'Mijn eerste aankoop kostte een rijksdaalder'

Visser heeft in de loop der tijd samen met zijn broer Geertjan een omvangrijke kunstcollectie opgebouwd, die in fases aan het Kröller-Müller Museum wordt overgedragen. Onlangs zijn elf werken van Anselm Kiefer uit de verzameling aan het museum verkocht.

Verscholen tussen de bomen in een buitenwijk van het Noord-Brabantse plaatsje Bergeijk ligt het huis van Martin Visser en zijn tweede vrouw Joke. Het is ontworpen door Gerrit Rietveld en heeft een aanbouw van Aldo van Eyck. Op de buitenmuur prijkt een schildering van Lawrence Weiner. 'Raised up by a force of sufficient force' staat er in blauwe letters op een felgele achtergrond te lezen. In de tuin staat een stenen trap van vijf meter hoog van Sol LeWit. Visser: “Hij kwam bij ons langs om te kijken hoe ver het werk van het huis moest komen te staan. Ik vond aanvankelijk dat hij het werk te dichtbij plaatste, maar nu zie ik dat hij de juiste plek heeft uitgekozen. Mijn twee honden vinden de trap prachtig. Ze klimmen vaak naar boven om vandaaruit de omgeving te bekijken. Doodeng.”

In de huiskamer ligt het werk 'Floorpiece' van Carl Andre. De kunstenaar stuurde Visser in 1973 een brief waarin hij schreef: 'Ik ben benieuwd naar je nieuwe ruimte in Bergeijk- je collectie is natuurlijk heel mooi in Kröller-Müller maar kunst in een museum ziet er altijd een beetje treurig uit; als kinderen in een weeshuis'. Visser: “Ik vind het leuk dat veel werken uit onze collectie nu in het museum te zien zijn. Daar wordt voorzichtiger met de werken omgesprongen dan bij ons thuis. Onze honden lopen rustig door het hele huis. Ik ben niet bang dat ze iets stuk maken. Ze houden vooral van de jute zakken die bij het werk van de Cubaanse kunstenaar Arthur Brey horen. Daar slapen ze vaak op.”

Al in zijn jeugd ontwikkelde Visser een belangstelling voor kunst, mede dankzij zijn vader die gefascineerd was door Berlage. “Toen ik zestien jaar was zag ik een tekening van een onbekende kunstenaar in een etalage in Den Haag staan. Het was een zelfportret waar ik van onder de indruk was. Later reed ik op de fiets door de stad en haalde iemand in. Toen ik omkeek bleek het de kunstenaar van die tekening te zijn. Ik ben bij hem langs geweest en kocht de tekening voor een rijksdaalder. Dat was mijn eerste aankoop.”

“Toen ik drieëntwintig was, trouwde ik met Mia, mijn eerste vrouw. We hadden weinig geld en trokken in een deux-chevauxtje door Europa om kunst te bekijken. In 1947 kwam ik in dienst bij de meubelafdeling van de Bijenkorf waar ik na verloop van tijd chef inkoop werd. In mijn lunchpauze ging ik vaak een blokje om. Een keer liep ik langs een winkeltje waar een stel jongens schilderijen aan het ophangen was. Het bleken Karel Appel en Corneille te zijn. Ik raakte met ze bevriend en besloot elke dag een tekening van hen te kopen. Na verloop van tijd had ik een collectie van honderd werken van Cobra. In 1956 verhuisden we naar Brabant omdat ik een baan kreeg als ontwerper bij de meubelfabriek het Spectrum. De werken van Cobra vond ik niet passen in het het Rietveld-huis. Die sloegen we op in de kelder. Maar het huis was erg vochtig. Toen zijn de werken naar het Van Abbe Museum gegaan.”

Vanaf 1966 richtte Visser zich op de minimal art van Carl Andre, Donald Judd en Sol LeWit. Zij lieten soms werk uitvoeren door het constructiebedrijf NEBATO, dat ook de metalen onderdelen van Spectrummeubelen maakte. Sommige van deze kunstenaars kwamen bij de Vissers logeren.

Visser: “Ook Richard Long heeft een tijdje bij ons in huis gezeten met zijn vrouw en twee kinderen omdat wij hem gevraagd hadden om een kunstwerk in de omgeving te maken. Als één van zijn dochtertjes 's ochtends om vier uur begon te huilen, kleedde hij haar aan, zette haar op zijn schouders en ging in het donker een lange boswandeling met haar maken. Dan kwamen ze pas uren later terug voor het ontbijt.”

“Hij was een excentriek persoon en viel met zijn baseballpet erg op in Bergeijk. Hij zwierf vaak rond in de omgeving omdat hij naar een goede plek voor een kunstwerk op zoek was. Op een dag is hij aangehouden door de politie omdat ze hem verdacht vonden. Toen belden ze ons op om te vragen of het klopte dat hij voor ons werkte. Uiteindelijk heeft hij een veldje gevonden waar hij een werk wilde maken. Dat stuk grond heb ik van de gemeente gekocht. Daar heeft hij toen een cirkel van stenen uit Koblenz neergelegd. De Brabanders vonden het maar niets. Elke keer werden er stenen ontvreemd. In het begin legden we er steeds nieuwe stenen bij, maar uiteindelijk hebben we het werk aan het Groninger museum gegeven. Jaren later kwam ik bij mensen uit de buurt thuis en zag dat die stenen ingemetseld zaten in een schouw.”

“Long heeft ook een modderschilderij op de muur in onze huiskamer gemaakt. Ik wilde graag zien hoe hij dat deed. Dat vond hij goed. De hele dag zat ik te wachten tot hij inspiratie zou krijgen. Op een gegeven moment ging de telefoon en liet ik hem alleen. Toen ik vijf minuten later weer terugkwam, had hij het werk af. Hij zei dat hij net toen ik de kamer uit was inspiratie had gekregen.”

Ook Christo en zijn vrouw kwamen vaak langs bij de Vissers in Bergeijk. Christo pakte indertijd ook stoelen in die Visser had ontworpen. Visser: “Vlak voordat hij naar New York zou verhuizen kwam hij voor de laatste keer bij ons thuis. Het was een zaterdagavond, en hij liet weten dat ze morgen nog even een matras moesten regelen. Zijn vrouw vertrouwde de Amerikaanse bedden niet, en wilde een matras uit Europa meenemen. Toen we op zoek wilden gaan naar een winkel, bleek dat ze de autosleutels in de auto hadden laten liggen, met alle deuren dicht. Op zondag. En vervolgens kregen ze ruzie over de vraag wiens schuld het was. Onmogelijke mensen waren het. Het matras hebben we uiteindelijk bij het Spectrum, waar ik werkte, gehaald. Later ben ik nog bij hen op bezoek geweest in New York. Toen hadden ze een diner georganiseerd met kunstverzamelaars uit Engeland, Zwitserland en Australië. Christo's vrouw had een duur pakje aan, en verontschuldigde zich dat sommige personen in het gezelschap haar outfit al eerder gezien hadden. Ik verveelde me dood tijdens dat etentje. Die opgeprikte kunstwereld is niets voor mij. Het gaat mij enkel om de kunst.”

Het werk van Kiefer zag Visser voor het eerst bij de kunsthandelaar Michael Werner in Keulen. Daar kocht hij het schilderij van Ludwig II von Bayern. Visser: “Ik wilde meer tekeningen van Kiefer aankopen, maar ik had niet genoeg geld. Dus vroeg ik mijn broer Geertjan om een bijdrage. Dan beschreef ik hem een werk door de telefoon en liet hij weten of het hem aansprak of niet. Hij vond het niet nodig om het werk eerst te zien. Hij bleef liever thuis. Onze collecties lopen grotendeels door elkaar.”

“Toen Rudi Fuchs een tentoonstelling van Kiefer organiseerde in het Van Abbe Museum mocht ik met hem mee op bezoek bij de kunstenaar. Kiefer woonde toen in Hornbach in Duitsland. Hij had zijn atelier in een oude zijdefabriek in de buurt. Het complex was zo groot dat hij een fiets gebruikte om van het ene deel van zijn atelier naar het andere deel te komen. Hij sliep daar soms ook.”

“Ik vind het nog steeds jammer dat ik het schilderij 'Himmel-Erde' niet meer in mijn bezit heb. Dat werk had ik gekocht op een tentoonstelling in Bonn. Het was maar een klein schilderijtje. Tien jaar later vroeg Kiefer of ik het nog had. Hij wilde het graag terugkopen. Ik was er aan gehecht en wilde het niet kwijt. Maar hij bleef aandringen. Uiteindelijk heb ik het schilderij geruild tegen een ander werk: een enorme vitrine met een loden fototoestel waar halfverbrande foto's omheenhangen. Kiefer liet in die tijd modellen van typemachines en fototoestellen van lood maken door mensen uit de buurt. Toen ik bij hem op bezoek was kwam er een meisje van ongeveer twintig jaar bij hem langs om een perfecte in lood uitgevoerde typemachine te brengen. Toen ze weg was, liet hij het ding op de grond vallen. De toetsjes die zij netjes had nagemaakt waren helemaal verwrongen. 'Zo', zei hij, 'nu is het bruikbaar'. Het was veel werk om die vitrine naar ons huis in Bergeijk te vervoeren. Toen we Kiefer op kwamen zoeken in zijn nieuwe huis in Zuid-Frankrijk zagen we dat hij 'Himmel-Erde' op een prominente plaats had opgehangen. Maar een jaar later waren we in New York en zagen tot onze verbazing het schilderij in een galerie hangen. Het was weer te koop. We begrepen niet waarom hij zoveel moeite had gedaan om het van ons terug te krijgen. Toen we hem vroegen waarom hij het weer wilde verkopen, zei hij: 'Ja, vreemd. Misschien moet ik het toch maar houden.' Toen heeft hij het schilderij weer teruggehaald.”

Tussen 1978 en 1983 werkte Visser voor het Museum Boijmans van Beuningen. Voor dat museum kocht hij zeven werken van Kiefer aan. Visser: “Je moest er snel bij zijn want Werner, de galeriehouder, kocht vaak de goede werken voor je neus weg. Ik herinner me dat ik een werk van Kiefer zag en gelijk zei: dat koop ik. Officieel had ik moeten overleggen met de directeur, maar daar was geen tijd voor want Frans Haks liep achter me en ik was bang dat hij het schilderij anders zou kopen. Ik kwam toen gewoon het Boymans binnenlopen met een opgerold schilderij onder mijn arm. Dat vond de staf niet leuk. Ik hield me niet aan de regels. Er zaten meestal niet eens douane papieren bij. Maar de directeur zag het door de vingers.”

In 1974 zijn de contacten met het Kröller-Müller Museum ontstaan. Toen Visser en zijn vrouw een bezoek brachten aan het museum kwam Rudi Oxenaar, de toenmalige directeur, naar hen toe. Visser: “ Hij zei tegen ons: 'ik weet niet of het een oneerbaar voorstel is maar wij zouden graag de collectie van Geertjan en jou in het museum tonen. Wat vinden jullie daarvan?' Toen hebben we een groot deel van de collectie in bruikleen gegeven.”

Sinds die tijd zijn meer dan vierhonderd werken aan het museum geschonken of verkocht. De huidige directeur, Evert van Straten, is doorgegaan met het overnemen van de collectie Visser. De elf werken van Kiefer uit de periode 1974-1978, die nu tijdens een speciale tentoonstelling in het museum te zien zijn, konden aangekocht worden voor éénderde van de getaxeerde waarde. Het Kröller-Müller Museum had al meer dan dertig werken van Kiefer uit de collectie Visser in bruikleen. In de toekomst zullen ook de resterende werken van Kiefer uit de collectie Visser worden aangekocht.

Visser: “Ik ga vaak naar het Kröller-Müller om mijn werken te bekijken. Het is wel lastig dat ik dan sociaal moet zijn met de staf. Ik zou er graag eens anoniem willen rondkijken. Maar dat kan niet meer.”

De elf werken van Anselm Kiefer uit de collectie Visser zijn nog tot en met 23 augustus in het Kröller-Müller te zien. Naar aanleiding van de aankoop van deze werken is ook het boekje 'Anselm Kiefer' verschenen (24,50). Eind van dit jaar zal er een publikatie gewijd worden aan de gehele verzameling Visser.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden