Column

Mijn hoogbegaafde peuter zei op school helemaal niets, geen woord

Kleuters in de kring, zo begint elke schooldag in groep 1/2.Beeld anp

Hoe gaat het nu met je vier hoogbegaafde dochters? Dat wordt nogal eens gevraagd nadat ik twee jaar geleden een aantal columns aan hen wijdde. De 2-jarige is nu 4 en gaat na de zomervakantie naar groep 3. 

Ik maakte me een jaar geleden best wel zorgen over mijn peuter. Haar gedrag destijds op de peuterspeelzaal was raar. Ze praatte er niet. Geen boe, geen bah, niets. Geen hoi, geen doei, niets. Niet tegen de juf, niet tegen de andere kindjes en binnen de muren van de peuterspeelzaal zelfs niet tegen mij. Of fluisterend, heel zachtjes.

Waarom? Ja, dat vroeg ik me ook af. Ze had zo’n zin om naar de peuterspeelzaal te gaan. Ze was in de zomervakantie de dagen aan het aftellen. En telkens als we langs het gebouw reden, zei ze: “Ik mag straks ook naar school.” Toen het eindelijk zo ver was, met 2 jaar en 9 maanden oud, klapte ze helemaal dicht.

Geen woord heeft ze gezegd. Ze deed ook niet echt mee met de activiteiten. Mijn vrolijke, praatgrage meisje veranderde op de peuterspeelzaal in een lusteloos angstig kippetje. De leidsters hadden speciaal moeilijke puzzels voor haar gepakt, deden af en toe wat met letters, maar mijn dochter gaf geen enkele sjoege.

Vervroegd naar groep 1/2

Huilen bij het afscheid, telkens weer. En ja, dat is met vijf minuten over, zeggen de leidsters dan. Dat weet ik ook wel. Maar het is geen teken van geluk, van lekker op je plek zijn. Als we haar ophaalden, stond ze meestal ergens ongelukkig op de speelplaats. Ze wilde niet buitenspelen, zei de leidster. Ze was namelijk lekker met iets bezig, vertelde dochter zelf achterop de fiets onderweg naar huis, 'maar het was tijd om naar buiten te gaan'. Die verdomde structuren en regels ook altijd. Het meisje is drie, laat haar lekker haar ding doen.

Thuis kletste ze honderduit. We besloten het gesprek met de basisschool over vervroegd naar groep 1 aan te gaan. Met 3 jaar en 3 maanden zaten we daar. Ik had op verzoek een filmpje meegenomen waarop te zien was hoe dochter met mij aan het pim-pam-petten was. Alle letters van het alfabet kende ze al. Rummikub was haar lievelingsspel. School ging akkoord dat ze eerder mocht komen. Ze stelden zelf voor om direct te beginnen, want de peuterspeelzaal deed haar overduidelijk geen goed.

En dan die eerste dag bij de kleuters. Je hoopt dat ze het leuk vindt, dat ze enthousiast raakt, dat ze blij wordt omdat ze niet meer is omgeven door kinderen die onverstaanbaar brabbelen. Maar nee, blijkbaar was ze al dermate ‘getraumatiseerd’ –om maar even een te zwaar woord te gebruiken- dat een vrolijke kleutertijd er ook even niet inzat.

Selectief mutisme

Ook in groep 1 zei ze niets. Helemaal niets. En wederom huilen bij het afscheid. Na enige tijd weer overleg op school. Zelf liet ik de term ‘selectief mutisme’ maar vallen. De deskundige vond het te vroeg om over deze zeldzame angststoornis te spreken, maar het niet praten van dochter was wel een serieus punt van aandacht. Er werd besloten om haar twee oudere zussen af en toe een half uurtje in de klas te halen. En ja hoor, dat werkte.

In bijzijn van een zus ontdooide ze en begon ze –bijna per ongeluk- te praten. Tot verbazing van haar klasgenoten die haar nog nooit wat hadden horen zeggen. Eerst alleen tegen de zus, daarna ook tegen een klasgenoot die in de buurt was, vervolgens –alweer enige tijd verder- ook een beetje tegen juf. Zo gauw haar zus weg was, ging de mond echter weer op slot.

Aan ons de opdracht om er thuis vooral geen ding van te maken. Toch vroeg ik wel eens aan haar waarom ze niets zei op school. “Dat durf ik niet”, zei ze dan.  Waarom niet? “Straks moet juf lachen.” Ik vroeg of juf wel eens om kinderen moet lachen dan. Nee, natuurlijk niet, maar dochter was niet van plan de gok te wagen. Straks is zij de eerste om wie juf keihard moet lachen.

Tomeloos geduld

Dankzij het tomeloze geduld en vertrouwen op een goede afloop van de liefdevolle juffen is het uiteindelijk toch goed gekomen. Na een half jaar ongeveer gaf ze af en toe antwoord op een vraag. Maar alleen veilige vragen, zoals welke dag is het vandaag. Dingen die ze wist en waarvan het antwoord niet fout of grappig kon zijn. Dat ze als enige in de klas in stapjes van twee kon tellen, vond ze leuk.

Stapje voor stapje ging ze verder. Heeft het ‘niet-praten’ iets te maken met hoogbegaafdheid? Geen idee. Ik weet wel dat ze veel meer denkt dan de gemiddelde kleuter, dat ze veel meer besef heeft van haar omgeving dan een gemiddelde kleuter, dat ze super gevoelig is voor alles om haar heen zoals zoveel hoogbegaafde kinderen. Ze neemt alles in zich op en overdenkt de consequenties van wat er eventueel kan gaan gebeuren.

Inmiddels praat onze kleuter gewoon op school. Nog niet het hoogste woord, dat niet. Dat bewaart ze voor thuis. In detail horen we de dan bijvoorbeeld hoe juf de avonturen voorleest van Pluk, Aagje, mevrouw Helderder en Krullevaar, die net op tijd gered werd en dus niet dood ging. En dat roept natuurlijk weer vragen op, die ze op school (nog?) niet stelt maar thuis gelukkig wel: “Wat gebeurt er met je als je doodgaat mama?” 

Lees ook: 

Een intelligentietest voor peuters, dat is bizar. 

Toch liet ik er een afnemen twee jaar geleden bij mijn dochter van 2 .

Beste meesters en juffen, lieve leerkrachten: Kijk ook om naar hoogbegaafde kinderen

Vorige week schreef ik over mijn oudste op het vwo en deed een oproep aan leerkrachten: Ook hoogbegaafde kinderen hebben jullie hulp en begeleiding nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden