Mijn draaiboek ligt al eeuwen klaar

Als het om de dood gaat, zijn we doe-het-zelvers geworden, zegt schrijver Stijn Fens. Zelf geeft hij de voorkeur aan een kerkelijke uitvaart.

Een paar jaar geleden overleed een vriendin. Ze was jong en had nog een hele begrafenis voor zich. Daar was een middag voor uitgetrokken. Bij het binnengaan van de aula kregen we een prachtig vormgegeven programmaboekje in ons handen gedrukt, alsof we een theatervoorstelling zouden bezoeken. Alleen de rode loper ontbrak. Er waren maar liefst zeven sprekers en muziek van George Michael. De poëzie was prominent aanwezig en er waren persoonlijke herinneringen. Hoe korter het leven, hoe langer de toespraken.

De laatste spreker, we waren al een tijdje bezig, was de werkgever van Laura. Een kaasexporteur. "Laura, je hebt twee jaar bij ons gewerkt en dankzij jou is in die tijd ons aandeel blanco kaas op de Duitse markt aanmerkelijk gegroeid. Ik neem graag de gelegenheid jou daarvoor te bedanken." Nu wendde hij zich tot de kist: "Laura bedankt."

Toen we de aula verlieten op weg naar het graf, stond op een tafel Laura's lievelingschampagne klaar. We moesten allemaal een glas meenemen voor een toast op haar, als ze in haar graf lag. Daar stonden we in de regen tussen de zerken met bubbels in onze handen.

De nieuwe uitvaart is in. Was er eigenlijk zoveel mis met de oude? Toen mijn grootvader in 1939 overleed, werd hij vanuit de kerk tegenover zijn huis begraven. Van enige persoonlijke invulling van de viering was geen sprake. De pastoor , in het zwart, hield zich aan de tekst die er in zijn misaal stond. Er waren geen toespraken. De naam van de overledene werd slechts twee keer genoemd en wel op de stippellijn die daarvoor in het missaal was opgenomen. Het ging vooral over God , zijn Zoon en het prachtige leven dat mijn grootvader in het hiernamaals te wachten stond. Niet zijn leven werd gevierd, maar zijn dood herdacht.

Ik ben de eerste om toe te geven dat die begrafenis uit 1939 voor verbetering vatbaar was. Zo werd er in die tijd nog in klassen begraven. Mijn grootvader in de laagste. Ook het graf stelde niet veel voor en werd na tien jaar geruimd. Zijn botten verdwenen in een grote kuil met tientallen lotgenoten. Voor hem geen molentje op zijn graf.

Ook ik vind: twee keer de naam van een overledene noemen bij een afscheidsviering is wel wat karig. Door deze uniforme aanpak is de kerk het monopolie op het afscheid van het leven kwijtgeraakt. We zijn doe-het-zelvers geworden als het gaat om de dood. Prima hoor, maar mag ik het toch nog even opnemen voor de kerkelijke uitvaart?

Ik hou het maar even bij mijn eigen katholieke kerk. Specialist als het gaat om het begin en het einde van het leven. De katholieke uitvaartmis zorgt voor een duidelijke structuur van de plechtigheid. Er wordt naar een hoogtepunt toegewerkt en het aantal verplichte onderdelen zorgt ervoor dat het afscheid niet verzandt in een eindeloze rij toespraken. Een goede preek van de pastoor en één mooi in memoriam voldoen vaak.

Laatst hoorde ik iemand een dag voor de begrafenis van zijn vader zeggen: we hebben gelukkig een goed draaiboek. Het draaiboek van mijn begrafenis ligt al eeuwen voor mij klaar. 'Uw keus, maar wel een beetje ouderwets', hoor ik de profeten van de nieuwe uitvaart al zeggen.

Onlangs zag ik een reportage op tv over een uitvaartbeurs. Drie hallen vol met doldwaze urnen, glinsterende grafstenen en kekke kisten. Daarnaast stonden handige jongens in iets te vlotte pakken die in niets meer leken op de grijze mannen met uitgestreken gezichten die vroeger het begrafeniswezen in handen hadden. Hadden zij misschien te veel eerbied voor de dood, voor deze funeraire Jort Kelders was het vooral handel. Alles was mogelijk.

De nieuwe uitvaart is ook de emancipatie van de uitvaartondernemer; van aflegger tot evenementenorganisator. In een van die blinkende stands stond een doodskist in de vorm van een boekenkast. Dat leek me nog wel wat. Ik ben tenslotte een enthousiast lezer. Ook is er een mobieltje op de markt dat mee het graf in gaat, waarop tot lang na het overlijden van een dierbare een boodschap kan worden achtergelaten. De eeuwige voicemail.

Al dit soort dingen wordt natuurlijk bedacht om mensen het idee te geven dat de overledene voortleeft. De nieuwe uitvaart is in de kern een ontkenning van de dood. We aanvaarden onze sterfelijkheid niet meer en proberen met een uitgebreid afscheid het leven nog wat te rekken . De dood laten we verweesd achter in een hoek.

Een begrafenis moet steeds vaker een feest zijn. In ons allemaal schuilt immers een Manfred Langer. 'Theo hield van vrolijke kleren', lees je dan in de annonce. Ik denk dan: Is dat zo, Theo? Was het feest dat jouw begrafenis moest worden niet een afleidingsmanoeuvre? Was je niet gewoon heel erg bang voor het onverbiddelijke einde?

Een wijze, oude priester zei mij laatst dat we tijdens ons leven vrienden moeten worden met de dood en niet pas erna. Dat maakt het afscheid gemakkelijker en misschien iets minder uitbundig. Herman Finkers zong het al in zijn laatste show:

Voor mij geen feestje in de IT,

geen rondvaart met een boot

De dag dat ik begraven word,

respect graag voor de dood

Geen zangers met hun laatste hit,

geen champagne met een toast

De dag dat ik begraven word,

wordt op het sterven niet geproost

Geen rouwclown of rode mist,

geen flesjes whisky in m'n kuil

De dag dat ik begraven word,

alleen wat kraaien en 'n uil

Ik heb die champagne bij het graf van mijn vriendin niet opgedronken. Stiekem leegde ik mijn glas in een strategisch opgestelde struik. Eenmaal terug in de aula was er gelukkig koffie en kleffe cake. En heel veel blanco kaas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden