Mijn doden sliepen niet

Mijn vader was blauw. Het was de laatste keer dat ik hem zag. Hij lag in het mortuarium van een ziekenhuis, in een nis die met schuifgordijnen was omgeven. Er was een plekje aan de zijkant van zijn hoofd waar het de straat had geraakt.

Nee, ik koester de aanblik van de doden niet.

Er is zoveel uit hen geweken.

Mijn vader, mijn broertje, Albert, Wout en de anderen, de confrontaties vielen zwaar en het was bijna bevrijdend mee te maken hoe een stijve Marianne vanaf haar bed in de kist werd getild, met een stapeltje boeken onder haar voeten, zodat haar hoofd zich tegen de bovenkant klemde en de kist rechtstandig de kleine slaapkamer kon verlaten zonder dat ze er voorover uit kukelde.

Toch zijn er die niet alleen de herinnering aan de levenden koesteren maar ook die aan hun doden. Het Uitvaartmuseum Tot Zover in Amsterdam hangt er vol mee. 'Post Mortem' heet de tentoonstelling, foto's van liefde en verdriet. Foto's van doden.

Bijna tien jaar bestaat het Uitvaartmuseum en in die bijna tien jaar heeft het de dood van zijn grimmigheid en slechte naam ontdaan en hem geëtaleerd als een sociaal-cultureel fenomeen, een afsluiting van het leven gevierd met rituelen. Het museum komt de verdienste toe de bezoeker ook eens om de dood te doen glimlachen, met respect voor zijn waardigheid.

In een donker gehouden zaal, met gedimde spots en zwarte voile-achtige vitrage voor de ramen, hangen nu tientallen negentiende-eeuwse, victoriaanse foto's van een in Schotland wonende verzamelaar, Paul Frecker. In verreweg de meeste gevallen gaat het om gestorven kinderen.

De ontwikkeling van de fotografie maakte het voor steeds meer mensen mogelijk om een herinnering vast te houden aan een veel te kort mensenleven en ook om die herinnering te delen: men liet de foto's drukken op visitekaartjes voor de familie, of op grotere kabinetfoto's, of prentbriefkaarten.

Anders dan de doden die ik zelf zag, ogen deze kinderen niet dood, ze zouden kunnen slapen, zo vredig liggen ze in hun doodsmanden of in hun kistjes, nu eens door bloemen omgeven dan weer door speelgoed. In een mooi vormgegeven brochure schrijft curator Annelies Sinke: 'Een slapende houding was de meest voorkomende manier in de negentiende eeuw om een overledene af te beelden. Het lijkt erop dat een negentiende-eeuws doodsportret niet afschrikwekkend mocht zijn, maar op een zachte manier de werkelijkheid diende te representeren.'

Mijn doden sliepen niet.

Die waren verlaten.

Ik keek naar de nabestaanden. Die stonden plechtig en onaangedaan om de kisten. Een foto was een gebeurtenis. Een pose.

Maar als je de zaal verlaat en de gang betreedt, dan land je in het heden, met hartverscheurende kleurenfoto's van innig omhelsde dode kinderen. En doden in onscherpe foto's en kiekjes, opgehangen door bezoekers. In liefde en verdriet. De twintigste eeuw zag ons terugwijken; maar de eenentwintigste lijkt de dood weer te omarmen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden