'Mijn sympathie voor de Toearegs brokkelt af'

Gerbert van der Aa (1968), Afrika-journalist

HINKE HAMER

"Mijn eerste indruk van de Toearegs was niet best. Op reis in Zuid-Algerije, in 1989, kwam ik met het nomadenvolk in aanraking. Hun arrogante houding trof me. Groette ik een Toeareg, dan kreeg ik zelden een reactie.

Hoe komt jullie volk zo zelfingenomen, vroeg ik een Toeareg. 'De Sahara vormt een wreed en onvoorspelbaar landschap', zei hij. 'Als er geen regen valt, kunnen we onze geiten en kamelen niet voeden. Dat maakt ons afwachtend en alert. Een zwarte Afrikaan die opgroeit in het tropisch regenwoud, plukt de vruchten van de bomen en is eens een dag dronken. Wij kunnen ons dat niet permitteren, we zouden ons eigen graf graven.'

Het antwoord nam me voor de man en zijn bevolkingsgroep in. Sterker, ik beschouwde de Toearegs steeds meer als een stoer volk dat zijn eigen problemen oplost, in tegenstelling tot veel zwarte Afrikanen die van mij - die blanke - vooral verlangden dat ik ergens geld lospeuter. Ik wist dat Toearegs soms dorpen van zwarte Afrikanen plunderden, dat ze roofden en smokkelden, maar alleen omdat ze geen keus hadden, zo vond ik. Hoe beter ik het volk leerde kennen, hoe meer ik de Toearegs zag als Robin Hoods: bandieten uit noodzaak.

Mijn oordeel veranderde nauwelijks toen ik in 1992 tijdens een woestijnreis door Toearegs werd beroofd. Mijn medereiziger en ik moesten geld en auto afgeven, maar onze ontvoerders zetten ons keurig in de bewoonde wereld af, vlakbij een oase. Hoewel ik de Afrikaanse woestijn na deze gebeurtenis een tijdlang meed, voelde ik ontzag voor de Toearegs.

Ik was niet de enige. In heel Europa oogstte het volk bewondering. In de jaren zestig schilderde Federica de Cesco de Toearegs in haar boeken af als nobele wilden, de Franse antropoloog Henri Duveyrier schreef vol lof over het mooie, moedige en ruimdenkende volk.

Het contrast met het oordeel van Malinezen en andere Afrikaanse bevolkingsgroepen is groot: zij beschouwen de Toearegs als hooghartige onruststokers, die zwarten als slaven gevangen houden en hun daden rechtvaardigen door te stellen dat zwarten een minderwaardig ras zijn.

In 2004 bezocht ik Timboektoe voor het eerst. Ik vond de karavaanstad - die volgens de overlevering door Toeareags is gesticht - een prettige plaats, kalmer dan de Malinese hoofdstad Bamako. De laatste jaren zag ik met lede ogen aan hoe Toeareg-leiders banden aanknoopten met Al-Qaida, dat zonder veel scrupules westerlingen ontvoerde, onder wie de Nederlander Sjaak Rijke.

Vorig jaar keerde ik terug naar Timboektoe, om te zien wat er van de stad geworden was, nu die weer onder gezag is van de Malinese overheid. Ik sliep in het oude stadscentrum, verstopt om te voorkomen dat bandieten me al te gemakkelijk uit mijn hotelkamer konden trekken. Het was de journalist in mij die deze risico's nam. Misschien was ik als mens, met Sjaak Rijke in het achterhoofd, wel thuisgebleven.

De stad had een gedaanteverwisseling ondergaan. Op straat hing een gespannen rust, bijna alle blanke Toearegs waren gevlucht, hun huizen en winkels stonden leeg. Timboektoe was een dode stad die in niks meer leek op het Timboektoe uit 2004.

Ik ben bezorgd om Afrika en vooral om Mali. De liberale islam waar het continent bekend om stond, brokkelt af en de fundamentalistische stroming wint aan invloed.

Met het liberale Afrika brokkelt ook mijn sympathie voor de Toearegs af. Van nobele wilden zijn ze verworden tot een club puriteinse opportunisten, moet zelfs ik constateren. Als ik stilsta bij de toekomst van de Toearegs, dan voel ik weinig anders dan somberheid."

Gerbert van der Aa: Terug naar Timboektoe. Een reis naar de Toearegs in Mali. Atlas Contact; 288 blz. euro 21,99

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden