Mijn gezinsvervangend tehuis

Gezinsvervangend tehuis: dat is precies wat het is

Toen ik begin dit jaar in Groningen aanbelde bij de woongroep, een oud boerenpand met een mooie tuin in de verder troosteloze buitenwijk Beijum, herkende ik de plek opeens van vroeger.


Na enig nadenken herinnerde ik me dat ik er meer dan vijftien jaar geleden op bezoek was geweest bij iemand van mijn studie. Toen leek het me al wel wat om in een woongroep te gaan wonen, maar al gauw daarna ging ik trouwen en kinderen krijgen, dus het kwam er niet van.


Tot ik afgelopen jaar in scheiding lag en een plek zocht om de helft van de week te wonen. Met mijn ex heb ik een co-ouderschapsregeling, ik ben de ene helft van de week bij de kinderen in ons oude huis, hij de andere helft.


Ik zag in die tijd een stukje van Sunny Bergmans 'Sunny Side of Spirit'. Daarin vertelde een Ghanese vrouw dat ze haar scheiding na twee weken te boven was. Toen Bergman verbaasd vroeg hoe dat kon, zei ze dat ze voortdurend omringd was door mensen die voor haar zorgden. En toen dacht ik: ja, daar zit wat in, mensen hebben mensen om zich heen nodig, dus een woongroep is een veel beter idee dan alleen wegkwijnen op een treurig flatje.


Ik noem het voor de grap wel eens mijn 'gezinsvervangend tehuis', maar eigenlijk is dat precies wat het is. Ik vind het heel fijn dat er altijd mensen om me heen zijn aan wie ik mijn sores kwijt kan en dat er iemand gekookt heeft als ik thuiskom uit mijn werk.


Het leukst vind ik de onverwachts gezellige momenten. Dat er in de zomer een feestje in de tuin is, of in de winter 's avonds iedereen bij de houtkachel zit.


Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in hoe mensen samenleven buiten de traditionele kaders van het gezin. Na mijn eindexamen ben ik naar Nieuw-Zeeland gegaan om daar in biologische communities te werken. Ik keek mijn ogen uit. Er waren mensen die alleen fruit aten, naaktlopers, opiumkwekers, driehoeksrelaties en feestjes bij volle maan op het strand. Allemaal hele en halve hippies, en helaas ook altijd weer dezelfde soort ruzies. Tussen de idealisten en de wat minder preciezen, tussen de mensen die veel voor de groep doen en de mensen die meer op zichzelf zijn.


Wat ik toen wel geleerd heb: waar mensen zijn, is ook altijd gezeik. Dat moet je voor lief nemen, het hoort bij samenleven, of dat nu in een familie is, op het werk of in een woongroep. Conflicten gaan uiteindelijk om de fundamentele vraag hoe je wilt leven, en dat is wat mij betreft de interessantste vraag die er is. Het gezinsleven is dwingend en meestal vooral omringd door andere gezinnen, zodat het lijkt alsof dat de enige mogelijke manier van leven is. Nu woon ik met mensen die ik anders nooit had ontmoet en die heel andere dingen belangrijk vinden dan hard werken en geld verdienen. Die mij vertellen dat ik te veel nadenk en midden op een doordeweekse dag aankloppen om te vragen of ik een potje Rummikub kom spelen. Die mogelijkheid om samen te zijn en tegelijkertijd de ruimte om alleen te kunnen zijn: dat vind ik het mooist aan wonen in een woongroep.


Eva-Anne Le Coultre (1976) is als vakdidacticus filosofie verbonden aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In 2011 verscheen haar boek 'Echte boer zoekt dito vrouw'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden