'Mijn grootste angst is dat ik de bal uit m'n handen laat vallen

Rugby-international Ginny Hamilton is aan het begin van een wedstrijd altijd bloednerveus. “Het is meer dan een beetje gezonde spanning. Ik ben heel erg gefocust op hoe de eerste bal gaat.”

ARJEN VAN DER ZIEL

Hamilton (26), in het dagelijks leven verpleegster, is een van de vleugelspelers van het Nederlandse vrouwenrugbyteam. Dat team speelt komende vrijdag de openingswedstrijd van het WK in Amsterdam.

Die wedstrijd is belangrijk, omdat op het WK een afvalsysteem geldt. Wie het eerste duel wint, gaat naar de winners' rounds en wordt minimaal achtste. Wie verliest gaat naar de loosers' rounds en kan hooguit negende worden.

Ginny Hamilton zal dus vrijdag weer 'heel erg gefocust' zijn. Zeker nu Canada de tegenstander is. In Canada rugbyen tien keer zo veel vrouwen als in Nederland. “Ik weet niet of anderen het aan me merken, maar als de eerste bal fout gaat kan de druk bij mij echt enorm oplopen.”

Rugbyers zijn breedgeschouderde mannen die elkaar met bandages om het hoofd te lijf gaan op een modderig veld. Ze worden pas gewisseld bij het verlies van een ledemaat. En na de wedstrijd drinken ze een paar liter bier in het clubhuis.

Het cliché klopt misschien niet helemaal, maar rugby is wel een mannensport. Volgens secretaris T. van Dalen van de Nederlandse rugbybond zijn onder de achtduizend rugbyers in Nederland hooguit zeshonderd vrouwen en meisjes. Dat is zeveneneenhalf procent.

“Het is een hechte mannengemeenschap”, zegt Van Dalen. “Er zijn nog steeds clubs die weigeren vrouwen toe te laten. De Haagse rugbyclub bijvoorbeeld: dat is geloof ik de grootste club van Nederland, maar die willen absoluut geen damesteam.”

De internationale rugbyfederatie weigerde lange tijd het vrouwenrugby te erkennen. Toen de Nederlandse bond in 1994 een WK voor vrouwen probeerde te organiseren, deed de internationale federatie er volgens Van Dalen alles aan om de organisatoren te dwarsbomen. “Het is nooit met zoveel woorden tegen ons gezegd, maar ze dreigden met een boycot van ons herenteam.” Van Dalen en zijn medebestuurders besloten het toernooi niet door te laten gaan.

Toch werd later dat jaar in Schotland een - officieus - WK voor vrouwen georganiseerd. Van Dalen: “De Schotse vrouwen hebben hun eigen bond, zonder mannen. Zij hadden lak aan de internationale federatie; ze zeiden: wij hebben niks met die mannen te maken.”

De Nederlandse rugbybond had waardering voor het Schotse initiatief, maar hield zijn vrouwenteam thuis. De bestuurders wilden niet opnieuw het risico van een boycot tegen het mannenteam lopen.

Hadden de vrouwen niet net zo veel recht op deelname aan internationale wedstrijden als de mannen? “In principe natuurlijk wel”, zegt Van Dalen. “Maar de internationale federatie is machtig. Je moet niet vergeten dat de federatie een belangrijke subsidieverstrekker is, ook voor de Nederlandse bond.”

De internationale federatie geeft financiële steun aan bonden in landen waar weinig wordt gerugbyd. De Nederlandse rugbybond ontvangt jaarlijks honderdduizend gulden, op een begroting van 1,5 miljoen.

Het toernooi in Schotland werd toch een succes en de internationale federatie besloot korte tijd later het vrouwenrugby te erkennen. Nederland organiseert het eerste officiële WK. En speelt als gastland de openingswedstrijd.

De speelsters van het Nederlands team zijn bijeen in het clubhuis van de Utrechtse Rugby Club. Aan de muur hangen de gebruikelijke trofeeën en vaantjes. Een tosti ham-kaas kost één gulden vijftig.

“Wie van jullie twijfelt nog ergens over?” vraagt sportpsycholoog Frits Avis. Hij is door de bondscoach ingeschakeld om de speelsters “zelfbewuster” te maken. “Topsporters twijfelen altijd en vrouwen nog meer dan mannen”, zegt de coach.

Ginny Hamilton vertelt van haar vrees voor het eerste balcontact. “Kom hier”, roept Avis. Hij slaat in onvervalste Henny Huisman-stijl een arm om haar heen. “Wat is je grootste angst?”

“Een knock-on.”

“Wat is dat?”

“Dat ik de bal uit mijn handen laat vallen.” Ze vertelt dat ze ook bang is een blessure op te lopen.

“Okay, heel goed”, glimlacht Avis. Hij verdeelt het team in twee groepen, die aan weerszijden van Ginny komen staan. De ene groep scandeert een halve minuut lang 'KNOCK-ON, KNOCK-ON', de andere schreeuwt tegelijkertijd 'BLESSURE, BLESSURE'. Avis drentelt om de kluwen schreeuwende vrouwen heen.

Later vertelt Ginny veel aan de mentale trainingen van Avis te hebben gehad. “Frits leert je luisteren naar het positieve stemmetje in je. Zodat je alleen nog maar denkt aan de dingen die je wel kunt, en niet meer aan alle dingen die je niet kunt.”

Maar niet iedereen is over zijn twijfels heen, zo blijkt twee dagen later bij de laatste fysieke training, op het veld van de Amersfoortse rugbyclub. Het veld ligt ingeklemd tussen een spoorwegemplacement en enkele honderden volkstuintjes. Op een tafel in het middel van het clubhuis masseert fysiotherapeute Jolande Buijs de kuiten van een speelster.

Een van de vrouwen heeft geopperd om voor de wedstrijd tegen Canada het dopingpreparaat Creatine te gebruiken. Creatine is een middel waarmee in korte tijd veel explosieve kracht kan worden opgebouwd. Veel bodybuilders gebruiken het.

Buijs waardeert het dat de speelster met de suggestie kwam. “Het laat zien dat zij heel bewust met de voorbereiding bezig is. Ze wil straks alles hebben gedaan om te winnen.”

Toch is besloten om het middel niet te gaan gebruiken. Buijs: “We willen zo kort voor het WK niet meer gaan experimenteren. Dat is niet verstandig. Je weet niet hoe ze erop zullen reageren, ook psychisch. De ene speelster krijgt er misschien een kick van, de ander gaat twijfelen.”

In de toekomst wil Buijs het spierversterkende Creatine wel gaan gebruiken. “Het zal wel een keer op de dopinglijst komen, maar de vraag is hoe lang dat gaat duren. Voorlopig is het gewoon te gebruiken. Ik ga binnenkort naar een congres om er meer over te weten te komen.”

De speelsters gaan naar buiten voor wat ze zelf een 'afbeultraining' noemen. De trainer legt uit dat ze zichzelf “helemaal leeg” moeten trainen. Mits ze de rest van de week niet meer trainen, zou vlak voor aanvang van het WK een 'supercompensatie-effect' moeten optreden.

In het clubhuis probeert Patrick zijn strategie voor de wedstrijd tegen Canada uit te leggen. De spelpatronen hebben veel weg van een middeleeuwse veldslag.

Hij haalt een lijst tevoorschijn met de namen van de Canadese speelsters. Achter iedere naam staan een paar basisgegevens, zoals het gewicht. Het is de enige informatie die hij over de tegenstander heeft, maar hij heeft ook niet meer nodig, zegt hij. Patrick blijkt een paar berekeningen te hebben gemaakt. “Dit is belangrijk in rugby.” Zijn rechterwijsvinger gaat langs de getallen. “Als zij in de scrum hun zwaarste mensen opstellen, zijn wij nog altijd twintig kilo zwaarder.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden