Mijn Nederland

Onlangs voerde het lot, te weten een verjaardag in mijn vriendenkring, mij naar Hilversum, een plaatsnaam die altijd aan mij zal blijven kleven want ik ben er geboren. Stel dat ik er toevallig ook zou sterven dan zou iedereen denken dat ik mijn leven lang die plaats niet uit ben geweest, maar niets is minder waar, ik weet nauwelijks iets van Hilversum en werd er op tweejarige leeftijd alweer vandaan gesleept de wijde wereld in. Ik stierf er niet, dus kan ik u vertellen dat het in Hilversum rustig was, die zondagmiddag. De zon scheen, mensen zaten in hun tuin, schonken zich thee in en aten een koekje. Ik heb weleens beweerd dat Hilversum als enige plaats in Nederland althans op het oog op 'universum' rijmt (geen enkele dichter maakte er ooit gebruik van), dit was een vredig universum. Er gebeurde niemendal, niet bij de verjarende vrienden en ook niet bij het huis waar ooit mijn wiegje stond; ik reed er nog even langs om te zien of er al een bordje was aangebracht dat ik daar mijn eerste levensjaren had gesleten. Maar niet dus. Het stond te koop, dat wel.

Een paar dagen later was ik in Rotterdam. Ook in Rotterdam heb ik gewoond, ook niet veel meer dan twee jaar maar die stad staat me helderder bij. In mijn tijd, 1971-1973, gebeurde er ook in Rotterdam niks. We verveelden ons dood. Dat is inmiddels wel anders. Toen ik richting de Kop van Zuid reed overviel een New Yorks gevoel mij, van wolkenkrabbers, taxi's en winkelend publiek. Vlakbij de plek waar ik moest wezen, niet toevallig ook Hotel New York geheten, lag een enorm cruiseschip, de Aida, met een paar gelukzaligen over de reling en vrachtwagens die goederen af- en aanvoerden. Hier werd geleefd, gelost en geladen. En daarom mijne heren, ben ik voor Feyenoord en niet voor Ajax.

Enfin, in Rotterdam dook ik even een Zeeman in, voor een T-shirt want in het mijne zat een gat had ik gezien en dat wilde ik mijn afspraak niet aandoen. Textielsupers. In Nederland riekt alles wat groot doet en overdrijft onverbiddelijk naar armoede: textielsupers, kiloknallers, de pittenkoning. Ook dit was een armetierig T-shirt dat na twee wasbeurten uit elkaar zou vallen maar voor een uur of twee kwam ik er wel mee rond. Deze Zeeman lag midden in een Rotterdams Molenbeek, groter contrast met het kalme villadorp waar ik geboren ben is niet denkbaar. Bij de textielsuper ging dan ook het alarm af toen ik de detectiepoortjes passeerde, dan weet je weer dat je leeft. Wat kon het zijn? Geen idee, geld, een pen, m'n mobieltje? Loopt u maar door, knikte het meisje want ze zag dat ik uit Hilversum kwam en volkomen onschadelijk was. Zo liep ik even later weer als vrij man buiten, waar wederom de zon scheen. Nederland is zo slecht nog niet, mompelde ik in mijzelf en ik dacht aan het gedicht van Valerie Larbaud over die Rotterdamse plek, niet ver hiervandaan, de 'Quai des Boompjes' waarin hij tegen een achtergrond van schepen en treinen twee vrouwen afscheid van elkaar ziet nemen. Soms heb je dat, niet altijd maar dat hoeft ook niet, het gevoel dat de wereld déugt!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden