Mijn koninkrijk voor een kerk

In het begin van het christendom was er alleen de beweging van Jezus. Daaruit ontstond de kerk - die naast de beweging twee millennia overleefde.

Sam Janse (1949) is bijbelwetenschapper. Hij publiceert regelmatig in Letter&Geest. Hij schreef 'De tegenstem van Jezus. Over geweld in het Nieuwe Testament' (2006).

Is de kerk bij Jezus begonnen? In elk geval is de kerk zonder Jezus niet te denken. Maar het was toch meer een beweging, die bonte verzameling van mensen die in een merkwaardige stoet meeliepen: prostituees, corrupte belastingambtenaren, notoire zondaars, blinden en lammen en nog andere marginalen. De tokkies van Galilea. Jezus viel op door de bijzondere pluimage van de vreemde vogels die achter hem aan kwamen.

Het kon ook anders. De broeders van Qumran trokken niet rond. Ze hadden zich als de laatste ware gelovigen teruggetrokken in een kloosterachtige nederzetting in de woestijn bij de Dode Zee. De organisatie was hecht en de selectiecriteria waren streng. Nieuwkomers moesten een soort noviciaat van twee jaar ondergaan om hun geschiktheid en volharding te tonen. Kinderen, gehandicapten en gestoorden waren niet welkom in de bijeenkomsten. Vrouwen bleven op de achtergrond.

Het contrast met Jezus' beweging kon op dit punt niet groter zijn. Gehandicapten, asocialen en schurken werden niet teruggestuurd. Vrouwen speelden een belangrijke rol. Anders dan de groep van Qumran had deze rondtrekkende gemeenschap weinig structuur. Dat hoefde ook niet, want zoals zoveel bewegingen dreef deze groep op het charisma van de leider en het enthousiasme van de volgelingen. Zonder Jezus stelde de beweging niets voor. Wel waren er twaalf discipelen, maar de groep bleef verder een 'platte organisatie', voor zover er überhaupt sprake was van organisatie.

De charismaticus brengt doorgaans een besef van urgentie mee. 'Het koninkrijk van God is nabij gekomen', riep Jezus. In breder perspectief moeten we de profeet uit Nazareth typeren als een apocalypticus. De wereld loopt op haar laatste benen, het gaat van kwaad tot erger en het zal in de toekomst nog alleen maar moeilijker worden, de macht van Satan zal nog verder toenemen. Zo gaat het naar het absolute dieptepunt. De boodschap was herkenbaar voor de Galilese boertjes die zuchtten onder de politiek van de Romeinen en hun zetbazen.

Anders dan de revolutionairen van zijn tijd greep Jezus niet naar de wapens. Hij verwachtte een ander soort van bevrijding. Als ik het vraag stuurt mijn Vader me 'meer dan twaalf legioenen engelen', zei Jezus tegen zijn discipelen, maar hij deed het niet. Verlossing zou van een andere kant komen, van Boven. Die zou ook verder gaan dan bevrijding van een onderdrukker. De ergste vijand zit altijd van binnen, had Jezus met Etty Hillesum kunnen zeggen. Het kon trouwens niet lang meer duren. Belangrijk was het om vol te houden. Want 'wie volhardt tot het einde zal behouden worden'.

Bewegingen als die van Jezus leven onder hoogspanning. Dat geeft relevantie:

wie nu niet instapt, mist de boot. Doorgaans worden ernstiger metaforen gebruikt. "De bijl ligt al aan de wortel van de boom", riep Johannes de Doper, een andere charismaticus uit de eerste eeuw van onze jaartelling. Maar hoogspanning kan niet lang duren. Mensen houden het maar korte tijd vol om te horen dat het nu gebeuren moet en dat het nu gebeuren gaat: Het Koninkrijk, Het Einde Der Tijden, De Grote Afrekening, Armageddon.

Wat gebeurt er met de beweging als de jaren voorbijgaan? Het besef van het momentum kan vervagen. De einddatum kan een paar keer verschuiven, maar op een gegeven moment verliest de rekenaar zijn geloofwaardigheid. Dan wordt de theorie bijgesteld en stelt men zich in op een langer verblijf hier op aarde. De groei topt dan ook vaak af. Ook de dood van de charismaticus kan een crisis bewerken.

Crisis was het inderdaad na Jezus' dood: het loslopende volk dreigde uiteen te vallen. De intimi rond Jezus hadden zich ook niet van hun beste kant laten zien. Geruchten over verraad en verloochening door zijn vertrouwelingen deden de ronde.

Toch overleefde de groep. Vrouwen vertelden dat ze na die Slechte Vrijdag de Heer hadden gezien. In levenden lijve. De crisis werd overwonnen. Was de opstanding van deze gekruisigde niet een aanwijzing dat Gods kracht zich in zwakheid manifesteert? Zo zou Paulus het later zeggen. Het was de totale omkering van het Romeinse macho-denken, een Umwertung aller Werte. Dat moest de wereld weten. Blijkbaar was het een alternatief voor de bestaande prestatiemaatschappij: de groep beleefde een spectaculaire groei, eerst onder de Joden, maar later vooral onder de niet-Joodse bevolking van het Romeinse Rijk.

Volgens de rooms-katholieke theologie was deze overwinning van de crisis vooral te danken aan het feit dat Jezus het al voor zijn dood goed had geregeld en zijn volmachten netjes had overgedragen aan Petrus en zijn mede-apostelen. Jezus benoemt dus de eerste paus en vanaf Petrus gaat de apostolische successie ononderbroken door tot nu toe. De kerntekst daarvoor is een woord van Jezus: "Jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen". Petrus zou de sleutels van het hemels koninkrijk krijgen. De paus als vicarius Christi, de plaatsvervanger van Christus op aarde.

Het is jammer voor deze theorie dat de meeste bijbelwetenschappers deze woorden beschouwen als een uitspraak die door de vroege kerk in de mond van Jezus is gelegd. Inderdaad past het niet goed bij het beeld van Jezus als een apocalyptische charismaticus die uitzag naar een spoedige doorbraak van het Koninkrijk van God. Jezus verwachtte geen kerk, maar een koninkrijk. Als deze bijbelgeleerden gelijk hebben, en veel pleit daarvoor, dan kunnen we de vinger leggen bij een poging van de vroege kerk om in het reine te komen met deze nieuwe werkelijkheid, waarin het Koninkrijk uitbleef en een kerk ontstond. Helemaal willekeurig was deze poging ook niet. Had Jezus niet iets over samenleven als broeders en zusters gezegd?

Dit is in grote lijnen wat we in de vroege kerk zien. De Heer bleef weg. Zijn Koninkrijk liet nog op zich wachten. Toch bleek de verkondiging van dat Koninkrijk power te hebben, 'Geest', zeiden de eerste christenen. De numerieke aanwas van de gelovigen ging door. Dat vroeg om organisatie. We zien het in de brieven van Paulus voorzichtig op gang komen. De structuur bleef voorlopig nog eenvoudig. Plaatselijk werd er iets geregeld. Iemand moest de verantwoordelijkheid nemen voor de samenkomsten, de armen- en ziekenzorg, de missionaire opdracht. In deze fase spelen vrouwen nog steeds een grote rol. Christenen kwamen samen bij gemeenteleden met een ruim huis, waar de mater familias over vele zaken de scepter zwaaide. Zij zal waarschijnlijk wel meer gedaan hebben dan voor de bijeenkomsten de stoelen aanslepen.

De jonge gemeenten moesten ook richtlijnen krijgen voor het leven in een heidense omgeving. Grenzen moesten worden afgebakend. Of de leiders van deze gemeenten ledenregisters bijhielden is onduidelijk, maar wie bij de gemeente wilde horen werd gedoopt. Daarmee ging een heiden de grens over en kwam de kerk binnen. En dat verplichtte. Wie gedoopt werd, beloofde 'zijn oude leven af te leggen', als was het een oude jas. Het nieuwe gewaad verplichtte tot een nieuw leven.

In Paulus' eerste brief aan de gemeente van Korinthe schrijft hij over iemand die samenleeft met zijn stiefmoeder. Ongehoord, zegt hij, zelfs onder de heidenen komt het niet voor: 'Doe zo iemand uit uw midden weg'. Ongetwijfeld na vermaan en herhaald vermaan, maar dan moet de beslissing toch vallen.

Is hier iets van de beweging van Jezus verloren gegaan? Het lijkt me van wel. Maar het was onvermijdelijk, gezien de veranderde situatie. Jezus zet de deur voor de corrupte belastingambtenaar Zacheüs open, maar wat nu als Zacheüs in zijn latere leven toch weer teruggevallen was? Het leven van Jezus was te kort om deze casus te behandelen, maar Paulus kreeg ermee te maken. Er ontstaat een gemeente met duidelijk afgebakende grenzen. Er zijn gelovigen en ongelovigen. Er is binnen en er is buiten. Hier kunnen we van de paradox van het instituut spreken: de beweging kan na de dood van de charismaticus niet verder, tenzij er enigerlei vorm van institutionalisering komt, maar juist deze institutionalisering bedreigt het karakter van de beweging.

In de latere boeken van het Nieuwe Testament zien we de verdere ontwikkeling. De nadruk komt te liggen op het gezag van de ambtsdragers en de overdracht van de traditie. De rol van vrouwen wordt teruggedrongen: ze passen niet in dit plaatje van ambt en instituut. Ze zullen behouden worden door kinderen te baren, lezen we. Ook in de boodschap verandert er iets. De eindtijdverwachting wordt niet geloochend, maar verliest aan intensiteit.

De kerk beweegt zich duidelijk in de richting van een hiërarchie. Ignatius, de bisschop van Antiochië, wordt rond 110 n. Chr. op transport gezet naar Rome, waar hij de marteldood zal sterven. In zijn brieven roept hij christenen op standvastig te blijven in het geloof. Dat impliceert trouw aan de bisschop, want hij vertegenwoordigt Christus. Binnen een eeuw na het afscheid van de Meester is er een heel kerkelijk apparaat met ambten en functies ontstaan. De beweging van Jezus heeft trekken van het instituut van Qumran gekregen.

Zo'n ontwikkeling heeft haar prijs en roept doorgaans ook verzet op. Is er niet iets wezenlijks van vroeger verloren gegaan? Iets dergelijks zien we in de tweede eeuw gebeuren in het montanisme. In Pepuza, in het hart van wat nu Turkije heet, wordt het Koninkrijk van God verwacht. Montanus is de profeet die namens God spreekt, en extase is een van de kenmerken van de nieuwe beweging. Het kan niet toevallig zijn: ook vrouwen spelen er een leidende rol in. De profetessen Priscilla en Maximilla krijgen soms ook de Geest. De tijd is kort, want de Heer zal spoedig weerkomen.

De officiële kerk stond er niet sympathiek tegenover. De hiërarchie zei gezag te hebben en vroeg gehoorzaamheid. Daarin pasten geen charismatici die met een beroep op de Geest beslissende woorden spraken. Als die gesproken moesten worden, zou de bisschop het wel doen. Stel je voor dat iedereen, vrouwen incluis, van alles kon gaan roepen in de kerk.

Lastig was het wel dat de montanisten zich op zoveel bijbelteksten konden beroepen. Had Jezus niet de spoedige komst van het koninkrijk verkondigd? Waren er in Oude en Nieuwe Testament geen profeten en zelfs profetessen geweest? Had Paulus in zijn brieven aan de

Korintiërs extase en tongentaal niet erkend als uitingen van de Geest? Het zijn de steken die de beweging uit kan delen aan het instituut dat als beweging begonnen is.

Hier botste charisma op ambt, beweging op instituut, toekomstverwachting op kerkopbouw. Maar het instituut won. Het montanisme was een steekvlam die hoog oplaaide, spoedig doofde, nog een tijdlang nasmeulde en uiteindelijk verdween.

Dat het montanisme verdween, is misschien te veel gezegd. Het staat voor alle bewegingen die het instituut, dat dreigt te verstarren en te verstenen, open willen breken. Bepaalde pinkstergroepen worden wel neomontanistisch genoemd. Ook de kloosterorden van de middeleeuwse kerk zijn vernieuwingsbewegingen die terug wilden naar het pure begin van Jezus en zijn eerste volgelingen. Figuren als Franciscus van Assisi en later Maarten Luther wilden niet anders. Het methodisme van de achttiende eeuw en de pinksterbeweging van de laatste honderd jaar zijn recentere voorbeelden. Misschien zal paus Franciscus later ook als inspirator van een beweging genoemd worden.

Het is de kerk niet altijd gelukt om de beweging binnenboord te houden. Soms vond ze de beweging te gevaarlijk voor haar voortbestaan als instituut. Franciscus werd uiteindelijk omhelsd en Luther verketterd. Het blijft in elk geval opvallend dat een timmerman uit Nazareth van tweeduizend jaar geleden nog steeds van zich doet horen. De journalist Eric Chaline schreef in 2011 het boek 'History's Worst Predictions and the People Who Made Them'. Een van de historische blunders is volgens hem dat Jezus het naderend wereldeinde voorspelde. Diepgravend is het boek niet, maar grotere geesten hebben iets dergelijks gezegd.

Is aan deze Jezus nog veel inspiratie te ontlenen? De nieuwtestamenticus Albert Schweitzer had in 1906 naam gemaakt met zijn boek 'Geschichte der Leben-Jesu-Forschung'. Zijn onthutsende conclusie was dat het Jezusbeeld van de negentiende-eeuwse theologie opvallend goed aansloot bij de morele en culturele standaarden van die tijd. Jezus was een verantwoordelijk burger geworden die de christelijke deugden verkondigde en beoefende.

Schweitzer zette een heel ander beeld van Jezus neer. De man uit Galilea was een apocalypticus die absoluut niet paste bij de burgerlijke idealen en standaarden van het negentiende-eeuwse Europa. Een vreemde Jezus. Toch is het deze vreemde Jezus die de ziel van Schweitzer verontrust en hem, 30 jaar oud, zich laat afvragen of hij op het goede spoor zit. Hij is dan al een autoriteit op zijn vakgebied en daarnaast een gezaghebbend interpreet en vertolker van Bachs muziek. Maar een woord van Jezus raakt hem: "Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zal het behouden". Hij vraagt zich af wat dat voor hem kan betekenen en als hij toevallig het blad van het Parijse Zendingsgenootschap onder ogen krijgt waarin om een tropenarts gevraagd wordt, weet hij het. Hij schrijft zich in voor de studie medicijnen en komt uiteindelijk in Lambaréné, West-Afrika, terecht.

Naast Schweitzer zijn er anderen te noemen, ook in het geseculariseerde Westen. Natuurlijk de grote ikonen van het moderne christendom: Dietrich Bonhoeffer, Martin Luther King, Moeder Teresa. Maar ook anderen, van wie niemand ooit had gehoord maar die in het nieuws komen omdat ze in het inferno van oorlog op hun post blijven. Pater Frans in Homs, vermoord door jihadisten, zuster Nazareth die in de hel van Aleppo troost blijft bieden. Het christendom heeft geen monopolie op barmhartigheid en naastenliefde en moet dat ook niet beweren. Maar twee millennia later kunnen mensen blijkbaar nog steeds geraakt worden door de weg en de woorden van Jezus.

Het moet een hele geruststelling voor christenen zijn dat het de mannen van het instituut blijkbaar niet lukt om de beweging tot stilstand te brengen en haar inspirator het zwijgen op te leggen. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat het zonder het instituut waarschijnlijk ook niet gelukt was om Jezus' woorden tweeduizend jaar verder te dragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden