Mijn iPhone zegt dat dit een zandhagedis is

Conservatieve natuurbelevers zijn bang dat met de introductie van de smartphone de ’echte ervaring’ verdwijnt. Maar volgens moderne struiners voegen de digitale gidsen juist diepte toe.

Hans Marijnissen

Wie een beetje voorbereid een lange wandeling maakt, heeft minstens een routekaart bij zich. Liefst opgenomen in een gidsje met informatie over de ontstaansgeschiedenis van het landschap, wat lokale verhalen en beschrijvingen van flora en fauna. Liefhebbers van vogels, bomen, planten, amfibieën of vlinders hebben daarnaast een determinatiegidsje in de rugzak om onderweg de dingen bij de naam te kunnen noemen. Tel daarbij op het gewicht van een foto- of videocamera, en een wandelaar heeft zo maar twee kilo aan ’bagage’ bij zich, de regenkleding en lunch nog niet eens meegerekend.

De komst van de smartphone gaat de komende jaren een einde maken aan het gebruik van papieren bronnen in het veld. De determinatiegidsen waren al op cd-rom en worden nu een voor een bewerkt tot applicaties (app’s) voor smartphones, net als geografische kaarten, zodat in combinatie met de GPS-functie prima ’met de telefoon’ gewandeld kan worden. En de foto- en video-mogelijkheden van de smartphones worden steeds beter.

Hoewel sommige natuurbelevers de hakken in het zand zetten als het gaat om het groene smartphone-gebruik, zijn de professionals als boswachters en onderzoekers al om. En zij verwachten dat het gebruik de komende jaren alleen maar, en zeer snel, zal toenemen. Omdat de mogelijkheden en toepassingen ook sterk zullen groeien.

Ron van Lammeren had drie jaar geleden nog het idee met een experiment bezig te zijn. De onderzoeker van de Stichting Ruimte voor Geo-Informatie (RGI) die zich ten doel stelt allerhande geografische informatie toegankelijk te maken voor gebruikers, ontwikkelde een zogeheten ’digitale wichelroede’. Op een smartphone legde hij twee wandelingen vast, eentje langs de Leidsche Rijn en een over de Grebbelinie. De gebruikers konden via de navigatie-functie van hun smartphone de uitgezette route volgen, zoals de TomTom automobilisten door de stad stuurt. Maar de wandelaars hadden ook de optie een eigen route vast te leggen (via tracking) waarna het apparaat hen volgens die route door het gebied loodste. „We koppelden drie jaar geleden voor het eerst allerlei bestaande informatie van het Nederlands Wegenbestand, de Wielrijdersbond maar ook het plaatselijke VVV aan de route, en produceerden zelf informatie over de locaties waar de wandeling langs liep”, zegt Van Lammeren. „Die producties bestonden uit geluid, we hebben hele hoorspelen toegevoegd. Maar ook uit foto’s en video’s.”

Het mooie van de informatieverstrekking via smartphone is dat de verstrekker van de informatie het gebruik van bepaalde opties kan meten, en zo kan zien waaraan behoefte is. „In ons experiment was het korte hoorspel bijvoorbeeld weinig populair. Zelfs de beperkte duur was voor wandelaars te lang. Dat is heel waardevolle informatie die je weer kunt gebruiken bij de ontwikkeling van nieuw materiaal.”

Wat nog aantrekkelijker is bij het gebruik van smartphones is het tweerichtingverkeer met de gebruiker. „Deze hoeft niet alleen informatie af te nemen, maar kan deze ook toevoegen.” Een wandeling bijvoorbeeld kan aangekleed worden met lokale verhalen van buurtbewoners, historische foto’s uit de keukenla, maar ook met gegevens die tijdens de wandeling zijn vastgelegd. Een met de smartphone gemaakte foto van een zeldzame paddestoel of een buizerd met prooi kan door de wandelaar eigenhandig worden toegevoegd.”

Anne Schmidt van het Centrum voor Geo-informatie, onderdeel van de Wageningen Universiteit, heeft in opdracht van het toenmalig ministerie van LNV zojuist een groot onderzoek afgerond naar de mogelijkheden van de nieuwe techniek voor de Natura 2000-gebieden, het Europese netwerk van beschermde natuurreservaten. „We hebben met name onderzocht wat smartphones kunnen betekenen op het gebied van burgerparticipatie. Daar is een toepassing uit voortgekomen waarin belanghebbenden als boeren en omwonenden virtuele layers kunnen raadplegen, niveaus waarop plaatsgebonden informatie staat. Op niveau 1 is te zien waar de Natura 2000-gebieden in Nederland liggen, niveau 2 laat de gedetailleerde kaart van de gebieden zien, niveau 3 toont het dichtstbijzijnde gebied, met luchtfoto’s waarop de begrenzing is te zien. Aan de kaarten zijn alle habitat-kenmerken gekoppeld, en de soorten die daarin voorkomen. En ook de beleidsmaatregelen die die soorten moeten beschermen. De applicatie wordt nog niet gebruikt, maar kan zo worden toegepast.”

Juist de interactie met burgers kan deze applicatie interessant maken, zegt Schmidt. „Omdat smartphones verbinding kunnen maken via internet is bijvoorbeeld een koppeling te maken met waarneming.nl., waar nu al alle door particulieren waargenomen vogels, zoogdieren, reptielen en vlinders worden verzameld. Of met natuurkalender.nl, dat aan de hand van waarnemingen ecologische veranderingen in beeld brengt.” Burgers ’in het veld’ zouden via hun smartphone de eerste krokus kunnen vastleggen en doorsturen, maar ook, en misschien belangrijker, de eerste eikenprocessierupsen kunnen signaleren. En nog een stap verder: een aangetroffen fuik van een stroper of een dumping van chemisch afval.

Die mogelijkheid sluit aan bij het pleidooi dat Frans Leeuw vorig jaar in Trouw deed voor ’crowd sourcing’ bij milieuhandhaving. De directeur van het WODC, het onderzoeksbureau van het ministerie van justitie, vindt dat milieuhandhavers veel meer gebruik moeten maken van waarnemingen die deskundige burgers digitaal achterlaten. Zij kunnen de oren en ogen van de inspecteur zijn. Een smartphone is daarbij een fantastisch hulpmiddel.

Bij ETI BioInformatics in Amsterdam wordt dagelijks gewerkt aan het dichterbij brengen van de toekomst. Deze internationale stichting gelieerd aan Unesco wil informatie over biodiversiteit toegankelijk maken. ETI heeft inmiddels zeven applicaties voor de iPhone ontwikkeld. Zo is de complete ’Heukels’ Interactieve Flora van Nederland’ tot app verwerkt, zodat informatie over meer dan 2000 planten in Nederland met ruim 9000 illustraties via de telefoon te raadplegen is. (andere apps: zie kader) En dit is volgens adjunct-directeur Wouter Addink nog maar het begin. „De determinatie-sleutels worden steeds verfijnder. Stelt de iPhone straks via GPS vast dat de gebruiker in de duinen staat, dan zoekt het systeem alleen in de soorten die in dat specifieke gebied voorkomen. Maar het wordt ook mogelijk een zang op te nemen, waarna de app toont om welke vogel het gaat. Het is nu nog te kostbaar, maar de techniek is er al die het mogelijk maakt met een smartphone een hagedis te fotografen, waarna de app toont dat het hier om een zandhagedis gaat.”

De smartphones kunnen volgens Addink een uitkomst zijn voor musea en herbariums die planten niet langer hoeven te plukken en te drogen, maar direct op foto kunnen vastleggen en labelen. Ook uit Afrika is grote belangstelling omdat real life monitoring in wildparken en natuurreservaten mogelijk wordt. Maar Addink vergeet de particulier niet. Binnenkort brengt hij een app met Nederlandse tuinvogels uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden