’Mijn stem mist caramel’

Claron McFadden: 'Natuurlijk wil iedereen Mimì zingen. Ik ook. Maar dat lukt nou eenmaal niet.' (Mark Kohn)

Sopraan Claron McFadden zingt Eva in een nieuwe op Vondel gebaseerde opera. „Zonder Eva had Adam zich niet verder ontwikkeld.”

Mocht de kroniek van het Holland Festival van de laatste drie decennia geschreven worden, dan zal blijken dat daarin een grote rol is weggelegd voor de Amerikaans/Nederlandse sopraan Claron McFadden. In talloze wereldpremières en eerste uitvoeringen van hedendaagse composities in Nederland leverde zij een belangwekkende bijdrage.

Haar extreem hoge, strakke en scherp geïntoneerde stem, waarvoor bijna geen zee te hoog gaat, maakt dat componisten graag voor haar schrijven. Maar niet alleen in die hyperhoge of -lastige nieuwe muziek voelt McFadden zich als een vis in het water. Ook in het barokrepertoire excelleert zij. Zo debuteerde zij in het Holland Festival van 1985 in de opera ’L’eroe Cinese’ van Johann Adolf Hasse onder leiding van Ton Koopman. En vanavond, bijna 25 jaar na dat opvallende debuut, zingt McFadden in het Holland Festival de rol van Eva in Rob Zuidams nieuwe opera ’Adam in ballingschap’ gebaseerd op het toneelstuk van Joost van den Vondel.

Ruim een week voor de première praat Claron McFadden over het nieuwe werk. „Het voelt elke keer weer alsof je met z’n allen een kind aan het baren bent. Je hebt geen idee hoe het er precies uit zal komen te zien. En je hoopt elke keer dat de weeën nog een weekje uitblijven – altijd is er dat gevoel dat je er nog niet klaar voor bent, en toch komt het uiteindelijk weer allemaal bij elkaar.”

Steeds die enorme investering in een rol, steeds weer noten stampen voor een werk, waarvan je bijna zeker weet dat het niet meer – zoals vaak met hedendaagse muziek – op het repertoire genomen zal worden. Is dat niet frusterend?

„Het is natuurlijk jammer, vooral als het een goed werk is. Maar voor de componist vind ik het erger dan voor mezelf. Die is er jaren mee bezig geweest.”

McFadden groeide in Amerika op met popmuziek en interesseerde zich al vroeg voor van alles. Voor de hobo bijvoorbeeld, die ze ’mijn instrument’ noemt. Op het conservatorium deed ze veel jazz en moderne muziek, en ze besloot impulsief naar Londen te gaan om zich daar verder te specialiseren in de barokmuziek. De oude muziekbeweging was groot aan het worden. De eerste muziek die ze in Nederland zong – in 1984 – was evenwel van hedendaagse snit. Reinbert de Leeuw en Louis Andriessen zaten in de zaal – de rest is geschiedenis, zeggen ze dan.

Heel af en toe zingt McFadden iets uit het romantische repertoire. Haar aandeel in de Vierde symfonie van Mahler bijvoorbeeld was enkele jaren terug een openbaring. Hoe komt het toch dat ze dat niet vaker doet. Waarom zit er zo’n enorm gat in haar repertoire?

„Mijn temperament leent zich niet goed voor muziek uit de romantische periode. Dat heeft te maken met hoe je van de ene noot naar de andere gaat. Bij mij is dat strak en scherp afgebakend; de overgang tussen twee tonen is bij mij heel clean, absoluut niet slepend. Dat maakt mijn stem heel geschikt voor barokmuziek, waar strakke frasering belangrijk is en waarbij je het vibrato moet kunnen uitschakelen. Vocaaltechnisch gezien heb ik een belcanto-opleiding gehad, maar mijn stem voelde zich meer thuis in de speelsheid van de barok en het experiment van het hedendaagse.

„Ik heb één keer Musetta in Puccini’s ’La bohème’ gezongen en ik moest echt heel veel moeite doen om er een mooi gezongen Italiaanse lijn uit te krijgen. Ik noem dat het caramel in je stem, zo’n toffee die in je mond draden trekt. Iemand als Thomas Oliemans, mijn Adam in deze opera, heeft dat van nature. Die hoeft zijn mond maar open te doen en het is er. Mijn instrument moet daar zó hard voor werken.”

De typecasting is McFadden dus niet opgedrongen, het ging als vanzelf. „Mijn stem heeft een temperament, maar Claron ook. Die twee moeten samenvallen. Natuurlijk wil iedereen Mimì zingen. Ik ook. Maar dat lukt nou eenmaal niet. Men hoort drama in mijn stem en men wil mij in lyrische rollen casten.

„En toch heb ik genoeg Mimì-dingen, die net zo goed en bevredigend zijn. Mijn debuut vorig jaar in de Scala in ’La Didone’ van Cavalli was er zo een. Uiteindelijk gaat het erom of je een mooie rol hebt. Ik wou altijd al gewoon zingen en dus was moderne muziek prima. Ik heb nooit wat gehad met wat in vaktermen extended vocal technique heet, en in gewoon Nederlands: brullen.”

McFadden weet dus wat ze kan en, vooral, wat ze niet kan. Dat ze mensen raakt met haar stem is haar inmiddels ook duidelijk. Toch moest ze even gaan zitten toen na een concert iemand haar vertelde dat ze de kracht en de ziel die in haar stem zat vooral niet moest onderschatten.

Het idioom van Rob Zuidam kent ze. McFadden zong met veel succes in zijn opera ’Rage d’amours’ in het Holland Festival van 2005. Later deze maand verzorgt zij de wereldpremière van Zuidams liedcyclus ’Canciones del alma’.

„Rob kan ontzettend goed sferen en emoties neerzetten, en dus is hij daardoor een goede operacomponist. Het niet-klassieke speelt een belangrijke rol bij hem; eigenlijk gaat hij nog verder terug in de tijd, omdat zijn werken voor mij het heldere van renaissancemuziek ademen. Hij schrijft altijd heel veel noten, en het is hard werken om die allemaal een plek te geven. Omdat ik hem goed ken, kan ik van tevoren afspraken met hem maken. Ik heb hem gevraagd om Eva alsjeblieft geen hoge f te laten zingen.

„Het voordeel van het werken met een levende componist is dat je heel gemakkelijk, gaande het proces, nog dingen kunt aanpassen. Als je met partituren van overleden componisten werkt, dan is de muziek heilig en mag je niets meer veranderen. Dat kan wel eens lastig zijn.”

Over haar rol van Eva is McFadden duidelijk. „Meestal is Eva een tweedimensionaal karakter, maar hier niet. Er is een reden dat wij mensen een vrije wil hebben, en dat komt door Eva. Eva is iemand die alles wil weten, die het vreemd vindt dat ze van God dingen heeft meegekregen maar die niet mag gebruiken. Ze handelt volkomen vanuit onschuld, want ze weet nog niets van het kwade. Als Eva er niet was geweest, dan zou Adam zich niet verder ontwikkeld hebben.

„Onze regisseur Guy Cassiers heeft daar een mooie draai aan gegeven. Hij wil het zo sober mogelijk hebben. We zijn normale mensen van vlees en bloed die elkaar aftasten en verkennen. In de muziek creëert Rob tussen de frasen enorm veel drukte, alsof hij alle beestjes die in het Paradijs friemelen heeft willen verklanken. Die tussenstukken werken voor mij als een enorme gum; alle tonen die net daar vóór gezongen zijn, worden meteen weer uitgegumd. Tegelijkertijd persifleert hij van alles en nog wat. Er zit naast iets Perry Como-achtigs ook een enorme bravoure-aria à la Hündel in. Het is rijke, volle muziek.”

McFadden vindt Eva een heftige rol. Vanwege de hoeveelheid muziek, en vanwege het Vondel-Nederlands dat ze moet zingen. „Ik zing twee octaven hoger dan ik spreek, en het overbrengen van teksten is op die hoogte erg lastig. Vervelend voor regisseur Guy, want hij is een echte tekstman. Nederlands is niet mijn moedertaal, en dan moet ik ook nog vaak hele snelle teksten zingen waarin woorden voorkomen die ik niet ken. Ik zing niet graag in het Nederlands, zo veel donkere klanken achter in de mond – eigenlijk in alles tegengesteld aan mijn stem.”

Maar hoewel het Nederlands McFadden als zangtaal tegen staat, spreekt ze het bijna accentloos en voelt ze zich hier bijzonder thuis. „Het sociale klimaat in Nederland is het beste wat ik ken. Het andere klimaat, daar heb ik meer moeite mee; mei en oktober zijn de moeilijkste maanden. Waar ik vandaan kom, is mei warm en in oktober heb je een indian summer – altijd! Hier is het zó wisselvallig. Bah!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden