Migranten zijn wereldreizigers zonder belangstelling voor hun omgeving

We worden, zo aan het eind van de twintigste eeuw, voortdurend in de verleiding gebracht mondiaal design toe te passen: wereldeconomie en politiek als een metereologische kaart, waarbinnen hogedrukgebieden als Afrika, Azië en Zuid-Amerika van slecht weer worden voorzien door middel van de dollar, yen en mark in de lagedrukgebieden.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

De wind die daardoor ontstaat voert mensen soms als stuurloze bladeren met zich mee. Migratiestromen komen voort uit en vormen ook zelf weer in de 'immigratielanden tegen wil en dank' een politieke, economische en sociale belasting. De internationale vrije marktprincipes zorgen ervoor dat mensen die vroeger slechts van huis naar werk, winkel, kerk of moskee liepen, nu 'wereldreizigers' zijn geworden. Wereldreizigers met weinig belangstelling voor hun omgeving.

Net als de economische situatie verschillen de bevolkingssamenstelling en de familiewaarden en normen in de Noordelijke en Zuidelijke landen nogal van elkaar.

In de Noordelijke gebieden maken zowel vooraanstaande politici als vers benoemde hoogleraren asielrecht zich zorgen over de manier waarop we de exodus Zuid-Noord kunnen stoppen. Wat kunnen we eraan doen dat mensen in hun eigen land willen blijven, vroeg Willy Brandt zich eens af. De hoogleraar asielrecht prof. dr. G. Goodwinn-Gill zei bij de aanvaarding van zijn leerstoel: “Er is behoefte aan echte samenwerking. Het opgeven van 'kleine nationale belangen' en bereidheid om desnoods grote aantallen vluchtelingen onder bescherming terug te sturen naar de regio waar ze vandaan komen.”

Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, hou je adem in en stik niet, zingen kinderen bij het verstoppertje spelen.

Voor beide partijen - migranten en Noord-Europese politiek en bedrijfsleven - waren de redenen van verblijf economisch en tijdelijk van aard. Geen van beide partijen vond het aanvankelijk noodzakelijk zich in elkaars taal, cultuur of religie te verdiepen. Voor eigen land en familie zijn migranten economische voorhoedespelers geworden. Zij zijn onmisbaar voor 'de economie van de grote familie'. Er wordt nu gezegd dat de oorzaken van massale en individuele exodus moeten worden veranderd of zelfs weggenomen. Maar de herstructurering van de mondiale sociaal-juridische, maar vooral economische en politieke kaart is van zoveel factoren afhankelijk, dat alleen al de bureaucratie en de individuele ambtenaren voor de handhaving van de status quo kunnen blijven zorgen.

De inventiviteit van zowel de invloedrijke als de marginale wereldleiders doet niet eens ter zake. We zitten met elkaar opgescheept. Of is het een gouden kans?

In de tweede helft van de twintigste eeuw leven in West-Europa tussen de 7 en 8 miljoen mensen die zich op de een of andere manier met de islam identificeren. Op de drempel van de 21e eeuw kunnen we ons afvragen welk brevet de westerse beschaving van hoogconjunctuur en hoog opgeleiden krijgt voor haar omgang met een minderheidsgroep die er een nogal extrovert godsdienstig gedragspatroon op na houdt. Is Nederland in dat opzicht ook weer een soort gidsland?

Van de kruistochten tot de koloniale en de huidige neo-koloniale verhoudingen - van Hugo de Groot, die in 1622 zei: Mohammed heeft geen andere wonderen dan het rapier gebracht, tot Snouck Hurgronje, bedenker van de associatiepolitiek: Indonesië cultureel inlijven bij Nederland - heeft men in dit deel van de wereld de islam als een primitieve godsdienst beschouwd. De wereld zou een betere plaats worden indien moslims, een mensensoort die in het verleden enige aanleg voor ontwikkeling heeft getoond, zich tot het White Anglo Saxon Protestant of wasp-model zouden bekeren.

Toch pleitte de godsdienstwetenschapper Reland er in 1718 al voor om al te grove vooroordelen en stereotypen over de islam als niet historisch te beschouwen. Hij moedigde aan tot een visie van binnenuit en om daartoe primaire (moslim) bronnen te raadplegen en Arabisch te leren.

Misschien mede door de aanwezigheid van een half miljoen moslims in Nederland en de erkenning daarvan als legitiem onderwerp van wetenschappelijk onderzoek is er in de laatste jaren van de 20e eeuw sprake van een zekere omslag binnen de islamologie ten gunste van een grotere objectiviteit en inhoudelijke helderheid. Vooral daar waar het de islam als concurrent van het christendom betreft is er nu de neiging tot dialoog en samenwerking.

In het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid van 1979 werd de aanwezigheid van de islam als tweede religie in Nederland in feite erkend. Het is merkwaardig dat er, bijna 20 jaar later, steeds weer medewerkers van onderzoeksinstituten en vervolgens politici en journalisten wakker worden om Nederland, als betrof het een nieuw feit, daarop attent te maken.

Vragen als: hoe onbekend kunnen we suggereren dat de islam in Nederland blijft? En hoe verhoudt de islam zich tot moderniteit en emancipatie, komen in de volgende afleveringen aan de orde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden