Mijn begeerte heeft met ambitie te maken

Pia Dijkstra (Franeker, 1954) studeerde vier jaar theologie voordat zij journaliste werd. Na een aantal jaren voor de Ikon, de NCRV en de Wereldomroep te hebben gewerkt, trad zij in 1988 in dienst bij de NOS. Pia Dijkstra wordt wel het gezicht van het 8-uur-journaal genoemd. Zij heeft drie kinderen en is getrouwd met Gerlach Cerfontaine, president-directeur van Schiphol.

1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Ik ben hardnekkig. Als ik ergens mijn zinnen op zet, ben ik daar heel lang niet meer vanaf te brengen. Op mijn vijftiende wilde ik al predikant worden. Ik ben uiteindelijk ook theologie gaan studeren, maar na vier jaar was de motivatie ineens verdwenen. Of misschien had ik zelfs nooit een echte roeping gehad. Ik was er aan begonnen met de hoop een aantal antwoorden te vinden, maar ik kreeg er alleen maar vragen bij. Ik werd geconfronteerd met een enorme hoeveelheid opvattingen over wat er nu precies in die bijbel stond. Mijn beeld van God veranderde. Ik wist steeds minder goed wie Hij nu eigenlijk was en daardoor raakte het geloof steeds verder op de achtergrond. Misschien was ik te naïef aan de studie begonnen, hoewel ik natuurlijk wel wist dat het geloof niet eenduidig kon zijn. Ik kom uit een kerkelijk zeer meelevend gezin. Op mijn achttiende schreef ik mijn eigen geloofsbelijdenis. Dat is in de Doopsgezinde broederschap de manier waarop je toetreedt: met een volstrekt persoonlijke, individuele belijdenis. Ik weet niet meer precies wat ik heb geschreven, maar het ging over de 'band tussen God en mij', een 'basis van waaruit ik wilde leven' en het 'gevoel van verantwoordelijkheid voor de wereld'. Prachtig allemaal, maar vager kon het niet. Toch bestond God wel degelijk in mijn hoofd. Niet als een figuur, eerder als een gevoel. Ik ken nu wel eens momenten waarop ik diep onder de indruk ben van mijn omgeving; van de bergen van Zwitserland, dat soort dingen - de zogenaamde natuurlijke theologie waar ik tijdens mijn studie nog zo op neer keek. Het zijn de ogenblikken waarop ik denk: wat is de bedoeling van dit alles, waar komt het allemaal vandaan? Waartoe zijn wij hier op aarde? En dan ontdek ik dat ik nog steeds geen antwoorden heb. Daarom laat ik al die 'grote' vragen voorlopig maar even rusten.”

2. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Zodra je ergens een gesneden beeld van maakt, geef je het een uiterlijk. Ik ben groot geworden met een God die geen gezicht had. Ik ben niet opgevoed met het beeld van Jezus aan het kruis, de man die het lijden van de hele mensheid op zijn schouders heeft genomen. Wij hadden een veel God-gerichter geloof, veel spiritueler. Dat Jezus-verhaal was minder belangrijk en Maria, heiligen, de hel en de hemel speelden bij ons helemaal geen rol. Doordat ik geen beelden, geen plaatjes heb, kost het mij moeite om geloofszaken aan mijn kinderen over te dragen. Mijn man is katholiek, hij kan daar beter mee uit de voeten. Tijdens de kerst zitten we in een Limburgse, katholieke omgeving en gaan we ook naar de kerk. Mijn jongste zoon zei pas nog blij: 'We gaan weer naar de plaats waar Jezus is geboren!' Ik kan hem nog wel uitleggen dat d t niet helemaal juist is, maar de echte verhalen komen van mijn man. Hij weet ze aan de hand van afbeeldingen in de kerk van alles te vertellen en de kinderen vinden het prachtig. Ik ben niet anti-rooms opgevoed, maar ik kan ook niet beweren dat er bij ons thuis veel begrip was voor het rijke roomse leven. Ik begin nu wel in te zien dat niet alleen de inhoud belangrijk is, maar ook de rituelen waarmee je het geloof tot uitdrukking brengt. Ik vind het prachtig om te zien hoe mijn kinderen vol overgave kaarsjes branden, maar die handeling op zich doet mij niet genoeg. Daar ben ik veel te protestants voor.”

3. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Vloeken is lelijk en onaangenaam. Maar als ik mij boos maak, ben ik toch geneigd dit gebod te overtreden. Ik kan om heel onbenullige dingen ontzettend boos worden. Ik weet dat het sop de kool niet waard is, maar als ik gehaast ben en de kinderen liggen verschrikkelijk dwars, dan kan ik het gewoon niet helpen. Ik weet - terwijl die vloek naar buiten komt - dat ik iets doe wat niet hoort. Niet dat ik ben opgevoed met het idee dat ik daarmee Gods naam ijdel gebruik, maar het is gewoon een van die vanzelfsprekende regels: je steelt niet en je vloekt niet. Dat heeft niets met God te maken.”

4. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Ik mocht op zondag de klok luiden. Mijn grootouders waren koster en kosteres van de Doopsgezinde kerk in Franeker. Ik ging met plezier naar de kerk; er is mij nooit iets opgedrongen. Een vrijzinnig protestantse opvoeding is minder dwingend. Ze bieden je iets aan en je bepaalt zelf wat je daarmee doet. Tijdens mijn theologiestudie heb ik wel eens gezegd dat het jammer is dat wij geen Doopsgezinde dogmatiek hebben die meer houvast biedt, maar tegelijkertijd vraag ik mij af of dat iets had veranderd aan de weg die ik ben gegaan. Ik betwijfel het. En ik heb sowieso een sterk verantwoordelijkheidsgevoel en een schuldbesef meegekregen. In die zin zijn volgens mij zelfs katholieken in Nederland protestants; het zit er bij ons allemaal ingebakken.

Niet dat ik een aandrang voel om naar de kerk te gaan als ik op zondag de klok hoor luiden. Ik ben te ver afgedwaald, denk ik. Die dag stond overigens niet alleen in het teken van de kerk. Het was ook de dag van de zondagse kleren - opletten dat je niet vies wordt - en al het opgespaarde huiswerk maken. In mijn herinnering was het altijd koud en druilerig. Een grauwe dag waar geen einde aan komt. En nu ben ik blij met die ene dag waarop je niets kunt doen. Ik doe ook niet mee aan de koopzondagen. Er moet tenminste één dag in de week zijn waarop je de rust vindt om iets met elkaar te doen. Op die manier is de sabbatdag mij heilig.''

5. Eer uw vader en uw moeder

“Het is voor mij heel vanzelfsprekend mijn ouders te eren, daar hoef ik geen enkele moeite voor te doen. Mijn ouders gaven ons een buitengewoon veilig nest terwijl met name mijn moeder een geschiedenis heeft waarin dat niet zo vanzelfsprekend was. Nu ik zelf een gezin heb, merk ik dat ik steeds minder ruimte heb om iets terug te doen; om voldoende aandacht aan mijn ouders te schenken. Ik voel mij hierin te kort schieten, maar ik hou mijzelf voor dat het een fase in mijn leven is. Ik heb het nu te druk, mijn leven is te vol. Misschien maakt het feit dat mijn ouders nog niet zo verschrikkelijk oud zijn mij soms te nonchalant; ik ga er teveel vanuit dat ze er over een aantal jaren nog wel zullen zijn en ik alles goed kan maken. Ten opzichte van mijn ouders voel ik mij egoïstisch, maar als al die aandacht nu naar de kinderen gaat, is de vraag: hoe zelfzuchtig ben ik eigenlijk? En precies op dat vlak hebben mijn ouders nog wel eens moeite te volgen hoe wij die zaken aanpakken. Ze passen er wel voor op om zich met onze manier van opvoeden te bemoeien, maar soms zie ik mijn moeder denken: oh, oh, oh, als dat maar goed gaat. Ben ik er wel voldoende voor mijn kinderen? Breng ik mijn kinderen genoeg respect voor anderen bij? Wij gaan toch anders met onze kinderen om dan onze ouders met ons omgingen. Mijn ouders waren heel consequent in de opvoeding. Dat probeer ik ook te zijn, maar het lukt me niet altijd. Ik denk dat ik vroeger minder vaak een grote mond durfde op te zetten. Mijn kinderen zijn vier, zes en tien jaar oud en mondiger dan ik was. Ze hebben veel meer te zeggen, gaan verder in het aftasten van de grenzen. En ik laat dat toe. Ik kan niet anders. Terwijl mijn kinderen mij, vergeleken met andere moeders, al vreselijk streng vinden. Ik ben - meer dan mijn ouders toen - geneigd te beargumenteren waarom ik bepaalde dingen niet wil of niet goed vind. Al heb ik het aantal keren waarop ik iets uitleg wel van tien naar twee keer weten terug dringen. Ik ben ook gestopt met vragen als: 'Doe je jas even aan?' 'Wil je alsj blieft je muts opzetten?' Tegenwoordig is het: 'Jassen aan. Mutsen op. We gaan.”'

6. Gij zult niet doodslaan

“De moord op vier Ikon-collega's in El Salvador in 1982 heeft mijn leven veranderd. Hoewel ik al een aantal jaren bij de Ikon werkte, ben ik toen pas een politiek bewust iemand geworden. Ik had nooit in alle heftigheid tot mij laten doordringen wat er nu werkelijk in de wereld gaande was. De dood van die jongens bracht daar in één klap verandering in. Het heeft mij de ogen geopend. Ik ben strijdbaarder geworden. De Ikon was een kleine, hechte gemeenschap waarin ik heel jong, als regisseur van de radio-kerkdiensten, terecht was gekomen. Ik ben er zo'n beetje opgegroeid. Het nieuws van de moord was een enorme schok die wij met elkaar moesten verwerken. Twee jaar later ben ik bij de Ikon weggegaan. Ik mòest weg, mijn vleugels uitslaan. Die verschrikkelijke gebeurtenis had mij definitief volwassen gemaakt.

Ik vind dat moordenaars opgespoord en berecht moeten worden, maar ik zou nooit de doodstraf eisen. Ik vind doden niet geoorloofd. Maar ik kan me wel voorstellen dat mensen die tot het uiterste getergd worden, in een vlaag van verstandsverbijstering, een ander ombrengen. Hoewel ik haast zeker weet dat ik er niet toe in staat ben, kan ik mijzelf daar niet van uitsluiten. Ik kan heel agressief reageren als mensen aan iets komen wat van mij is. Als iemand mijn kinderen iets aan zou doen, sta ik niet voor mijzelf in.''

7. Gij zult niet echtbreken

“Ik ben gescheiden. Ik heb mijzelf - en daarmee ook de ander - heel lang voor de gek gehouden. Achteraf bezien kan ik zeggen dat ik misschien wel wist dat ik iets wegstopte, maar ik kon het niet benoemen. Op een gegeven moment had ik zoveel opgekropt dat ik voor mijn omgeving een onaangenaam, afstandelijk persoon werd. Toen ik wist waarom ik mij zo rot voelde, brak de volgende fase aan. Net als de theologiestudie die ik niet wilde afbreken 'omdat ik er nu eenmaal aan begonnen was' liet ik ook deze situatie voortduren. Geen gezeur. Niet afhaken. Maar ik kon het niet volhouden, ik werd steeds ongelukkiger. Ik heb wel eens geprobeerd iemand duidelijk te maken dat mijn echtscheiding meer te maken heeft gehad met de grote ernst waarmee ik de relatie ben aangegaan dan met een zogenaamd gemak om er afstand van te doen. Ik maak een keuze en gun mijzelf vervolgens geen enkele ruimte na te gaan of ik daar nog wel achter sta. En dan kom ik mijzelf tegen. Toen ik mijn ex vertelde wat er aan de hand was, kwam dat voor hem als een donderslag bij heldere hemel. Ik heb me vreselijk schuldig gevoeld en de gedachte aan die tijd kan mij nog wel eens naar de keel vliegen. Dat ik zó met mensen ben omgegaan. Mijn huidige relatie is exact wat ik van een verbintenis had verwacht. Dit is wat ik wilde: veiligheid, zekerheid. Dit klopt. Het is waar: dat heb ik tijdens mijn vorige huwelijk ook gedacht, maar ik heb mij dus vergist. Ik wil dit best de ware liefde noemen. Liefde is in ieder geval de basis. Maar het heeft ook met geborgenheid te maken; ik voel mij op mijn plaats en dat maakt mij gelukkig. Niet dat hiermee mijn schuldgevoel over het verbreken van mijn eerdere huwelijk is weggenomen; ik heb geleerd ermee om te gaan. Ik heb heel lang geroepen hoe vreselijk het toch was wat ik die ander had aangedaan. Maar het is ook wel makkelijk om je altijd maar schuldig te voelen. Op een gegeven moment ben ik gaan inzien dat mijn ex en ik er allebei een rol in hebben gespeeld. Vast staat dat ik een fout heb gemaakt die ik liever niet had gemaakt. Maar ik heb er ook van geleerd, dat maakt het allemaal zo ingewikkeld. Soms denk ik dat dit alles moest gebeuren om mij te brengen waar ik nu ben. Maar dat ik daarbij dus blijkbaar over de rug van een ander moest gaan, kan mij nog steeds behoorlijk dwars zitten.”

8. Gij zult niet stelen

“Een keer in mijn leven heb ik vijf centen uit de portemonnee van mijn moeder gestolen. Van de vijf centdroppen die ik daarvoor kocht, werd ik vreselijk misselijk omdat ik ze heel snel moest opeten om ontdekking te voorkomen. 's Avonds kon ik niet slapen vanwege mijn knagende geweten. Uiteindelijk ben ik opgestaan en heb bij mijn ouders op de bank mijn zonde opgebiecht. Ze reageerden heel rustig - in die zin viel het mee - maar ik heb toch nooit meer iets gepikt. Ik kom wel eens in situaties waarbij het beslist niet moeilijk zou zijn om mijzelf iets moois toe te eigenen, maar ik zal het niet doen. Nooit, never, niks. Dat weet ik voor honderd procent zeker.”

9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste

“Ik ben eerlijk en open, maar ik ben ook tamelijk voorzichtig. De vraag is: moet je altijd de waarheid spreken? Ik vind het moeilijk mensen recht in het gezicht te zeggen wat ik van iets vind dat hen persoonlijk aangaat. Maar ik probeer het wel te doen. Ik wil mijzelf ertoe dwingen om iemands gedrag - zonder dat de betrokken persoon daar van af weet - niet met anderen te bespreken. Ik vind het helemaal niet moeilijk op een journalistiek terrein felle discussies te voeren, maar op het persoonlijke vlak vind ik dat wel lastig. Het is, geloof ik, een diepgewortelde angst niet langer aardig gevonden te worden als ik zeg wat ik vind. Ik ben behoorlijk laf. Terwijl ik in mijn privé-omgeving, dus met mensen die ik goed ken, zelfs ruzie kan zoeken. En echt liegen? Natuurlijk lieg ik ook wel eens. Tegen mijn kinderen met name, meestal om te voorkomen dat ze er achter komen wat ik - rond Sinterklaastijd en verjaardagen - van plan ben. Ze zijn heel slim en doorzien alles. Daarom moet ik mij wel eens van een leugentje bedienen. Om bestwil. Dat komt dan in de buurt van de Mennisten-leugen, ken je die? Menno Simons werd gezocht. Hij zit met een aantal mensen op een paardenkar. Ze worden aangehouden en iemand vraagt: 'Zit Menno Simons op deze kar?' Simons gaat staan en zegt: 'Nee.' Dat is toch een prachtige leugen?“

10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Als je tevreden bent met je eigen leven, is die behoefte aan andermans huis, rund of ezel er ook niet. Ik ben, over het algemeen, een tevreden mens. Zoet hè? Het zou behoorlijk saai zijn geen enkele begeerte te kennen, maar ik ben zeker niet jaloers op wat anderen hebben. Eigenlijk ook niet op wie ze zijn. Goed, ik zou jaloers kunnen zijn op de vrouw die plotseling wel erg veel aandacht van mijn man krijgt. Dat zijn zaken waar je zelf weinig invloed op kunt uitoefenen, waar je geen controle over hebt. De begeerte die ik ken, heeft eerder met ambitie te maken: ik ben een zeer ambitieus mens. Het zou mij dwars zitten als een ander hetzelfde werk stukken beter zou doen dan ik. Ik wil w...t ik doe ook heel erg goed doen. Werk is belangrijk voor mij, maar ik ben geen workaholic. Als ik er voor de kinderen moet zijn, bèn ik er ook voor hen. In deze fase van mijn leven is het gezin heel belangrijk voor mij. Ik weet ook zeker dat ik er mijn werk voor zou opgeven - als dat echt noodzakelijk was. Mijn kinderen bepalen voor een groot deel mijn geluk. Ik zie mezelf in hen terug. Pas ontdekte ik dat één van mijn kinderen, net als ik vroeger, vreselijk piekerde over doodgaan. Misschien heeft het te maken met de dood van Fitz, onze hond. Hij was oud en plaste in de gang. Een jaar na zijn dood heeft mijn zoon een plas water in de gang gegooid en gezegd dat Fitz was teruggekomen. Hij zei: 'Fitz kwam kijken of het goed met ons ging. Hij heeft even geplast en is toen teruggegaan naar oma in de hemel.' Precies zoals mijn vader ooit bij mij deed, ben ik heel serieus op het verhaal ingegaan. Ik zei: 'Wat leuk dat Fitz ons heeft opgezocht. Ik ben blij dat hij zo af en toe nog aan ons denkt.' Waarop mijn zoon ernstig knikte. Toen heb ik het water opgedweild. En alles was weer goed.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden