Column

Mijn eclatante vader

null Beeld Trea van Vliet
Beeld Trea van Vliet

Hoe ga je om met een zeventigjarige vader die psychiatrisch patiënt is en die nog rijk denkt te worden met boten bouwen?

Trea van Vliet

Soms probeer ik mijn vader tegen beter weten in de realiteit in te trekken. “Hoe wil je dat doen dan, zonder rijbewijs?”, vraag ik als hij me vertelt dat hij zaken gaat doen met een scheepswerf in Groningen.

En zonder geld, papieren, mankracht en nog zowat van die dingen, maar dat houd ik even achter de hand.

“Ik meen dat het Kruidvat goedkope treinkaartjes levert”, antwoordt mijn vader plechtig.

Ter plekke besluit ik om mijn vader te laten lopen naar de parkeerplaats. Het is nog geen honderd meter maar hij haalt het niet, met zijn zere rug en knieën. “Maar pap, je kunt nog niet eens een trein in- of uitstappen”, zeg ik terwijl ik hem help te gaan zitten op het bankje langs het pad.

Mijn vader zwijgt, ik ga de auto halen en ik voel me een bitch.

Mijn vader de realiteit in trekken is tegelijkertijd zijn grote droom de grond in stampen. Als hij in de auto vraagt of je een rijbewijs nodig hebt voor een scooter ben ik stiekem opgelucht; ik heb zijn optimisme niet geknakt. “Ik geloof van wel pap”, antwoord ik.

Mijn vader vindt dat ik straks toch maar even moet googelen voor de zekerheid. En even daarna: “Ik kan ook een camper regelen. Dan ben ik doordeweeks in Groningen en rijd ik de weekenden weer naar Zeeland.”

Woonsituatie

Ik laat het onderwerp gaan en vraag naar de nieuwe bewoner in het huis van m’n vader, Boris. Boris is een Rus die volgens mijn vader geen aanwinst is, want Boris zegt niets. Geen boe, geen bah, geen hallo, niets. Hij sjokt van zijn slaapkamer naar de rookkamer en weer terug en dat was het dan. “Misschien is hij verlegen. Of hij verstaat je niet. Spreekt hij wel Nederlands?”, vraag ik.

Mijn vader snuift. “Me dunkt dat het eenvoudigweg niet zo’n eclatant figuur is”, zegt hij nuffig. Daar moet ik dan weer om glimlachen.

Ik vraag me vaak af hoe mijn vader zijn eigen woonsituatie ziet. Soms denk ik dat hij denkt dat hij in een gewoon bejaardenhuis woont. Zijn medebewoners zijn korsakov-patiënten, die zijn er heel anders aan toe dan mijn vader.

Maar kennelijk is het hoe dan ook echt zijn thuis, want als hij straks met zijn camper doordeweeks zaken doet in Groningen, wil hij de weekenden weer in Zeeland zijn.

Ik denk daarover na terwijl mijn vader naast me zit te denken over boten, campers en scooters. Dat weet ik omdat hij, als we bijna thuis zijn, zegt dat een camper toch het handigst is. De verzorging die hij zal inhuren moet immers ook ergens slapen.

Opnieuw glimlach ik. Om mijn eclatante vader, die op zijn eigen manier hartstikke realistisch is.

Trea van Vliet is journalist en schrijfster. Deze zomer schrijft ze voor Trouw over haar vader, die verblijft in een woonvorm voor psychiatrisch patiënten in Zeeland.

Lees hier de voorgaande columns van Trea van Vliet in Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden