize WZH Leilinde, is rust en herkenning te lezen in de ogen van sommige bewoners. "Dank U, dat U in pijn en strijd toch steeds bij ons zijt." De woorden van het lied krijgen een diepere betekenis in deze situatie. Sommigen lijken te zoeken naar de woorden om mee te zingen, terwijl anderen apathisch voor zich uit kijken, verzonken in hun eigen gedachtewereld. Als Van Iersel de geloofsbelijdenis uitspreekt, lichten de ogen van een aantal bewoners op, alsof er diep van binnen een lampje gaat branden.

"Sommige mensen kunnen de hele geloofsbelijdenis opzeggen. Daar sta ik soms ook van te kijken", zegt Van Iersel. Hoe komt het dat juist psalmen of de belijdenis blijven, ondanks de mentale aftakeling? "Veel mensen hebben religieuze liederen al van kinds af aan gehoord. Ze gaan een leven lang mee. De liederen roepen een vertrouwde sfeer op, een associatie met het gezin, een bepaalde veiligheid. Daarnaast blijft het deel van de hersenen dat muziek herkent langer intact."

Wie dement wordt, verliest langzaam zijn cognitieve en lichamelijke vermogens. Wat blijft er dan over? Is er een 'kern', die blijft bestaan? "Absoluut", zegt Van Iersel. "Dat is ook mijn motivatie om dit werk te doen. De kern die overblijft, is de ziel. Ik noem het 'verborgen diepte'. Mijn taak is om die te laten oplichten."

Mystiek moment

Het levenseinde maakt hij van dichtbij mee. Regelmatig wordt hem gevraagd aanwezig te zijn als een bewoner de laatste adem uitblaast. Hoe moeilijk ook, toch zijn dat de mooiste momenten, vindt hij. "Ik mag dan rond het sterfbed woorden spreken en de zegen meegeven. Je bent onderdeel van het meest kwetsbare moment in iemands leven. Dat maakt mij dankbaar. Het is een mystiek moment: waar gaat iemand naartoe?" Zwaarmoedig wordt hij er niet van. "Het maakt mij niet zwaarder, eerder lichter. Het besef dat het leven kwetsbaar is, maakt mij dankbaar voor elke dag die ik ontvang."

Is zijn eigen geloofsleven veranderd door zijn beroep? "Ik ben in een bepaald opzicht geloviger geworden. Ik zie veel rijkdom in de christelijke traditie: in de rituelen, de liederen en de zegen. Het lijden en de gebrokenheid zie ik elke dag. Dat doet mij verlangen naar een wereld zonder lijden en verdriet. Een bewoner zei: 'Ik vind het bijzonder dat Jezus heeft geleden, dat hij weet wat ik nu meemaak.' Het lijden van Jezus is troostrijk, dat er iemand is die zo dicht bij ze komt. God is met je, die boodschap staat elke dienst weer centraal."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden