Column

Mijn stem op Geert Wilders was een mannending

Heere Heeresma Jr.Beeld Maartje Geels

Terwijl iedereen bezig was met de Tweede Kamerverkiezingen, vocht mijn neef Menno Heeresma, een volledig verlamde ALS-patiënt, voor zijn leven. Hij had een longontsteking die de koorts tot veertig graden opdreef.

En? Gewonnen, natuurlijk. In Claude Lelouch' romantische misdaadfilm 'La bonne année' uit 1973 geeft Lino Ventura aan Françoise Fabian deze definitie van een man: "Iemand die nooit opgeeft."

Menno vond zelfs de tijd en de kracht om mij naar aanleiding van de column waarin ik aangaf op Geert Wilders te gaan stemmen het volgende te schrijven: "Ik vind jouw overwegingen om op de Wildersbende te stemmen niet overtuigend. Je gebruikt je stem om je morele steun te betuigen maar tegelijkertijd toon je je een onverantwoordelijk burger van een liberale democratische rechtsstaat. Bovendien heb je op diverse punten ongelijk. Het is niet waar dat Wilders om veiligheidsredenen geen campagne kan voeren. Hij wordt tegen gigantische kosten voortdurend bewaakt. Wilders heeft het aan zichzelf te danken dat hij door andere partijen wordt uitgesloten voor een coalitie. Hij is moedig, ja, en hij heeft ogen geopend voor enige sociaal-culturele fenomenen maar daarmee heeft hij geen vrijbrief gekregen om zich als onverantwoordelijk parlementariër te gedragen die voornamelijk grossiert in doldrieste uitlatingen en wiens partij geen enkele constructieve bijdrage levert aan de ontwikkeling van Nederland."

Vaderfiguur 

Een van de grootste genoegens in mijn leven is het om door Menno vermaand te worden, niet in het minst omdat hij bijna altijd gelijk heeft. "Hij was de Rechtvaardige door wie je graag beoordeeld wilde worden," zei de Franse filmregisseur François Truffaut over zijn 'vervangingsvader' André Bazin en hetzelfde zou ik, in de tegenwoordige tijd, over Menno kunnen zeggen. Misschien zoek ik bij Menno, die veel volwassener is en vader van twee kinderen, nog steeds naar een vaderfiguur, omdat mijn eigen vader zijn werk niet goed heeft gedaan. 

Ook nu geef ik Menno volkomen gelijk. In mijn columns heb ik Wilders dan ook hard bekritiseerd. Maar op zeker moment kwam ik daardoor in gewetensnood. Ik weet immers ook dat Wilders de enige Nederlandse parlementariër is die onder bedreiging van Al-Qaida moet leven, omdat hij het heeft aangedurfd erop te wijzen dat het islamofascistisch geweld zijn rechtvaardiging vindt in de bron van de islam, de Koran.

Geert Wilders is geen vaderfiguur voor mij, maar ik bewonder zijn moed en standvastigheid, en deel zijn opvatting dat de islam een gevaar is voor de vrijheid in Nederland. Niet zozeer vanwege de dreiging van terreur, al leidt die tot zelfcensuur en vrijheidsbeperkende veiligheidsmaatregelen, maar vanwege het religieuze conservatisme.

In de aanloop naar de verkiezingen werd Wilders in de positie van een politieke paria geplaatst. Hij, die in een totaal isolement moet leven, werd door de andere partijen van samenwerking uitgesloten. Intussen buitelde men in de media over elkaar heen om even publiekelijk als gratuit zijn afkeer van Wilders te afficheren. Aan welke kant wilde ik staan?

Wanneer ik voor een moeilijke keuze sta, vraag ik mij altijd af: wat zou Alain Delon doen, die coolste van alle Franse filmsterren? Ik ben ervan overtuigd dat de vriend van Jean-Marie Le Pen, maar ook de initiator, producent en hoofdrolspeler van 'Monsieur Klein', op Wilders zou stemmen.

Mijn column 'Ik stem op Geert Wilders' van 14 maart was een opgestoken middenvinger naar Wilders' doodsvijanden. Het was een mannending.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden