'Mijn boodschap aan de overheid: blijf van mijn kind af'

Abdelkader Benali (1975), schrijver

"Toen mijn vrouw zwanger raakte, maakte dat veel emotie los. Zij voelde hoe de foetus zich ontwikkelde en dat was voor haar een heel ingrijpende en intense ervaring. Ik kon daar maar tot op zekere hoogte in meegaan. Dan zei zij: 'Hier, je kunt een voetje voelen.' En dan was ik net te laat. En dan doe je maar alsof je het hebt gevoeld.

Het schrijven van een brief aan mijn dochter is eigenlijk begonnen uit een gebrek aan gevoel, uit een verlangen om erbij te zijn. Ik wilde de afstand die er was overbruggen. Ik wilde wat ik ervoer, wat het voor ons betekende, op papier vastgelegd hebben. Ik was op zoek naar intimiteit.

Het begon bij die intimiteit en dat maakte ruimte voor een soort zelfonderzoek. Wat betekende dit voor mij als man, wat betekende dit opschuiven in de generaties voor de verhouding tot mijn eigen ouders? Het kind daagde mij uit ook naar mezelf te kijken en mijn verhouding met anderen. Ik merkte dat ik een verhaal kon vertellen dat anders nogal doodsloeg. Dat van identiteit, afkomst, het verhaal ook van de buitenstaander in de samenleving.

In 1979 kwam ik, vier jaar oud, met mijn moeder en zus vanuit Marokko bij mijn vader in Rotterdam wonen. Ik ben een beetje verweesd opgegroeid, al was de wereld toen een stuk positiever ingesteld dan nu. Maar we werden geconfronteerd met uitdagingen waar we niet echt antwoord op hadden. Die antwoorden moesten we allemaal zelf verzinnen.

Ik schrijf nooit alleen voor mezelf, ik schrijf altijd voor de hele wereld. Natuurlijk schrijf ik om het plezier van het schrijven, maar ik wil ook gelezen worden. Volgens mij zijn er veel jonge vaders die worstelen met dezelfde vragen: vaders, net als ik, van een bepaalde generatie, met een bepaalde bagage, een bepaald rugzakje, die het goede willen doen. Maar die geen voorbeelden hebben. Ja, er waren in mijn jeugd jongens waar je enorm tegen opkeek, maar die dan vervolgens heel snel afgleden. Er bleek altijd een schaduwzijde.

Amber heet mijn dochter. Een prachtige Arabische naam, een talisman. Maar ik zou liegen als ik zeg dat we bij het kiezen van die naam niet hebben geworsteld. We wilden ons kind geen naam geven die een stigma zou opleveren, maar eentje die haar verbindt met haar achtergrond en deuren opent. Dat is verschrikkelijk. Want het betekent dat je de politiek meeneemt, dat je de buitenwereld zeggenschap geeft over de naam van je kind.

Ik heb op geen enkele manier een voorkeur gehad voor een zoon of een dochter. Maar bij elke pagina die ik schreef heb ik wel de vraag gesteld of ik een zoon anders zou toespreken. Inderdaad. Bij een zoon was er nog meer angst geweest. Een zoon is je zoon, maar je ziet in hem ook jezelf. Een zoon is onvoorspelbaarder, er is een ander soort energie.

Maar ook nu is er angst. De angst dat mijn dochter zichzelf geïsoleerd gaat voelen, dat er niemand achter haar staat. Waar ik bang voor ben is dat mijn overheid, de Nederlandse overheid, mijn dochter niet zal beschermen tegen spot en hoon en bedreigingen. Dat ze in haar trots, haar eigenwaarde wordt aangetast. En eigenlijk is deze brief een manier om te proberen haar daarvoor te behoeden. Mijn boodschap is: blijf van mijn kind af. Gebruik haar niet voor je politiek.

Ik hoop dat mijn dochter opgroeit in een wereld waarin ze zich thuis voelt. Het zou natuurlijk gaaf zijn dat, als ze deze brief ooit leest, dan zegt: 'Pappa, je hebt je voor niks zorgen gemaakt.' In mijn brief schrijf ik ook dat ik hoop dat Amber later met een zacht oog naar ons kijkt."

Abdelkader Benali: Brief aan mijn dochter De Arbeiderspers; 176 blz. euro 15

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden