Opinie

’Mijn naam is Rachel Corrie’: een diep ontroerend politiek pamflet

’Mijn naam is Rachel Corrie’. Bewerking van R.C.’s dagboeken en correspondentie: Alan Rickman en Katherine Vider. Vertaling en spel: Laura van Dolron. NNT/Bellevue. Lunchtheater te Amsterdam t/m 3/2. www.lunchtheater.nl

Natuurlijk is het een contradictio in terminis: een diep ontroerend politiek pamflet. Dat over een voorstelling zeggen is niet zomaar raar, het is een innerlijke tegenspraak die zelfs vloekt. En toch. Ik kan maar geen uitdrukking verzinnen die beter de uitwerking weergeeft die ’Mijn naam is Rachel Corrie’ op mij had.

Laat ik een poging doen het te verklaren. In 2003 was er het tragische incident van de Amerikaanse studente, onze titelheldin, die zich als een levend schild opstelde voor een Palestijns huis dat door het Israëlische leger platgewalst dreigde te worden. En toen lafhartig door die bulldozer werd vermorzeld.

Rachel Corrie was 23 jaar. Te jong en onbekend voor een martelares. Het fatale voorval werd enkel wereldnieuws omdat zij, zoals zijzelf stelde, het privilege genoot een Amerikaanse te zijn. Datzelfde privilege betekende dat zij dagboeken en een uitgebreide correspondentie kon bijhouden. Die in 2005 door een Britse acteur en toneelschrijfster voor toneel zijn bewerkt.

En zo kunnen we meegroeien met een stronteigenwijs meisje, dat in staat is van elk kamertje een psychotische hel te maken; dat zich erover verbaast dat alleen op de lagere school de regel gold: iedereen moet zich helemaal veilig voelen; wier politieke gevoel ontwaakt door de ontdekking dat zalmen een gat in een buis gebruiken om, tegen de stroom in, vanuit een kweekvijver terug te zwemmen naar zee.

Dan gaat ze naar Israël, naar de Gazastrook, om er Palestijnse burgers bij te staan. Haar aanvankelijke naiviteit rijpt snel tot een verfrissende realiteitszin. Waarom, verwondert zij zich, wordt nooit een wezenlijk onderscheid gemaakt tussen de Israëlische Staat en het Joodse volk. En als niet alleen Palestijnse kindertjes maar ook zwaarbewapende Israëlische soldaten haar vrolijk vragen What’s your name?, beseft ze: „Wij zijn allemaal kinderen.”

Of wakker worden in een huis waar weer eens een slaapkamer is weggeschoten te midden van een kluwen familie die geen cent van haar wil hebben, knus onder een kluwen dekens. Zulke ervaringen zijn voor haar een afdoend antwoord op het verwijt van gewelddadigheid: als er iets geweldloos verzet mag heten, dan is het wel hun blijmoedige doorleven en gastvrijheid ondanks alle ellende.

Het is de eenvoud van haar observaties die een lijfelijke afkeer afdwingt omtrent het zo nodeloos ingewikkeld dooremmerende conflict. Tegelijk zijn het de onbevangen blik en dwarse humor waarmee ze zowel zichzelf als de bezorgdheid van haar ouders bekijkt, die diep raakt. Met tranen in de ogen vraag ik me af waarom we niet onmiddellijk met z’n allen voor zo’n bulldozer gaan staan.

Geprikkeld zeker ook door het spel van Laura van Dolron. Die heeft niet veel nodig. Een stoel, haar dagelijkse kloffie, een flesje water. Eerder heeft me dat quasi-alledaagse als een al te gekunsteld zie-ons-eens-gewoon-doen-op-toneel wel tegengestaan in Van Dolrons theaterwerk, maar hier valt haar onopgesmukte speelstijl volmaakt op zijn plek. Hier speelt Van Dolron niet zichzelf, maar zet zij iemand neer die zij zelf had kunnen zijn. Zij geeft het toeval van leven en dood een gezicht. Dat zij het – anders dan Rachel Corrie – kan navertellen, is aangrijpend. Ook als theater.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden