'Mijn ouders zijn mijn grootste rolmodellen'

Handenur Taspinar en haar vader Ismail Taspinar. Beeld Jörgen Caris

Moslimjongeren en hun ouders vertellen over hun levens. Hoe anders zijn die? In deel zeven van een serie: dochter Handenur en vader Ismail Taspinar. ‘Ik geloof heel erg in de inzichten van mijn ouders.’

In de gang van de Amersfoortse vinexwoning hangen souvenirs uit pelgrimssteden aan de muur. Een takje van de Olijfberg, een reliëf van de Rotskoepelmoskee in Jeruzalem. Handenur Taspinar (22) heeft net de deur opengedaan. Uit een rieten mand bij de trap haalt ze een paar slippers tevoorschijn. Naar goed Turks gebruik krijgen gasten die hun schoenen uitdoen zulks aangeboden. Handenur komt overeind en slaat haar hoofddoek terug.

Op het dakterras wacht vader Ismail Taspinar (56) met thee. Links van hem staat een etagère met noten, koek en taart. Hij, in ruitjesblouse met korte mouw en pantalon, begon eind jaren tachtig met een paar Marokkaanse vrienden de plaatselijke islamitische basisschool, en werd later bestuurder in de islamitische onderwijswereld. 

Zij, in een kraakwitte blouse tot op over de heupen, is voorzitter van een islamitische studentenvereniging en richtte een landelijk platform voor soortgelijke verenigingen op. Handenur studeert rechten en antropologie aan de Vrije Universiteit, en woont nog thuis.

De Taspinars wandelen graag, en lezen Trouw. Hun geschiedenis in Nederland begon in de jaren zeventig, toen Ismail op zijn negende in het vliegtuig stapte. Hij voegde zich bij zijn vader, die hier als bouwvakker heen kwam, zegt Ismail. “Wij waren hier een van de eerste moslimfamilies.”

Aanvankelijk stuurde Ismail zijn dochters - hij heeft er drie - naar een openbare basisschool. “We hadden toen een paar simpele vragen aan de school. Of ze er bij traktaties rekening mee wilden houden dat onze kinderen geen varkensvlees kregen. Of ze er met sporten voor konden zorgen dat ze niet in hun onderbroekjes hoefden te spelen, en of ze niet in hun blootje met elkaar onder de douche gingen.

“We probeerden die dingen bespreekbaar te maken. Maar het kon allemaal niet. Pedagogisch zou het niet juist zijn om onderscheid te maken tussen het ene en het andere kind, het zou psychisch iets met het kind doen, zei de directeur. Daar kregen we niet echt een goed gevoel van. 

Dus toen ik eind jaren tachtig hoorde dat er islamitische scholen werden opgericht, zijn we er hier in Amersfoort zelf één begonnen: de Bilalschool. Later werd ik directeur van de ISBO, de koepelorganisatie van islamitische scholen. Een jaar of tien van tegenwind, want rechtse politici zagen het als een teken van segregatie dat wij gebruikmaakten van de vrijheid van onderwijs, een grondrecht nota bene. Nu is die periode van acceptatie achter de rug, alhamdoelillah, zeggen we dan. Godzijdank.”

Rolmodellen

Handenur en haar zussen gingen vervolgens op school bij hun vader. Ze noemt haar ouders “mijn grootste rolmodellen”. Zo vader, zo dochter - de verschillen tussen de twee zijn miniem. Ismail staat op. “Ik ga nog meer thee voor jullie halen. Was het niet te sterk?”

Handenur: “Nee, doe maar hoe ik hem drink, op z’n Hollands. Niet zoals jij hem drinkt. ‘Echte mannen drinken sterke thee’, is een Turks gezegde toch?”. Als haar vader in de keuken verdwijnt: “Dit moet je niet tegen hem zeggen, maar ik heb liever gewoon thee van een Pickwick-zakje, met bosvruchtensmaak.”

Ismail gaat weer zitten. Hier thuis discussiëren en filosoferen ze graag, zegt hij, bij voorkeur in de sauna.” Hij wijst naar Handenur. “Zij zit er dan ook tussen. Die gesprekken zijn heel mooi. We zoeken de diepte. Zou het niet zo zijn, zou het niet zus zijn? Laatst hadden we het erover: Hoe komt het nou toch dat religie zoveel mooie dingen voorschrijft en dat mensen het alsmaar verkeerd doen? Wat is er aan de hand met al die mensen?”

Handenur: “Maar pap, wij kunnen niet echt zeggen dat mensen iets verkeerd doen hè.”

Ismail: “Nee, niet zozeer verkeerd, maar er is gewoon zo’n ellende, onrust en onvrede - en dat bij religieuze mensen. Ze richten hun leven zo in dat er geen plek is voor iemand die iets anders denkt of iets anders gelooft. Hoe komt dat? Er bestaat een beeld dat moslims achterlopen, dat ze geen volwaardige bijdrage leveren aan de maatschappij. 

"Ik werk keihard, zeven dagen per week. Ik kijk niet op mijn klok, doe het niet voor het geld. Maar ga ik naar de moskee, dan zitten moslims daar de hele dag te kwekken en te roddelen. Dat begrijp ik niet. En dan lezen ze uit hetzelfde boek als ik, waarin staat dat ze dienstbaar moeten zijn, zich moeten ontwikkelen, iets moeten betekenen voor hun nageslacht.”

Handenur: “Ik waardeer heel erg dat ik altijd alles kon vragen thuis. Niets was gek. Ik weet nog dat ik heel klein was en vroeg: ‘Papa, is verliefd worden haram?’.

Ismail: “Toen hadden we natuurlijk gelijk door dat ze een jongetje leuk vond. Dat is helemaal niet erg, zeiden we, maar het hangt ervanaf wat je ermee gaat doen.”

Handenur: “Van vrienden krijg ik soms mee dat ze zulke dingen echt niet met hun ouders kunnen bespreken. Wij kunnen daar vrij over praten. Misschien komt het omdat jij hier heel vroeg bent gekomen, en dat je de Nederlandse cultuur meer hebt meegekregen?”

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Ismail Taspinar (56) en zijn dochter Handenur Taspinar (22) Beeld Jorgen Caris

Nederlandse verkering

Bijna was Ismail met een Nederlandse getrouwd - de verkering duurde zes jaar. “En je gelooft het niet, maar eerst mocht ik er niet over de vloer komen: haar ouders hadden racistische trekjes, wilden niks met allochtonen te maken hebben, laat staan met moslims. Toen ik eindelijk op een verjaardag langs mocht komen, vonden ze me toch een leuke jongen, want ik had een net colbertje aan. 

Ze hadden blijkbaar een ander beeld van allochtonen. Ik werd er kind aan huis - ging mee naar de kerk, leerde stijldansen. We hebben met elkaar door Turkije gereisd, waardoor ik mijn vaderland heb leren kennen. Ik heb veel van hen geleerd, over hun geloof, over de Nederlandse mentaliteit. Ze deden alles voor mij.”

Sinds haar veertiende draagt Handenur een hoofddoek. Ismail: “Ik heb gezegd: je moet het niet doen omdat ik het zo graag wil. En wil je het niet, dan moet je met mij de strijd aangaan, zodat je het wint.”

Handenur: “Ik wilde het al toen ik naar de brugklas ging, maar toen mocht het nog niet. Mama vond me te jong. Mijn vriendinnen deden het toen wel: op een nieuwe school denken ze dan meteen dat de hoofddoek bij je hoort. Dat je zo bent geboren.”

Ismail grapt: “Dat zou dan wel een beetje een moeilijke geboorte zijn.”

Handenur: “Ik was veertien toen ik het wist. Best jong. Ik wilde het wel, maar het was ook moeilijk. Op een heilige dag in Turkije werd ik heel geïnspireerd in een moskee. Daar had ik mijn mooiste smeekbede ooit. Ik vroeg God om mijn keuze te vergemakkelijken. De volgende dag stond ik op en ging ik het doen. Mijn gebed was verhoord. Op het chatprogramma Hyves stuurde ik meteen al mijn vriendinnen een berichtje: ‘Dames, dat jullie het weten, ik draag voortaan een hoofddoek, dat jullie niet schrikken als ik terugkom’.”

Ismail: “Het haar is een sieraad van de vrouw, het hoort bij haar schoonheid. Daarom kan de vrouw die beter bewaren, afschermen, voor haar man. En dat is niet het enige. Door de hoofddoek kan je een andere houding aannemen, rustiger worden bijvoorbeeld.”

Handenur: “Je bent wat je eet, toch? Zo is het ook met hoe je je kleedt. Kleed ik me heel chique, dan ga ik automatisch rechtop zitten. Kleed ik me slonzig, dan ga ik vanzelf hangen. En kleed ik me bescheiden, dan weerhoudt dat me ervan om sommige dingen te doen. Ik heb het gevoel dat het mij beschermt.”

Ismail: “Een bijkomend voordeel: Je haren hoeven er niet de hele dag netjes bij te staan.”

Handenur: “Nou, nu moet m’n hoofddoek goed zitten, pa, en dat is soms ook nog een heel gedoe.”

De schoonvader van Ismail was een prediker in Turkije, vertelt hij. “Bij de tweede wilden we graag een jongen, maar toen het weer een meisje was zei hij: ‘Schoonzoon: wees niet teleurgesteld, want als je een meisje volgens de regels van de islam kunt opvoeden, dan gaat er in de hemel een poort voor je open. Je weet, meisjes hebben hun eer, kuisheid en noem maar op, die zijn wat moeilijker op te voeden dan jongens, die worden in de Turkse cultuur vaak vrijer gelaten.”

Handenur: “Niet dat dat islamitisch gezien ook de bedoeling is.”

Ismail: “Eigenlijk niet nee. Maar goed, bij het derde meisje zei hij: ‘Als je deze drie meiden volgens de islamitische regels kunt opvoeden, heb je de hemel gegarandeerd.’ Zo staat het ook in de bronnen, dat hield mij op de been, echt.”

Coach

Een ander geheim van Ismail, zegt hij: “Ze heel veel liefde geven. Ik kom niet met verboden, maar ik leg dingen uit, als een coach. Verliefd zijn is gewoon, zeg ik, dat zit in je, dat heeft de Schepper je gegeven. Hij schrijft wel voor dat je kuis het huwelijk ingaat. Je mag normaal met jongens praten, en dingen uitwisselen, maar fysiek ontwikkel je de relatie niet.”

Handenur: “Ik sta daar honderd procent achter. En ontmoet ik iemand waarmee het klikt, dan leg ik die persoon voor aan mijn ouders. Zij begeleiden en adviseren me. Soms zeggen ze: ‘Het is een hele toffe gozer, maar op dat en dat vlak klikken jullie niet zo’.”

Ismail: “Verliefdheid maakt soms blind. En een relatie beginnen is niet iets wat je hapsnap even doet - als je het goed getroffen hebt, blijf je eeuwig bij elkaar.”

Handenur: “Ik geloof heel erg in de inzichten van mijn ouders.”

Vragen en antwoorden

Hoe belangrijk is religie voor jou?
Ismail: Erg belangrijk
Handenur: Erg belangrijk

Hoe vaak ga je naar de moskee? 
Ismail: Minstens een keer per week
Handenur: Minstens een keer per week

Hoe vaak bid je?
Ismail: Vijf keer per dag of vaker
Handenur: Vijf keer per dag of vaker

Lees je de Bijbel of Koran?
Ismail: Ja
Handenur: Ja

Vast je tijdens Ramadan?
Ismail: Ja
Handenur: Ja

Hoort een vrouw een hoofddoek te dragen?
Ismail: Ja
Handenur: Ja

Drink je alcohol?
Ismail: Nee
Handenur: Nee

Eet je varkensvlees?
Ismail: Nee
Handenur: Nee

Lees ook de eerdere afleveringen in deze serie:
'Ik bid als ik dat wil, niet als m'n vader boos wordt'
Voor elk koranvers een snoepje
Een dochter met hoofddoek ging moeder te ver
Zij redde hem van de jihad

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden