mijn held

Of u de handtekening van een idool koestert, vroegen we u bij de verhalen over de idolen van Erik de Bruin (Maarten Biesheuvel) en Stijn Fens (Paul McCartney). Hier een selectie uit uw reacties.

Volkomen ontdaan door Bomans
Het lijkt logisch: te verwachten dat je het mysterie van een kunstwerk kunt oplossen door contact te zoeken met de maker. Ik was tien jaar en volkomen ontdaan van het sprookje 'Het lijstermeisje' van Godfried Bomans. Zodra ik het uit had rende ik in wanhoop naar mijn moeder: "Weet jij het adres van Godfried Bomans? Ik moét hem iets vragen namelijk." Mijn moeder zei: "Dat kan helaas niet meer. Hij is overleden." Later had ik bij het bijwonen van een concert soms de ervaring dat de muziek de muzikant kan ontstijgen. Net als de bezoeker staat hij er bij en kijkt hij ernaar. Bij deze, misschien wel spirituele, ervaringen begreep ik nooit wat er gebeurde, maar leerde ik wel dat het kunstwerk los kan komen van de maker, ook als deze nog leeft. Een troost voor wie zijn held niet persoonlijk kan ontmoeten.

Ingrid Goovaerts

Helaas niet samen op de foto
Wanneer precies mijn muzikale held zijn intrede maakte in mijn leven weet ik niet meer exact; ik moet zo'n jaar of 10, 11 zijn geweest toen ik voor het eerst hoorde hoe iemand met één gitaar het geluid van wel vijf of meer instrumenten wist te maken: Les Paul, die 'Lady of Spain' speelde - een waterval van razendsnelle noten, die het startsein waren voor een levenslange bewondering. Pas in 1975 kreeg ik de kans om in Den Haag de man achter dit muzikale en technische vernuft in levende lijve te zien en vooral te horen. Het is toen helaas niet gelukt om samen met hem op de foto te gaan - ik moet het doen met een (bijna) complete reeks cd's, dvd's en mp3 opnames.

René Staal

Zes borrels dronk hij die middag
Wankelend stapte de schrijver uit de trein. Ik mocht hem van het station halen en hem die verdere middag vergezellen. Mijn idool, Bob den Uyl: ik wilde schrijven zoals hij. In zijn brief had hij beloofd om me de kneepjes van het vak bij te brengen. Ik bracht hem naar het Literair Café. Mompelend las hij voor uit zijn werk. Zes borrels dronk hij die middag. Bij het signeren van zijn boeken moest ik zijn hand een beetje leiden. Na afloop bezochten we het dorpshotel. Nu gaan we praten over de kneepjes van het vak, dacht ik. Hij sloeg drie jenever achterover. Vervolgens greep hij achteloos naar mijn borsten en tastte zijn tong naar mijn mond. Tijd voor de terugreis, vond ik. Pas toen de wagondeuren dichtschoven, besefte ik dat ik hem in de verkeerde trein had geduwd. Op het verkeerde spoor gezet; hij mij, en ik hem.

Monique Rijven

Ik mocht niet naar Gilbert
Vanaf het moment dat Gilbert o'Sullivan midden jaren '70 zijn pet en vooroorlogse kloffie uitgooide was ik hartstochtelijk fan van hem. Bruine ogen, borsthaar, krullenbol; ik was verkocht. Alle posters van mijn idool die in de muziekbladen verschenen hingen aan de muur van mijn meisjeskamer en ik plakte de bijbehorende nietszeggende tekstjes in een schoolschrift met groene kaft. Er was in ons gereformeerde gezin geen sprake van dat ik naar een van zijn concerten zou gaan en mijn adoratie bleef dus nogal op een afstand. Tot ik las dat mijn idool was verhuisd. Naar Blaricum! Op een ochtend stond ik klaar om hem te bezoeken, geld voor de trein had ik bij elkaar gespaard. Toen ik met vlinders in mijn buik aan mijn moeder vertelde wat ik ging doen was haar reactie kort en afschuwelijk. Het mocht niet. Ik heb er een week liefdesverdriet van gehad.

Sophie de Beijl

'Wat heb je toch met die Dylan?'
Je moet voor bewondering inderdaad aanleg hebben. Van jongs af aan: Paus Johannes de XXIII, J.F. Kennedy, Marilyn Monroe en Johan Cruijff. In 1972 kocht ik 'Greatest Hits' van Bob Dylan. Wist ik veel dat hij al in 1962 zijn eerste plaat gemaakt had. Avonden lang draaide ik alleen die plaat. De liefde voor Bob Dylan en zijn muziek was geplant. Inmiddels ben ik talloze platen, boeken en een veertigtal concerten verder, en vragen mensen weleens: "Wat heb je toch met die Dylan?" Tja, wat moet je dan zeggen? Ik heb aanleg voor bewondering? Het is met geen pen te beschrijven, het is onnavolgbaar, maar een beleving van diep geluk. Voor de goede orde, ik heb vrouw en kinderen, werk, een jukebox en een Lelijke Eend. Ik gun meer mensen idolen en het vermogen tot bewondering. 'May your song always be sung and may you stay forever young'.

John Spoor

Ellen
Zij woonde achter ons en we kenden haar vanwege Cindy, haar blindegeleidehond. Erica, mijn vrouw, liet Cindy regelmatig dollen en spelen, als ze niet hoefde te werken voor Ellen. Cindy is nu gepensioneerd en woont bij ons, sinds Ellen overleed. Ellen was vanaf haar jeugd blind en slechthorend. Zij wist hoe turkoois en oud roze er uit ziet: op haar graf wilde zij roze orchideeën op een glasplaat van turkoois, met witte vlinders. De tekst: 'Ellen, hier ligt een vrolijke vlinder'. Ellen kon je op z'n Jordaans stijf schelden, als het haar niet zinde. Maar dan moest je gewoon een beetje plezierig terugschelden. En ze kon je verleiden met haar charme. Zo doof, blind en lelijk als zij was, had Ellen de schoonheid, de élégance van een amazone. Ellen kreeg bij mij veel voor elkaar. Op haar verzoek gingen wij naar het Beeld& Geluid museum. Na een volgend uitje, naar het Aviodrome, had zij nog een heel belangrijke wens: 'Ik zou zo graag willen zweefvliegen'. Die wens ging in vervulling door Alfred. Hij was bereid Ellen als co-piloot mee te nemen in zijn moderne Piper Cup. Ik zat achterin met mijn fototoestel en deed het in mijn broek, toen mijn blinde vriendin het stuur van Alfred mocht overnemen, met de knuppel naar rechts, naar links, naar boven, over Kampen en Harderwijk. 'Je hebt talent', zei Alfred. 'Ja', zei Ellen, 'ik ben paranormaal begaafd'.

Ellen is voor mij een held, omdat zij mij leerde, wat vrijheid betekent. Deze bijzondere vrouw, werd als kind getekend door een gebroken afkomst, in kindertehuizen leerde zij overleven. Ze had altijd zin in nieuwe dingen. Zij was vanaf jonge leeftijd afhankelijk van wat anderen haar gunden. Ellen was in al haar omstandigheden, die haar schijnbaar gevangen hielden, tot het laatste toe, onverwoestbaar vrij.

Wout Zijp

Een bijzondere middag
In 1971 lees ik 'Een stoet van dwergen' van Simon Carmiggelt en word gegrepen door zijn melancholische en relativerende humor. Op 5 mei 1986, 's middags om vier uur, bezoek ik mijn literaire held thuis. Wat te vragen? Nu opent de bundel 'De avond valt' met 'Vlam', een Kronkel over een Haagse advocaat en Carmiggelts moeder. Zelf enkele jaren advocaat in de Hofstad vraag ik nieuwsgierig naar de naam van de man uit het verhaal. Het antwoord bevestigt Carmiggelts uitdrukking: 'ik lieg de waarheid'. De advocaat is in werkelijkheid iemand uit de bouwwereld. Carmiggelt vertelt over zijn tijd als rechtbankverslaggever, over zijn bundel 'Bij nader omzien' en nog veel meer. Tot slot signeert hij. Half zes sta ik buiten, een ervaring rijker. Ook daar denk ik elk jaar op 5 mei aan.

Marcel van der Horst

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden