Mijn hotel aan de Van Eeghenstraat

Wanda Reisel is nooit opgehouden met te denken dat ze in een hotel opgroeide. Zo herinnert ze zich het huis met de vele kamers, een etensliftje en een bellenbord, waar ze begon 'een leven te leven waarin het werkelijke altijd aangevuld werd met het imaginaire'.

Schrijvers Elke Geurts, Maartje Wortel, Wanda Reisel, Marjolijn van Heemstra, Olaf Stomp, Ernest van der Kwast en Karin Sitalsing maakten voor Zomertijd een verhaal over waar ze opgroeiden. Willen ze ooit terug? Roept hun oude woonplaats weerzin op of hebben ze heimwee? Vandaag a¿evering 6.

Het Curaçao waar ik geboren ben is een plek in mijn geheugen die alleen zichtbaar kan worden gemaakt door middel van een hersenscan. Daar zal dan - lichtblauw - een peul oplichten, omringd door een opspattende zee. Voor de werkelijkheid van die periode ben ik bijna helemaal afhankelijk van de herinneringen van anderen. Maar twee herinneringen moeten wel uit die tijd stammen: de ene betreft de rinse smaak van de harige tamarindevrucht; ik ben drie of vier jaar, de kinderen gooien stokken in de donkere boom op het speelplein. De tweede herinnering onthult het sprookjeshuis van mevrouw Sterental: een ronde bungalow met een zwembadblauwe sloot eromheen waarin prachtige goudvissen, via een paar stepping stones kom je bij de voordeur. De koele en heel donkere schaduw van de tamarindeboom op het schoolplein; het slotgrachtje fel lichtblauw en zonnig, binnen in het witgepleisterde bungalowtje woont een kip die gouden eieren kan leggen.

Beide herinneringen stralen een geluk uit zoals alleen een kind kan ervaren, een opwinding over iets nieuws en vreemds die gepaard gaat met een eindeloze verwachting. Opwinding, geluk en verwachting verbinden een plek met een leeftijd en daarmee met een heel tijdperk. Mijn herinneringen zijn, weet ik, opgetuigd met beelden uit de tweede hand, verzinsels, foto's, familiefilmpjes, droomflarden. In mijn fotoalbum zie ik wel dat ik het kind op de foto's ben, maar ik herinner mezelf daar niet.

In Amsterdam, waar ik arriveer als ik vier ben, komt mijn eigen geheugen op stoom. Ik ga in 1960 naar de kleuterschool die aan een straat ligt die de grens tussen Zuid en het kersverse Buitenveldert markeert. Drijfzand en heien horen bij mijn opgroeien. Het is een tijd waarin het geluid van hei-installaties me vertrouwd is. Nog steeds als er ergens wordt geheid, moet ik stil blijven staan, geniet ik van het heien als een gelukkig geluid dat mijn jeugd naar boven stampt. Ons schoolgebouw was een 'noodgebouw', een barak, die dienstdeed totdat de moderne stenen school klaar was. Ik weet nog precies hoe de donkere verweerde planken in de gang van mijn kleuterschoolbarak eruitzien, ik zie de kleerhaakjes voor me en de drie of vier kinder-wc's op de gang, het linoleum op de vloer, de ronde formica tafels met de zwarte rand eromheen, de kastjes met speelgoed en boekjes, het terrarium met daarin verscholen de wandelende tak, het hoekje met een halfronde bank waar juffie verhalen vertelt en waar je kan zitten punniken. Dit laatste is een zinledige bezigheid, een houten punnikklosje in de vorm van een paddestoel met een gat door zijn hoed en steel en met bovenop rond het gat een stuk of zes kleine kopspijkertjes. Door een draadje wol, op een manier die ik nu vergeten ben, langs die spijkertjes te leggen en met een haaknaald het draadje telkens naar een overliggend spijkertje te verleggen ontstaat een roodwollen punniksel dat onder uit de steel tevoorschijn komt. Het uitprikken van figuren op een dik stuk grijs vilt

met een kartelrand. De harde opgedroogde verf op je verfschort. De gaatjesplaat van de gevelkachel in de klas. De juf die op mijn moeder lijkt. Het heien, het sinistere van de begraafplaats aan de overkant, de waarschuwingen over het drijfzand, het omgaan met die andere wezens dan mijn eigen moeder en vader, broers en zussen. Alles klopt. Ik ben autonoom.

Ik woon nog steeds in de stad waarin ik schoolging en studeerde, en ik ben niet opgehouden te denken dat ik in een hotel opgroeide, in een huis met veel kamers waar mijn verbeelding mij meetrok en ik begonnen ben een leven te leven waarin het werkelijke altijd aangevuld werd met het imaginaire. Omdat een leven zonder verwachtingen, zonder uitzicht op het volgende dal en de volgende berg, net zo onbestaanbaar voor mij was als dat er geen volgende dag zou aanbreken. Het imaginaire is geen vlucht maar een gretigheid, en drukt de wil tot leven uit. Het is de belofte van het geluk die ouders hun kinderen geven, een pauwestaart waarvan de veren zich eindeloos zullen ontvouwen.

Ik ben nooit opgehouden te denken dat ik in een hotel opgroeide. Er liep een etensliftje door het huis in de Van Eeghenstraat, en er hing in het souterrain een ouderwets bellenbord achter glas met cijfers maar die correspondeerden niet meer met de kamers (wel in 1905 toen er een bellenkoord in de hoek van elke kamer hing dat verbonden was met dat bellenbord, daar een kamernummer zichtbaar maakte, zodat het personeel downstairs zich naar boven kon spoeden). Het bellenbord, het trappenhuis met zijn houten balustrades, het marmer van de entree, het glas-in-lood van de massieve voordeur vormden het verleden van het huis.

Nog steeds is het mijn verlangen om in een hotel te wonen, zoals Vladimir Nabokov in

het Palace Hotel in Montreux, Dylan Thomas in het Chelsea Hotel in New York, Joseph Roth in Hotel Eden in Amsterdam. Aan een bureau in een hotelkamer met uitzicht op de daken van een stad of in de verte op een meer of een bos. In stilte je geheugen binnengaan en ineens een of ander hert ontwaren dat een seconde lang met een opgetrokken voorpoot stilhoudt en dan weer aan je aandacht ontsnapt. Dat ene ongrijpbare moment dat later een bron van geluk blijkt te zijn.

Mijn geheugen is een zolder waar ik rondloop en probeer in het halfduister iets te onderscheiden. Het beslaat veel donkere en mistige vlekken en op een paar plekken valt een streep licht. Inmiddels is het een lukrake verzameling, schots en scheef, half weggezet of ondergeschoven tot nader order. Tijd is gemaakt van spul dat, zodra je het probeert te pakken, verpulvert en verdwijnt. Een oude hutkoffer met halfvergane stickers van de Holland-Amerika Lijn, donkerrode en blauwe fotoalbums met spinnewebbenpapier, stapels langspeelplaten, fototoestellen en een filmtoestel in een leren tas liggen al jaren bestoft en onaangeroerd op dezelfde planken. Elk voorwerp waar mijn oog op valt licht even op en wil zijn verhaal vertellen over de tijd waarin het gebruikt werd, door welke handen aangeraakt en waar het allemaal is geweest, welke hotelkamers het van binnen heeft gezien, toen het nog geliefd was en wanneer en door wie het werd afgedankt. Licht valt ook op mensen die ik heb gekend, dierbaren die overleden zijn of mensen met wie het contact verloren is gegaan, familie, vrienden, geliefden. Van die mensen vind ik op die zolder beelden terug uit de tijd toen we een geheel vormden.

Vijftien jaar heb ik in ons huis aan het park gewoond. Nadat mijn moeder het in 1977 had verlaten, herbergde het tien jaar een faculteit van de Vrije Universiteit. Daarna werd het verkocht aan een computerbedrijf. En nog later huisde er een advocatenkantoor.

Maar verkocht of niet, het huis bleef van mij. Meermaals heb ik er aangebeld en mocht ik nog even door de kamers en de gangen dwalen. Er was niet veel veranderd, er stonden alleen andere bureaus, er werkten andere mensen, maar meer niet. Het huis was een organisme dat voortleefde.

In de zomer van 2015 zagen mijn jongste en oudste broer de voordeur openstaan: er waren slopers aan het werk. Alle kamers op de etages waren doorgebroken, de hele binnenkant, van de ingebouwde kasten, het stuc van de plafonds tot de tussenmuren, bleek gestript, tot op de naakte baksteen van 1905. Alleen de balustraden van het trappenhuis en het glas-in-lood hadden het overleefd.

Vreemd genoeg overviel me geen schok, geen spijt of melancholie bij het zien van de foto's die mijn broers van het uitgeklede en onttakelde huis hadden gemaakt. De kale etages ademden juist een nieuwe weidsheid: het huis zoals ik het kende - een oude elegante vrouw, aan wie haar vroegere schoonheid nog was af te lezen, naakt poserend met een paar van haar juwelen om - was overleden. Maar de ziel ervan zat nu voorgoed en exclusief in onze hoofden, en in de herinnering van al diegenen die er ooit waren geweest, er hadden gegeten, gespeeld, gelogeerd, geleefd.

Het is de belofte van het geluk die ouders hun kinderen geven, een pauwestaart waarvan de veren zich eindeloos zullen ontvouwen

De fotograaf

Lotte van Uittert (24) zit in het afstudeerjaar van de KABK in Den Haag. Met haar foto's wil ze een nieuwe interpretatie geven aan dagelijkse dingen. "Ik vergroot onderwerpen uit en ensceneer ze. Ik wil de kijker ruimte geven om een verhaal zelf in te vullen." Voor de foto's op deze pagina's ging ze naar een hotel in Den Haag. "Ik wilde een moderne versie maken van de foto's die in het verhaal van Wanda Reisel genoemd worden." Ze schakelde er een anoniem model voor in. "Ik fotografeer mensen vaak als een soort object, het gaat niet over die persoon, maar over een gevoel dat ontstaat."

Lottevanuittert.com

De schrijver

Wanda Reisel werd in 1955 geboren op Curaçao, en groeide op in Amsterdam. Daar volgde ze aan de Theaterschool een regie-opleiding. Ze heeft een tiental toneelstukken geschreven. In 1986 debuteerde ze als prozaschrijver met 'Jacobi's tocht'. In 2007 won ze de Anna Bijnsprijs voor 'Witte liefde'. In 2015 verscheen haar tiende roman 'Liefde tussen 5 en 7'. De boeken van Wanda Reisel gaan over bedrog en zelfbedrog.

Deze serie wordt geïllustreerd door studenten fotografie van drie verschillende academies.

Het huis zoals ik het kende - een oude vrouw, aan wie haar vroegere schoonheid nog was af te lezen, naakt poserend met haar juwelen om - was overleden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden