Mijmeringen bij een boek (slot)

Eens zag ik op de televisie een interview met de schrijfster Marjan Berk. “Vindt u het fijn, om te schrijven?”, vroeg de reporter.

Marjan Berk aarzelde. “Het is fijn als het er staat.”

En van Kees van Kooten is de uitspraak: “Schrijven is blijven zitten tot het er staat.”

Werkend aan het tweede deel van mijn boek heb ik dikwijls aan beide uitspraken moeten denken. Ik moest nogal eens lang blijven zitten voordat het er stond. En als het er stond was het fijn, maar ondankbaar genoeg alleen maar eventjes fijn, want het volgende ogenblik stond het volgende verhaal er nog niet. Je zal met zo iemand getrouwd zijn.

Ik maakte het mezelf natuurlijk extra moeilijk om, de evangeliën hervertellend, mij niet te beperken tot de bekende verhalen maar om recht te doen aan het gehele werk van de evangelisten Marcus en Mattheüs, dus ook aan de minder toegankelijke passages. Maar daar is weer zoveel aan uit te leggen. Het werd me van meet af aan duidelijk: dit tweede deel zou heel anders worden dan het eerste. In het eerste deel vertelde ik de grote, breed uitgesponnen verhalen over Israëls aartsmoeders en aartsvaders en over Mozes, gestalten van vlees en bloed, met wie je je gaandeweg kunt identificeren.

Hoe anders zijn de verhalen uit het Nieuwe Testament: kleine vertelsels, fragmenten uit Jezus' leer en leven, kortstondige ontmoetingen met een bonte schare voorbijgangers, van wie de meeste naamloos blijven. En daarnaast: spreuken, gelijkenissen, flarden verkondiging, zowel van Jezus als van de jonge kerk. Je moet het verhaal voortdurend onderbreken om wat uitleg te geven, en dat blijft een ingewikkelde manoeuvre. Vertellen is iets anders dan schoolmeesteren. Je luistert anders naar een verteller dan naar een docent. Daarbij komt dat ik soms de evangelisten niet dan met grote moeite een beetje kon volgen en dan wordt het natuurlijk nog lastiger om het verhaal helder en niet al te belerend op papier te krijgen.

Ik ben lang bang geweest dat de lezers deel twee met dezelfde ogen zouden gaan lezen als deel een en dat de vergelijking nadelig voor het tweede, ingewikkelder deel zou uitvallen. Tot mijn opluchting hoor ik die geluiden nergens, de reacties die ik tot nu toe opving zijn meer dan bemoedigend. En intussen ben ik weer van vroeg tot laat ouderwets met Jozua in de weer en met Simson en met David. Hoe meer je je erin verdiept, hoe mooier het wordt.

Over ieder bijbelboek is een bibliotheek vol geschreven, ik moet mij steeds aanzienlijke beperkingen opleggen en op een gegeven ogenblik alle commentaren en andere geleerdheid gewoon terzijde leggen en de pen pakken. God zegene de greep. Niet zelden komt het voor dat de exegeten met hun uitleg alle kanten opvliegen. A zegt a, b zegt b, c zegt c, en wie ben ik om met mijn kleine denkraam een verantwoorde keuze te doen? Ik kies dan met mijn water.

Al die erudiete bijbeluitleggers raadplegend, denk ik nog wel eens: misschien is het weer net zo als met die onaangename mens in de Haarlemmerhout. Miskotte noemt die man in een van zijn boeken. De Duitse vertaler, onbekend met de Camera Obscura van Hildebrand en te lui om de zoon van Miskotte even op te bellen, kon van die onaangename Haarlemmerhoutse heer geen chocola maken en schreef in een verklarende voetnoot: 'Waarschijnlijk een buurman van Miskotte'.

Ach, denk ik dan, als je met de uitleg van een boek uit ónze gewesten dat nog maar één generatie oud is al zo de mist in kunt gaan, hoeveel temeer dan met de uitleg van de heilige Schrift, eeuwen geleden in een gans andere cultuur door volstrekte onbekenden geschreven.

Soms wordt me gevraagd of ik het gemeentewerk niet mis. Ja, de mensen mis ik. Maar het is aan de andere kant ook heerlijk om met onverdeelde aandacht te kunnen schrijven. Gelukkig ligt er altijd wel een brief op mijn bureau van een lieve lezer of lezeres, en dat inspireert.

Ik zal u zo'n brief (met toestemming) laten lezen. De schrijfster ervan is een van de velen in den lande die ik in gedachten voor me zie, steeds wanneer ik mij weer zet om te gaan schrijven en om te blijven zitten tot het er staat.

Zeer geachte ds ter Linden,

U moet weten hoe verheugd ik was deze morgen voor de radio te horen dat uw tweede boek klaar is.

Eerder heb ik u al eens gezegd: ik heb twintig jaar niet in de bijbel kunnen (of willen) lezen - vanwege mijn gereformeerdendom daartoe onbekwaam gemaakt.

Toen kwam u met uw verhalen, en nu ligt dat eerste deel naast me op tafel. Niet vanwege mijn vromigheid maar als een stuk troost: het is terug.

Bijna 86 ben ik nu, ik heb niet veel tijd meer en u al eens vermaand: schiet een beetje op.

Het tweede deel verwachtte ik eind dit jaar, maar zie. Echt, ik werd er helemaal blij van. Aan de overkant van de tuin (ik woon op een Hofje) woont een zus van me, even jonger, pas 84, en ze kwam helemaal verheugd aanlopen: “Direct bestellen, hoor, ik wil er zelf een.” Die zuster van me was getrouwd met een vrijgemaakte dominee. Zij is een wijze vrouw en ze vergeleek uw boek en vertelmethode met W.G. van de Hulst uit onze kinderjaren. Ze zei: “Het was eigenlijk niks, een heel boekje over niks, maar ik weet ze nog.”

Zo doet u ook: 't is eigenlijk niks (nieuws) en we worden er dankbaar en gelukkig van. Natuurlijk heb ik langzaamaan wel door dat we aardig vrijzinnig worden - waar we altijd tegen moesten waken! Maar ik voel me niet bedrogen, wel vrijgemaakt.

Ik heb daarbij moeilijke jaren achter de rug, een woestijn van boosheid en donkerte en bitterheid en wrevel. En nu op mijn oude dag komt er toch nog iets van vrede in zicht.

We zaten in de kerk op het puntje van onze stoel om op de zuiverheid te letten (om God te beschermen!) en we konden niet achterover leunen en rusten om te luisteren naar de zachte stilte.

En nu: ik dank u. Want ik ben oud genoeg om te weten dat niets vanzelf tot stand komt. Natuurlijk ontvangt u die vertelgave - maar u begroef uw talent niet en zwoegde ermee. Dat brengt moeite en eist volharding.

Nu is uw boek af. Wees er blij om, ook voor mij, en put er moed uit voor wat nog moet.

Morgen op naar de boekhandel (hier vlakbij) om er twee te bestellen. Hoogachting, dank en groeten,

Op zo'n moment mis je de gemeente niet. Je gemeente zit in een hofje in Groningen. En je moet opschieten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden