Mijn gefnuikte carrière

Ik heb geen ballen getoond toen dat nodig was, schrijft Marion van de Kleij. Dus miste ze de carrière waar ze vroeger van droomde. Maar nu wil ze zich niet meer laten 'overrulen door het mannelijk gelijk'.

Alles was geregeld. Het kinderdagverblijf met geruststellende pasteltinten had nog een plaatsje vrij. Ik bekeek het zaaltje met de bedjes met veiligheidshekjes, de ronde tafel met fleurige IKEA- krukjes, en de drinkbekers van Sanne, Lisa, Anne, Tim, Jeffrey, Dennis en Mark op de plank boven de spoelbak. Het inschrijfformulier was snel ingevuld. Vier dagen zou ik gaan werken. De aanstaande vader kreeg geen verlof. Niet erg, met een goede planning zouden we het redden. Ik streek over mijn ronde buik, voelde mijn kind bewegen en vertelde mezelf dat het allebei kon: werken en een kind.

Tijdens mijn studie Engels las ik ze allemaal, de werken van Doris Lessing, Virginia Woolf, Margaret Drabble en Marilyn French. Vrouwendilemma's: ik kende ze van papier. Maar toen ik de dertig naderde lag ik er van wakker. Kinderen, of toch maar niet? Angstzweet bij de gedachte aan de verantwoordelijkheid voor een nieuw leven. De vrees dat het kleine mensje mij in bezit zou nemen. Dat mijn ambitie voortaan op de tweede plaats zou komen. Want zo zou het gebeuren, had ik thuis gezien. Mijn moeder, uit de tijd dat een betaalde baan niet samenging met het huwelijk, heeft haar leven in dienst gesteld van het gezin. Dolle Mina's ten spijt, ik voorvoelde dat dit, eenmaal moeder, ook mijn lot zou zijn.

Het kind kwam, als zelfgeplande verrassing. De zwangerschap was zwaar, het jongetje huilde nachtenlang, ik raakte uitgeput. Mijn werkweek werd gereduceerd tot twee dagen. Een ziek kind hoort niet in een bedje in het kinderdagverblijf. De emoties waren talrijk: schuldgevoelens over tekortkomingen op mijn werk, de beklemming van het thuis zitten, de hang naar een intellectuele uitdaging. De geplande carrière raakte uit zicht. Ongewild voldeed ik inmiddels aan het gangbare model. Man een fulltime baan, vrouw in deeltijd. Zoals vele andere jonge moeders zat ik in de fuik. Ik zwom en spartelde, maar vond de uitgang niet.

Eén kind is geen gezin, dus kwamen er toch een broertje en een zusje om een tweede huwelijk compleet te maken. Ondertussen werkten mijn mannelijke collega's door, stegen gestaag op de carrièreladders, ontmoetten elkaar in de bestuurskamers en tijdens de netwerkborrels.

Hoe kan het gebeuren dat je als bewuste, goedopgeleide vrouw niet in de begeerde carrière stapt? Die vraag houdt mij al jaren bezig. Natuurlijk, het zijn mijn eigen keuzes geweest. Zoals Elma Drayer in haar voortreffelijke analyse van de 'verwende prinsesjes' verwoordt, heb ik, als zoveel andere vrouwen, geen ballen getoond toen dat nodig was. Toen ons kind ziek was, koos ik voor hem. Met de carrièreonvriendelijke lestijden op de basisschool vond ik én overblijven, én op de naschoolse opvang te veel. Het was mijn keuze om tijd te steken in het reguleren van het puberen, zodat er ten minste een vmbo-diploma werd gehaald.

Hardnekkige rolverdelingen tussen man en vrouw, ze blijven bestaan en we werken er allemaal in meer of mindere mate aan mee. Ergens leeft er blijkbaar diep in ons de overtuiging dat het patriarchale wereldbeeld het enig juiste is. Komt het door het mannelijke testosteron, ligt het vast in ons brein of word je, zoals Simone de Beauvoir het al in 1949 formuleerde, niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt?

Of is het de religie die ons parten speelt? Tijdens mijn protestantse opvoeding begreep ik dat de vrouw uit de man is geschapen, en dat Eva in het paradijs de boel in de war stuurde met een appel. Hiervoor kreeg zij straf van God, leert het bijbelboek Genesis.

"Je zwangerschap maak ik tot een zware last. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen."

Toch is het verwonderlijk dat wij als mensheid blijven geloven dat Adam tot in lengte van jaren tot hoeder van de wereld is benoemd. Heeft hij zijn verantwoordelijkheid eigenlijk wel waargemaakt? Het is op z'n minst vreemd dat we de man nogal gemakkelijk zijn fouten vergeven. Dictatoriale leiders, bankdirecteuren, CEO's van wereldwijde bedrijven, het zijn allen heren, met mannelijke leiderschapskwaliteiten als doortastendheid, overtuigingskracht en autoriteit. Dit geeft status en macht. En een goed salaris bovendien.

Met de beelden nog op mijn netvlies van de heren politici die zich zeven weken in het Catshuis ophielden om tot de voorspelbare conclusie te komen dat ze er toch niet uitkwamen, vraag ik mij af waarom wij dit feilen zo gemakkelijk door de vingers zien. Dan stel ik mijzelf maar niet de vraag wat er zou zijn gebeurd als dit een vrouwengezelschap was overkomen. Of neem de graaiende bankiers die de financiële crisis in gang hebben gezet. Zijn zij werkelijk publiekelijk veroordeeld? Echt weggehoond?

De verontwaardiging was slechts een oprisping tijdens het Achtuurjournaal. Inmiddels draait de financiële wereld door, als vanouds. Dat menig gezin gedoemd is tot armoede, lijkt niet van belang.

De Nijmeegse hoogleraar economie Esther-Mirjam Sent beweerde in Trouw dat mannelijke gedragskenmerken als machogedrag, overdreven risico's nemen, de grenzen opzoeken, onrealistisch optimisme en veel geld willen verdienen de financiële crisis hebben aangezwengeld.

Sents stelling valt niet te bewijzen, maar constateren dat de bankentop wordt gedomineerd door mannen, dat kunnen we wel.

Of een andere reden tot grote zorg, de roofbouw op onze planeet. De Shells van deze wereld zuigen de aarde leeg, door uitbuiting, vervuiling en politieke ontwrichting. De mensheid ligt aan de oliekraan. Kreunend bij de kassa van de benzinepomp verlangen we naar de volgende injectie. Wederom zijn het heren die deze organisaties besturen. We zien dat het fout gaat, maar laten ons toch weer overrulen door het mannelijk gelijk.

Zelf lees ik ze niet meer, de artikelen waarin wordt gesteld dat het maar niet lukt om vrouwen op topposities te krijgen. Ik ken de getallen. Ik ken de argumenten. Vrouwen willen niet, kunnen niet en doen het niet. Nog erger zijn de teksten waarin vrouwen elkaar de maat nemen, de een de ander tot muts benoemt omdat ze parttime werkt. De ander de een als gewetenloze carrièrejager betitelt die haar kind 's morgens bij de crèche aflevert en het, in het ergste geval, 's avonds vergeet op te halen.

De afgelopen twintig jaar zijn voor mij verlopen als de levens van vele vrouwen. Wel ambitieus, maar schipperend tussen parttime baan, rol als moeder van drie kinderen, manager van het huishouden en de schakel tussen gezin en buitenwereld. Maar betekent dit, nu ik begin vijftig ben, dat de rollen definitief zijn verdeeld? Dat mijn kans op een positie waarin het er werkelijk toe doet, is verkeken?

Toegegeven, ik bekijk met jaloezie en frustratie hoe mannen elkaar in hun old boys networks de baantjes toespelen, bonussen uitdelen en daarna met elkaar een borrel drinken. Hoe hun blunders onder het tapijt worden geveegd en politici ongestraft onwaarheden over tv-kijkend Nederland kunnen uitstorten. Hoe ze elkaar bij 'Pauw & Witteman' de maat nemen, maar steeds met die begripvolle blik. Het kost de gastheren zichtbaar moeite om de verplichte vrouwelijke gast serieus te nemen. Tenzij ze buikdansend op tafel staat.

Uit studies blijkt dat bedrijven waarin vrouwen goed zijn vertegenwoordigd in de raden van bestuur de beste financiële resultaten halen. Dat is in tijden van economische recessie geen onbelangrijke constatering. De economie zal pas echt groeien als er evenveel vrouwen op topfuncties zitten als mannen, aldus Viviane Reding, vicepresident van de Europese Commissie. "Ik vraag bedrijven en overheden dan ook met klem om werk te maken van de gelijkheid van vrouwen en mannen in hogere functies."

Na onderzoek onder 60.000 vrijwilligers uit tweehonderd landen komt de Britse filosoof Roger Steare tot de conclusie dat vrouwen sterk vasthouden aan hun morele waarden. Hierdoor zijn ze vaker geneigd om beslissingen te baseren op de invloed die ze hebben op anderen. Dat leidt tot betere keuzes. Mannen daarentegen hebben een meer individuele aanpak en handelen vaker uit eigenbelang. Steare: "Dit bewijst dat mannen op werkgebied dringend volwassen moeten worden, hun ego opzij moeten zetten en wat meer nederigheid en medeleven moeten tonen."

Ook leeftijd speelt een belangrijke rol. Pas als jonge zestiger zit je volgens Steare op de piek van je intellectuele en morele krachten.

Dat is nu net wat Nederland nodig heeft. Intelligentie en moreel besef. In een land dat niet alleen kampt met een recessie, maar ook moet bijdragen aan de oplossingen voor een wereldwijde klimaat-, voedsel- en energiecrisis, zijn intelligente bestuurders met een moreel besef onontbeerlijk. Leiders die weten wat 'zorgen voor' betekent en die werken vanuit een overtuiging dat niet zijzelf het belangrijkste zijn, maar een sociale samenleving en de toekomst van een leefbare planeet.

Bovendien is, om met filosoof en bijzonder hoogleraar Jan Baars te spreken, de leeftijdgebonden ordening van onze samenleving volledig achterhaald. "Hoewel ik nog nooit zo productief ben geweest als de laatste jaren moet ik volgens de cao toch stoppen."

Op 10 mei 2012 hield Baars een 'niet-afscheidsrede' aan de Universiteit voor Humanistiek. "We moeten af van de gedachte dat mensen na hun veertigste zijn opgebrand. Uit onderzoeken en uit de praktijk van landen waar ontslag op grond van leeftijd verboden is, blijkt dat velen tot hun tachtigste jaar nog zeer productief kunnen zijn."

Hoe is het eigenlijk met de mannelijke carrièrejager van boven de vijftig? Hoeveel creativiteit, flexibiliteit en energie kan hij nog opbrengen? Het valt mij op dat in mijn omgeving de laatste tijd opvallend veel mannelijke vijftigers te vroeg overlijden. Te veel uren gewerkt, te veel vette zakendiners, te weinig ontspanning en sociale contacten.

Een andere eyeopener was een gesprek met een talentvolle dertiger. Hij had net een aanbod van de directie voor promotie afgeslagen. Geen belangstelling om toe te treden tot, zoals hij het zelf omschreef, "de leemlaag van het bedrijf dat bestaat uit managers van vijftigplus bij wie elke vorm van innovatie en creativiteit is verdwenen". Liever bleef hij op de werkvloer om daar vernieuwingen van onderop te kunnen doorvoeren. Een opmerkelijke conclusie. Mannelijke vijftigers zitten innovaties van het bedrijfsleven in de weg. Dat in een land dat zich wil profileren als kenniseconomie.

Er is ook een maatschappelijke verschuiving waardoor de blik moet worden verruimd op de verdeling van arbeid in de tweede levensfase. Onder druk van de bezuinigingen bezingt de overheid de lof van de civil society. Zorg is te duur. Dat moeten we weer zelf gaan doen. Met vrijwilligers en mantelzorgers. Hard wordt er gewerkt aan het stimuleren van buurtinitiatieven, vrijwilligersloketten, boodschappendiensten en klussenbedrijfjes teneinde de bekommering om onze medemens vorm te geven. Zelfregulering en burgerparticipatie zijn de toverwoorden waarmee de betrokkenheid van de burgers moet worden vergroot.

Het zal toch niet zo zijn dat vrouwen ook deze klus weer gaan klaren? Laat dit nu een mooie uitdaging zijn voor de man die zijn zorgtaken in de eerste levensfase heeft laten liggen en de maatschappij vanuit zijn ivoren toren heeft bezien. Moe van de overvolle werkweek kan hij naast zijn parttime functie een boodschap doen voor de gehandicapte buurvrouw, het voetbalhonk opknappen of een toernooi voor hangjongeren organiseren. Dé remedie tegen burnout of hartfalen.

Een onhaalbaar, paradijselijk beeld? Nog ver van de hedendaagse realiteit, dat wel. Patriarchale wereldbeelden, de hang naar macht, een godsoordeel - dat alles moet worden overwonnen.

Moeten we de man verleiden, het gevecht aangaan of hem overtuigen met het woord? Een tentenkamp voor het Beursgebouw, een verstoring van 'Pauw & Witteman' of een verplichte maatschappelijke stage voor leden van de raad van bestuur?

Weer tikt mijn biologische klok. De bedden op de kinderkamers raken leeg. Bevrijd van de plichten als moeder en gezinsmanager, zat van het gestress tussen een parttimebaan en zorgtaken thuis. De krijsende stem van die irritante gele Spongebob ban ik eindelijk van mijn televisiescherm. Al heb ik wel de neiging hem nog één keer te citeren: "Ik ben er klaar voor. Ik ben er klaar voor."

Marion van der Kleij heeft een adviesbureau en is fractievoorzitter van GroenLinks in Gulpen-Wittem.

Ik was ambitieus -maar schipperde tussen parttime baan en moederschap

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden