’Mijn conclusie: God is een soort fictieve herinnering’

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Kitty Hendriks.

Koert van der Velde

Wat hebt u meegemaakt?

„Ik ben katholiek opgevoed, maar moest al gauw niets meer van het christendom hebben. Ik vond het huichelarij. Op een gegeven moment ontdekte ik via een Iraanse vriend de islamitische mystiek van Rumi, en toen had ik het helemaal gevonden, dacht ik. Om zijn gedichten beter te begrijpen, ben ik Perzisch gaan studeren. En op een gegeven moment was ik zover dat ik me zou laten inwijden in een Iraanse mystieke soefi-orde in Den Haag.

Ik lag in een kamer op de grond met een deken over me heen. Ik had een nootmuskaat bij me voor hem als teken van overgave. De sjeik legde zijn hand op mijn hoofd en daarmee zou het belangrijkste deel van het ritueel plaatshebben: de inwijding in de mystieke geheimen van de traditie waarmee ik voortaan via hem verbonden zou zijn. Maar toen ging zijn telefoon. En terwijl ik daar lag met zijn hand op mijn hoofd, begon hij doodleuk een uitgebreid telefoongesprek. Daar was ik dus gelijk helemaal klaar mee.”

Wat vond u toen?

„Toen ik wat later in de door mij afgekeurde Bijbel zat te lezen, viel me op dat Jezus eigenlijk een heel grote soefimeester was – mensen als Rumi zwierven ook met een groepje leerlingen door het land en predikten onzelfzuchtigheid. Dat plaatste het hele christendom in een ander licht.

Ik stopte met mijn studie van de verschillende Perzische rijmvormen. In het klooster zou ik veel meer leren over de mystieke weg dan op de universiteit.

Ik draaide in vier jaar bij elkaar een jaar mee bij de clarissen in Megen en ik vond het werken en bidden zo inspirerend en voelde me daar zo thuis dat ik wilde intreden. Er werd een datum geprikt wanneer ik voorgoed zou intreden.

Maar naarmate de datum dichterbij kwam, kreeg ik het steeds benauwder. Die muren, het idee dat het voor altijd is, en dan de uitspraken van de paus, die precies toen wat al te veel over condooms en abortus sprak. Naarmate de datum dichterbij kwam, kreeg ik het zelfs fysiek benauwd. Ik kon niet meer helder denken, de angst sloeg me om het hart. Dus heb ik afgebeld.

Ik had al mijn spullen al weggegeven en mijn woonruimte opgezegd. Als ik naar de kerk wilde, draaide ik halverwege weer om en ging terug naar huis. Als ik wilde bidden, voelde ik me in het luchtledige kletsen. Ik was God kwijt. Juist in die tijd had de popgroep R.E.M. een hit. Te pas en te onpas hoorde ik het op de radio, en elke keer bij dat ene zinnetje sprongen de tranen in mijn ogen, en werd mijn keel dichtgeknepen: That’s me in the corner, that’s me in the spotlight losing my religion. Iets wat mij zo dierbaar was, was ik plotseling weer helemaal kwijt.”

Was u er nu echt klaar mee?

„Jarenlang heb ik heimwee gehad. Heimwee naar God, heimwee naar het klooster, heimwee naar het verlangen dat ik had. Maar ik moest constateren dat elke keer als ik dacht het helemaal gevonden te hebben, ik daar toch nooit vrede mee had. God is kennelijk niet in één antwoord te vangen, dus moest ik na verloop van tijd altijd weer verder zoeken naar die rest van God die ik had buitengesloten.

Op een gegeven moment ben ik vanwege de last die ik had van een verkrachting in mijn jeugd bij een therapeut terechtgekomen die me allerlei herinneringen aanpraatte. Pas na een tijdje lukte het me daar afstand van te nemen en te zeggen dat het hier niet om echte maar om fictieve herinneringen ging. En toen zag ik ook een parallel met het geloof in God. Had ik misschien ook in God geloofd zoals ik geloofd heb in een verleden van seksueel misbruik dat nooit had plaatsgevonden? Mijn conclusie was: ook God is een soort fictieve herinnering.

Door de intensieve therapie gericht op het opgraven van herinneringen van seksueel misbruik, waren mijn ’herinneringen’ steeds ’waarder’ geworden. Zo was het waarschijnlijk ook met mijn God gegaan. Door in het klooster viermaal daags een gebedsdienst bij te wonen, regelmatig te mediteren, de bijbel als leidraad voor mijn leven te kiezen, werd God steeds tastbaarder en hoe meer ik hem voelde, hoe meer ik in hem geloofde. Het was hetzelfde proces als met de fictieve herinneringen: fixeer je nog maar op één ding en het wordt vanzelf waar.

Maar God was wel een heel mooie fictieve herinnering, dat moest gezegd. Ik ging beseffen dat ook dit antwoord mij tot verder zoeken ging aanzetten. Mijn religieuze verlangen bleef toch branden, ondanks de twijfels. Na een jarenlange pauze ben ik onlangs weer een paar dagen in een klooster geweest.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden