Mijn eerste baan in het Land van Ooit

Cabaretier Johan Goossens.Beeld Merlijn Doomernik

Cabaretier Johan Goossens denkt terug aan de dolle dagen dat hij als zestienjarige zijn eerste baantje kreeg - in pretpark Land van Ooit - en aan de belangrijke lessen van collega Jeanette met de rookstem.

De meeste mensen zullen bij het Land van Ooit denken aan de vrolijk-irritante filmpjes van Kloontje het Reuzenkind. Met lintjes in het haar en een zonnetje op haar wang riep ze in de camera dat ze alleen maar ijsjes lustte. Ze was het gezicht van het pretpark waar kinderen de baas waren en dat (wellicht daarom) altijd op de rand van faillissement balanceerde. Het was een land van ridders en reuzen en theater was een belangrijk onderdeel van het amusement. Om er te kunnen werken moest je auditie doen, ook als je werk enkel bestond uit friet bakken.

Voor velen van ons was het een eerste baantje en ik herinner me vooral nog hoe stoer we dit simpele feit allemaal vonden - het hebben van werk. We waren amper zestien maar hadden ineens verantwoordelijkheid, werkkleren, ja zelfs een sleutelbos waar we trots mee konden rammelen. En ook al bestond ons pak uit een satijnen pofbroek of boljurk in pasteltinten en gaven de sleutels enkel toegang tot een frietkraam of ijscokar in een verlaten hoek van het park, zolang je dit je ‘toko’ noemde, voelde het allemaal groots en volwassen.

Beeld Sander Soewargana

Het beetje jargon dat we hadden, omarmden we dan ook met graagte. Zo spraken we het woord ‘Torkrol’ zo vaak mogelijk uit. “Vervang jij even die Torkrol?” was het dan, of: “Ik gooi er even een nieuwe Torkrol in.” Er werd ook veel ‘gegooid’, vooral aan het eind van de dag als we de ‘toko’ of ‘kiet’ dichtgooiden en klaagden over hoe zwaar we het hadden gehad. “Ik heb nog geen minuut pauze kunnen nemen!” zeiden we, of: “Er stond een rij tot aan de Luie Lakei!” Hoewel we pukkelige blagen waren die nog braaf elke avond bij onze ouders aten, voelde het of we ons het snot in de ogen werkten voor het onderhouden van een gezin van acht.

De oudere werknemers waren overigens niet minder fanatiek. Zo herinner ik me Judith, een paniekerige vrouw van middelbare leeftijd met wie ik werkte in pannekoekenhuis De Baldakijn. Al klinkt pannekoekenhuis te romantisch: het was een donkere tent met nergens een vrolijke kom beslag of zelfs maar een koekepan te bekennen. Er stonden een vriezer en een oven, en als er een bestelling binnenkwam, klom ik in de diepvries om bevroren fabriekspannekoeken uit plastic te scheuren. Het gênantst vond ik het als er een portie poffertjes werd besteld. De klant stond er verbijsterd bij te kijken als Judith in de open keuken tien keiharde poffertjes op een bakplaat kletterde, de oven op vijf zette en daarna ‘eet smakelijk’ zei en ‘Tot Ooit!’, hierbij haar rechterhand zwaaiend boven haar hoofd.

Dat was me ook wat, die Ooitgroet! Als het kon probeerde ik die te mijden, maar eigenlijk moest je die met religieuze precisie voor iedere Anderlander ten uitvoer brengen. Zo heetten trouwens de bezoekers van het Land, want er was niet alleen een groet, maar ook een taal, ja zelfs een hele geschiedenis die we op onze eerste werkdag uitgereikt kregen in de vorm van een dikke multomap. Belangrijkst was dat we dit uit ons hoofd leerden en meenamen in ons ‘spel’, want het gros van de mijn collega’s was enthousiaste amateurtoneelspelers. Als ware method actors stonden we dus niet zomaar poffertjes te ontdooien, maar we noemden elkaar jonkheer en jonkvrouw en als Ooiters werkten we voor de graaf en gravin die behekst waren en veranderd in twee zwanen. Deze twee sierlijke dieren (die in levenden lijve en nietsvermoedend in de vijver van het park zwommen) moesten wij bij het passeren ook de Ooitgroet brengen, hierbij diep door de knieën gaand. Iets wat ik Judith nog weleens ver na sluitingstijd van het park heb zien doen.

Omdat kinderen de baas waren en ze bij de Grens van het Land werd meegedeeld dat ze hun ouders mochten behandelen en aanspreken als ‘lakeien’, waren ze volkomen onhandelbaar. Ouders sjokten totaal burn-out door het park en snakten tussen al het theatrale gedoe vaak naar een simpel praatje met een normale volwassene. Helaas stuitten ze hierbij op onze acteerambities. “Was het gisteren ook zo druk in het park?” hoorde ik een vader een keer aan Judith vragen, duidelijk om een praatje verlegen. “Geen idee”, zei Judith met haar 45 jaren zonder een tel te missen. “Gister was ik aan het spelen in het Roze Kasteel.” Hierna tilde ze haar hand boven haar hoofd om de Ooitgroet in te zetten en droop de vader af.

Beeld Sander Soewargana

Eigenlijk was de enige die er allemaal wat minder strak in zat, Jeanette. Ze was gescheiden, had een rookstem, noemde ons uniform altijd ‘dat apepakje’ en ik kan me niet heugen dat ze ooit ‘tot ooit’ heeft gezegd. Ze had een enorm sarcastische humor (die haar niet populair maakte) en ze trok zich niks aan van alle rangen en standen. Want hoewel we voor de buitenwereld moeten hebben geoogd als één vrolijke, gekostumeerde kluwen, heb ik nergens zo’n rigide hiërarchie meegemaakt als in Ooit. Hier kwam ik achter toen ik op mijn eerste werkdag per ongeluk bij de schoonmaaksters aan tafel ging zitten, en die me daar bijna voor bedankten: “Normaal praat niemand van de horeca tegen ons!” Het heeft een tijdje geduurd voordat ik wist wie allemaal boven en onder me zaten, al zaten er niet zo gek veel onder me, eerlijk gezegd. “Oh jij bent een vakantiekracht?” zei een man in paarse maillot toen ik mijn hand naar hem uitstak, “die namen ga ik toch allemaal niet onthouden.” Vooral de acteurs waren bijkans heilig - ze troonden aan de grote ronde tafel in de kantine, waar ik elke ochtend Kloontje het Reuzenkind bloedchagrijnig zware shag zag roken.

Jeanette was het prototype relativerende collega waar ik in mijn latere baantjes en banen altijd meteen naar heb gezocht. Ze bracht me op de hoogte van alle laatste roddels en kalmeerde me toen ik een enorme sneer had gekregen van een valse acteur: “Ach”, zei ze, “die is ooit met veel bombarie weggegaan, om het te gaan maken in Hilversum. Groot afscheidsfeest, en huilen en alles. Wat denk je? Een jaar later kwam die met hangende pootjes terug. Sindsdien is-ie arroganter dan ooit.”

Jeanette mocht je of ze mocht je niet, en mij mocht ze. En ik haar. Ze liet me zien dat je niet mee hoeft te gaan in de gekte, en dat je gewoon jezelf kunt blijven wat voor raar pak je ook aan hebt en hoe idioot het bedrijf ook is waarvoor je werkt. En tussen neus en lippen door gaf ze me ook nog een van de beste tips ooit. “Dat hoef je allemaal niet te doen”, zei ze, toen ik een schoonmaaklijst wilde afwerken. “Je moet gewoon een emmer pakken en flink veel chloor, en daar een beetje mee rondspetteren.” En terwijl ik alle vinkjes aankruiste, maakte zij een waterballet van chloor. En iedereen die langskwam riep: “Oooh wat ruikt het hier schoon!” Die tip heb ik altijd goed in mijn oren geknoopt en heeft me veel tijd gescheeld in mijn verdere werkende leven.

Steeds meer jongeren beginnen een eigen bedrijfje, zo bleek deze week, maar de meeste pubers verdienen nog altijd gewoon bij in de supermarkt of afwaskeuken. Fotograaf Vivian Keulards maakte portretten van marktverkoper Wesley, afwasser Luuk en oppasser Teun. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Wesley SnijderBeeld Vivian Keulards

'Ik wil niet steeds mijn ouders om geld vragen'

Wesley Snijder (16), 5 havo, komt uit Leiden en werkt elke zaterdag bij Ilias Delicatessen op de Leidse markt als verkoper en helpt op woensdagmiddag mee om de stand af te breken in Valkenburg, bij Leiden.

“Ik kwam al vaker met mijn moeder aan de kraam en ik kickboxte in dezelfde sporthal als Ilias, zo leerden we elkaar kennen. Ik ben een keer, toen ik dertien was, voor de leuk mee helpen opbouwen en afbreken en daarna nooit meer weggegaan. Zo ben ik erin gerold. Het is hard werken en ik moet vroeg opstaan, wat best pittig is. Mijn wekker gaat om 4.30 uur en om 5.15 uur ben ik aan het werk. Een goede douche doet wonderen.

Het leukste vind ik toch de vrijheid die ik krijg om met klanten om te gaan en dat roepen hè, dat is toch wel mijn ding. Beetje actie en show. Dan roep ik hard ‘Jaja mensen, aan deze tent worden alle mensen verwend’ of ‘Iedereen die wat bij Ilias koopt, krijgt wat extra’s cadeau’. Ik ben daardoor toch wel een soort van bekend geworden op de zaterdagmarkt.

Ik wil graag zelfstandig zijn, mijn eigen dingen kunnen betalen, zoals mijn telefoonabonnement of als ik eens uit eten ga. Ik wil niet elke keer bij mijn ouders om geld vragen. Ik spaar vooral, zoals nu voor mijn rijbewijs. Ik ben heel tevreden met wat ik verdien, meer dan het minimumloon, heb niets te klagen.

Toen ik zestien werd zei Ilias: ‘Wes-ley, als jij het voor elkaar krijgt om op Facebook 1000 likes te verzamelen met onze foto, krijg jij van mij een Vespa.’ Dat lukte me dus binnen een kwartier. Uiteindelijk verzamelde ik 10.000 likes. Ja, die Vespa heb ik gekregen.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Luuk van Beusekom.Beeld Vivian Keulards

Gezellig, het contact met collega’s en klanten

Luuk van Beusekom (18), 3de jaar, komt uit Alphen aan den Rijn en werkt als afwasser op zaterdag of zondag bij het café van Tuincentrum De Bosrand in Alphen aan den Rijn.

“Ik begin in de ochtend met het smeren van de broodjes, bij goed weer zet ik het terras op, maar ik doe vooral de afwas. Ik werk hier nu alweer een jaar. Ik begon ooit in de vakanties mijn vader te helpen met klusjes, die zelfstandig werkte in de bouw. Hij vond dan dat ik te lui was en met hem mee moest.

Ik werk vooral om geld te verdienen, want uitgaan kost geld. Dit is dan wel een leuk baantje om m’n geld mee te verdienen. Er is niets wat tegenvalt. Vooral het contact met collega’s en andere mensen vind ik gezellig. Het welbekende supermarktbaantje heb ik ook gehad, zeven uur ’s ochtends beginnen op de broodafdeling, pfff. Na een jaar was ik er uit gekeken en werd ik er chagrijnig van. Hier hoef ik pas om 9 uur te beginnen, tenminste een normale tijd. Ik verdien minimumloon. Nu ik achttien ben is dat € 4,70.

Het zou een te mooi antwoord zijn, als ik zou zeggen dat ik alles spaar. Ik geef het uit in het weekend met uitgaan, moet wel opletten dat ik niet te veel uitgeef. Als ik al spaar is het voor een beetje reserve of voor vakantie met vrienden. Vorig jaar zijn we naar Bulgarije geweest, lekker goedkoop. Kom je wel vermoeider vandaan dan dat je erheen gaat. Uiteindelijk zou ik wel wat meer met mijn opleiding junior accountmanagement willen doen - beetje verkopen en klantcontact. Geen kledingzaak hoor, maar materialenverkoop of zo. En wat me ook nog leuk lijkt, is om een keer in de snackbar te staan, gewoon voor een paar keer, om het eens te doen.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Teun Augustus.Beeld Vivian Keulards

Soms wordt het heel laat en val ik op de bank in slaap.

Teun Augustus (15), 4 vwo, komt uit Bussum en werkt als babysitter in de buurt. Vandaag zorgt hij voor Rosalie, Friso, Florian en Pepijn uit zijn straat.

“Rond mijn twaalfde ben ik begonnen met babysitten. Ik ken geen andere jongen die het doet, het zijn toch altijd vooral meisjes. Ik vind het een mooi baantje. Je kunt met de kinderen spelletjes doen, lekker voetballen of verstoppertje spelen.

‘Ja’, roepen de kinderen, ‘hij is goed in de spelletjes die we hebben’ en ‘meisjesoppassers willen nooit spelletjes doen, Teun wel.’ ‘Als ze in bed liggen’, gaat Teun verder, ‘kan ik ook nog andere dingen doen, zoals huiswerk maken of een film kijken. Het is best wel een luizebaantje, er zit niets vervelends aan. Ja, soms wordt het heel laat en val ik op de bank in slaap, maar daar valt goed mee te leven.

Het verdient leuk, ik begon met 3 euro per uur en nu verdien ik 4,50 per uur. Toen ik van die reclamefolders rondbracht, verdiende ik 7 euro voor 180 kilo papier, waar ik 3,5 uur mee zoet was om ze in de brievenbussen te stoppen. Daar was ik klaar mee. Laat mij maar lekker oppassen.

Mijn geld geef ik uit aan eten met vrienden, aan kleren en nu, na drie maanden sparen heb ik genoeg om een Seiko-horloge van 200 euro te kopen. Die ga ik dit weekend bestellen. Het lijkt me wel tof om nog een keer met vrienden samen te werken in de horeca, in de bediening van een restaurant of zo.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden