Mij, ik zelf en ik

Het zelfportret is het geheim van het leven, zegt schilder Philip Akkerman. Hij is verslaafd aan het maken van zelfportretten. Niet uit ijdelheid, zegt hij. Een gesprek over het 'waarom' van het maken van zelfportret. En ovcer Rembrandt.

Stijntje Blankendaal

Philip Akkerman. De kunstenaar die zijn hele leven zelfportretten maakt. Duizenden al. Hij wil doorgaan tot hij geen penseel meer kan vasthouden. Het zelfportret als concept, maar daarmee ben je er niet. Want wat zie je als kijker? Welk deel krijg je van de kunstenaar te zien? En vooral: wat is zijn doel?

Akkerman (41) is niet de enige die zelfportretten maakt. Ook andere hedendaagse kunstenaars geven zich zelf weer in hun werk. En Rembrandt maakte weliswaar geen duizenden, maar toch vele tientallen zelfportretten.

Akkerman: ,,Ik schilder niet mij zelf, maar het mysterie van het bestaan. In de Bijbel wordt over het geheim van het leven gesproken. Het geheim openbaart zich na de dood. Maar dan heb je er niets meer aan, want dan is je zelfbewustzijn verdwenen. En juist het zelfbewustzijn stelt ons de vraag naar het bestaan. We zijn te stom voor het antwoord. We kunnen hooguit vaststellen dat we bestaan. Heel praktisch, via de zintuigen.''

,,Maar denk niet dat je met rationele verklaringen een stap dichter bij het mysterie komt. Als rationele psychologen over het mysterie van het leven praten, verwarren zij het rationele met het irrationele. De zogenaamde 'categorieënblunder'. Een dominee moet ook niet proberen het geloof theoretisch uit te leggen. Dat kan niet. De enige die die twee dingen mag verwarren, is de kunstenaar. Een kunstenaar is niet gebonden aan een categorie. Laat hem maar raaskallen. Dat kan geen kwaad, want uiteindelijk gaat het alleen om het werk dat hij maakt.''

Het zelfportret is uitgeroepen tot een thema van de Rembrandttentoonstellingen in Den Haag. Een groot deel van de zelfportretten van de oude meester hangt in het Mauritshuis. In het Haags historisch museum hangt onder de naam 'Me, myself & I' een verzameling van de kunstenaars Philip Akkerman, Francesco Clemente, Gilbert & George, Sigurdur Gudmundsson, Sarah Lucas, Bruce Nauman en Liza May Post. Beide tentoonstellingen worden op 25 september geopend.

'Me, myself & I': mij, ik zelf en ik, 'are so in love with you'. De titel is gebaseerd op een bekend jazzliedje. Maar begin jaren dertig was het ook de titel van een artikel van de cultureel-antropologe Margaret Mead. Ze schrijft over zelfonderzoek. 'Ik' onderzoekt het 'mij'. Ik is het subject en mij het object. Bij het zelfportret vallen kijker en bekekene samen. De schilder beeldt zich zelf af en ziet zich weerspiegeld in het schilderij.

Roos Vonk, universitair docente aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en schrijfster van het boek 'De eerste indruk. 'Bekijken en bekeken worden' (Leiden 1998) onderzoekt hoe een individu zich presenteert in de groep. Volgens haar is de mens niet één persoon, maar verandert hij afhankelijk van de omgeving en de mensen met wie hij verkeert: ,,Mensen maken een onderscheid tussen hun 'ware' zelf en het zelf dat zij aan de buitenwereld laten zien. In de sociaal-psychologie bestaat dat onderscheid niet: dat wat je laat zien wordt deel van jezelf. Alle zelfbeelden zijn echt. Je groeit als het ware in je rol.''

,,Freud's ideeën over de 'ware ik' die zich in de eerste drie jaren van je leven ontwikkelt zijn onzin. Mensen onderschatten het dat zij in een nieuwe situatie heel anders kunnen worden. Als kunstenaar kun je daar mee spelen. Je kunt verschillende kanten laten zien. Kunstenaars zijn niet gebonden aan maatschappelijke regels.''

,,Het is interessant om te zien hoe mensen zich afbeelden. In het verleden was dat vooral serieus, tegenwoordig zie je veel lachende portretten. Het doel is bekeken te worden. Het zelfportret is een specifieke manier van zelfpresentatie. Daarbij spelen vaste overwegingen een rol. Wie zijn de mensen die kijken? Wat wil je oproepen?

,,Het zelf is voor mensen iets speciaals. Iedereen kan het wat schelen. Mensen worden opgewonden van feedback, wisselwerking. De gedachte aan de reactie van anderen speelt altijd in het achterhoofd. 'Het kan me niet schelen wat anderen van me denken'' sprak de schrijver 'en ik word al warm bij het idee van wat ze daarover zouden zeggen'.''

Akkerman: ,,Iedereen denkt dat ik ijdel ben, maar ik ben er bijna zeker van dat ik het tegendeel ben. Die kunstcritici kijken in de spiegel van mijn gezicht en zien zich zelf. Zij zijn het meest narcistisch. Het is het Platonische dilemma. Het is altijd jouw perceptie van de werkelijkheid. Je herkent altijd iets van je zelf in een portret.''

,,Een interviewer vroeg mij laatst of ik niet eens zin had om de kop van een interessante oude man te schilderen. Maar het werkt juist andersom, als ik die man zie, herken ik hem uit een van mijn eerdere werken. Als je goed kijkt lijken ook alle portretten van een kunstenaar een beetje op de kunstenaar. Let maar eens op de portretten van de zestiende eeuwse schilder Maarten van Heemskerck: ze hebben allemaal schaapskoppen.''

,,Op de fiets kwam ik erachter dat het onmogelijk is je gezicht scherp voor de geest te halen. Je hebt geen geheugen voor je eigen gezicht. Dat heeft te maken met het feit dat je niet objectief naar je eigen gezicht kunt kijken. Je ziet altijd 'ik'. Maar een zelfportret kan niet liegen. Het is onmogelijk om jezelf niet te zijn, hoe huichelachtig je ook bent. Jij bent altijd degene die het maakt en daarmee is het deel van jezelf.''

Psycho-analysten zoeken, in tegenstelling tot de sociaal psychologen, naar de 'ik'. Waarom je bent zoals je bent. Wouter Gomperts, universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam en psycho-analyticus, ontkent dat er sprake is van ijdelheid bij zelfonderzoek: ,,Mensen die in psycho-analyse zijn wordt vaak narcisme verweten. ,,Goh, wat ben jij een navelstaarder''. Maar daarvoor zit je niet in therapie. Het gaat juist om de relatie met de ander. Door jezelf te leren kennen, leer je ook de ander kennen. Het gaat om de confrontatie. Als je jezelf afbeeldt, weet je dat er een kijker zal zijn. Dat kan een heel intieme relatie geven. Het contact met de ander kan heilzaam zijn om aspecten van jezelf te leren kennen.''

,,Er zit geen ijdelheid achter het zelfportret. Het is juist een dappere ontdekkingsreis naar je zelf. Voor de kijker gaat het erom wat het oproept. Als kunst de gedachte oproept van 'kijk mij eens wie ik ben' dan kan het irriteren, dan is er geen contact. Dat heb ik bij sommige autobiografieën, als de schrijver al te uitvoerig vertelt welke interessante mensen hem allemaal wel niet omringen. Maar van Rembrandt is het jammer dat er niet nóg meer zelfportretten zijn. Die vervelen nooit.''

,,In een zelfportret laat de kunstenaar veel van zich zelf zien. Als Rembrandt alleen landschappen had gemaakt, dan hadden wij veel minder een beeld van hem gehad. Je ziet de twinkeling in zijn ogen, soms kijkt hij terughoudend. Het is alsof hij er nog even is. Het maakt nieuwsgierig naar de kunstenaar. Het zet aan tot fantaseren en overbrugt de afstand in de tijd. Het boeit op een andere manier dan een ieder ander onderwerp: de kunstenaar laat je toe in zijn intieme wereld. Het is een virtuele ontmoeting. Jij staat er voor, hij staat op het doek.''

,,De kunstenaar drukt altijd iets van zijn ziel uit in een zelfportret. Het is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste gedachte. Die kun je als toeschouwer niet doorgronden. Het blijft fantaseren. Waarom Rembrandt zoveel zelfportretten heeft gemaakt, blijft een raadsel. Ook Philip Akkerman heeft een persoonlijke reden om zelfportretten te maken. Je kunt alleen speculeren over iemands beweegredenen als je heel veel over diegene weet.''

Akkerman: ,,Ik wil een mooi schilderij maken. Dat schilderij gaat over het leven, niet over het individu Philip Akkerman. Zelfs als ik erover nadenk niet. Mijn hoofd staat soms voor een landschap van kleur en vorm. Toch schilder ik geen willekeurig object als een asbak, hoewel ook die het mysterie bevat. Het zelfportret past mij als een handschoen. Het past bij mijn karakter. Als jongen van veertien maakte ik al zelfportretten. Ik deed dat zonder enige voorkennis, ongerept.''

,,Rond mijn twintigste schilderde ik om bewustere redenen. Ik kreeg een hekel aan de moderne kunstwereld en wilde teruggrijpen op meer oorspronkelijkheid, zowel qua onderwerp - ik zelf - als tijd - mijn jeugdjaren. Mijn leraren waren conceptuele kunstenaars. Dat betekent dat het concept, het idee, belangrijker is dan de uiteindelijke uitvoering van een kunstwerk. Maar als je zegt: 'ik maak zelfportretten', dan is dat onvoldoende. Je moet het werk zien.''

,,Ik heb in mijn leven al zo veel verklaringen gegeven waarom ik zelfportretten schilder. Ik weet het niet. Al die verklaringen zijn stuk voor stuk waar, maar daarmee ben je er niet. Kunst overkomt je, je loopt rond met ideeën die je uit wilt werken. Ik heb mij vastgebeten in het zelfportret. Na een paar jaar kon ik niet anders meer. Het is een zekere geestelijke verlamming. Ik ga door tot ik geen penseel meer vast kan houden.''

,,Sinds een jaar schilder ik zonder spiegel. Daarvoor maakte ik een tussenstap, schetste ik van de spiegel een tekening en maakte ik van die tekening een schilderij. De spiegel zwakt de inspiratie af. Zonder ben je vrijer om je fantasie uit te leven. Als je je vleeskleurige gezicht in de spiegel ziet, is het moeilijk om hem blauw te maken.''

,,In wezen ben ik een mysticus. Ik ben een bewonderaar van de kluizenaar die zich terugtrekt om het bestaan te onderzoeken. Dat doet hij vanuit zich zelf. Het zelfportret is een dramatische vorm van dat onderzoek. De meest nabije vorm van het bestaan ben je zelf. Dus je kunt het beste te raden gaan bij jezelf.''

,,Het idee van een persoonlijk perspectief is ontstaan in de renaissance. In de middeleeuwen werd gebruikgemaakt van een ongedefiniëerd perspectief van boven. In de renaissance is het perspectief naar de individuele kijker gebracht. De mens als maat der dingen. Het zelfportret is in dezelfde periode ontstaan. De kunstenaar trok zich terug in zijn atelier, waar hij zijn eigen wereldbeeld kon schilderen. Rembrandt schilderde de Nachtwacht niet met die groep mannen voor zich, maar uit zijn hoofd. Het was zijn visioen. Virtual reality bestaat in feite dus al eeuwen.''

,,Eigenlijk ben ik helemaal niet filosofisch ingesteld, maar ik vind het leuk om erover na te denken. Ik houd van Schopenhauer. Ik werd gegrepen door zijn verklaring van het raadsel dat wij niet gek worden van het mysterie van het bestaan. Volgens Schopenhauer komt dat doordat iets van het tijdloze, het eeuwige, in ons besloten ligt. Hij verklaart dat als volgt: wij hebben een besef van tijd. Dat kan alleen als die tijd ergens aan gerelateerd wordt. Snelheid naast snelheid heft beweging op, zoals je stil zit in een rijdende auto. Dus iets moet er stil staan in ons hoofd. Misschien dat ik onbewust iets van dat tijdloze uitdruk in mijn zelfportretten.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden