'Mijn hoofd denkt, de mond babbelt, maar waar ben ik?'

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er weinig over. In deze rubriek vertellen mensen wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: alternatief therapeut Theresia Rook.

Koert van der Velde

Wat heeft u beleefd?

„Als kind voelde ik ze al. Ik had vaak het idee dat er iemand achter me stond en ik dacht dat ik schimmen zag. Wat kon ik daar bang van zijn. Maar niemand anders zag ze, en niemand geloofde me. Ik werd een ’fantasiemeisje’ genoemd, en ook ik heb een tijd gedacht dat ik me maar inbeeldde dat er meer was dan je kon zien.

Ik was een jaar over vijf toen ik in bed liggend op zoek ging naar mijn ziel. Als ik wist waar die was, hoefde ik misschien niet meer bang te zijn, dacht ik. Mijn hoofd denkt, mijn mond babbelt, maar waar ben ik? Ik klopte op mijn benen. Waar ben ik?

Een paar jaar later las ik veel boeken – sprookjes, en over God, Jezus en Maria, en over engelen. Ik ging erdoor denken dat engelen vleugels en lange haren hadden, en dat zij het waren, die al mijn hele leven in de buurt waren.

Maar anders dan de naam ’engel’ suggereert, was het niet altijd even leuk wat ik beleefde. Op de rooms-katholieke school moest ik vaak in de kloosterkerk in de buurt naar de mis, en dan moest je door een hele lange gang. Ik kreeg er altijd rillingen en werd doodsbenauwd. Ik had het gevoel dat de er een energie hing van angst en woede. Op mijn vijftiende ben ik eens van een hele hoge, steile trap gevallen. Maar het leek net alsof ik geduwd was. En ik vroeg me af door wat of wie.”

Hebben deze jeugdangsten u beïnvloed?

„Nog steeds kan ik niemand achter me verdragen. Ik wil dat mensen voor me staan. Ik wil de controle hebben. Ik ben de baas. Daarom ga ik ook heel weinig naar uitvoeringen. Als er dan iemand achter me zit en ik hoor diens adem, dan schiet ik weer in de angst. Ik wil het niet meer. Als ik ooit nog eens ga, doe ik alles om ergens aan de buitenkant te kunnen zitten zodat ik weg kan.”

Waardoor worden uw angsten veroorzaakt, gelooft u?

„Ik heb later geleerd contact te hebben met positieve engelenenergie. Tegenwoordig weet ik onmiddellijk als ik iets voel: dit is niet oké. Er bestaat nu eenmaal een niet goede kant, die zich voordoet als licht, maar dat niet is. Zo zijn er overleden zielen die als ze de kans krijgen in je aura gaan zitten. Je hebt bijvoorbeeld iets schokkends meegemaakt. Dan kun je een scheurtje in je aura hebben opgelopen. Een plotseling overleden ziel ziet het en klampt zich eraan vast, toevallig aan jou. Ik heb geleerd volledig te vertrouwen op de engelen, God en Maria, en tegenwoordig kan ik zulke zielen terugsturen naar het licht.”

Gelooft u in beschermengelen?

„Toen ik in 1996 bij de reumatoloog hoorde dat ik behalve een hernia ook de ziekte van Bertrecht had, wist ik dat mijn rugproblemen niet waren ontstaan door die val van de trap. Ik had ontzettende zenuwpijn en in 2007 hebben ze operatief een neurostimulator geïmplanteerd waardoor ik nu voor tachtig procent van de pijn af ben. Toen ik bijkwam voelde ik me als alternatief therapeut even heel nietig met al die deskundigen om mijn bed die het hele systeem in mijn lichaam hadden ingebouwd.

Maar ik wist ook dat goede alternatieve hulpverleners ernaast mogen bestaan. De specialist heeft eens gezegd: ’Mevrouw Rook, u functioneert op uw wilskracht’. Ik dacht, maar heb niet hardop gezegd: en op de engelen. Want daar heb ik een rotsvast vertrouwen in.

Ik heb ontdekt dat ik door de jaren met aanhoudende pijn en het daarom hard voor mezelf zijn – niet zeuren, gewoon doorgaan – mijn gaven om met de engelen contact te hebben maar voor een deel had gebruikt. Ik geloof niet dat de engelen me ervan af hadden kunnen helpen. Het lichaam kan ook mankementen oplopen zonder dat dit uitgelegd hoeft te worden als les van hoger hand. Maar want wat hebben de engelen me gesteund.”

Twijfelt u wel eens of het misschien allemaal fantasie van u is?

„Ik geloof in de engelen, heb er een rotsvast vertrouwen in. Wel weet ik nu dat als ik denk dat engelen vleugels hebben, ik ze ook zo zie, maar dat niet betekent dat ze echt vleugels hebben. Ze passen zich in hun verschijningsvorm aan je verwachtingspatroon aan. Soms, hele kleine momentjes denk ik wel eens: zou het allemaal wel waar zijn? Of is het misschien allemaal maar fantasie? En bijna tegelijk weet ik dan weer zeker: jawel, het is echt waar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden