Migranten ontdekken na Griekenland en Italië nu ook Spanje

Het stadhuis van Madrid. In Spanje overheerst medeleven met migranten die via het land Europa binnen willen komen. Beeld Hollandse Hoogte / EyeEm Mobile GmbH

Steeds minder migranten bereiken Europa via Griekenland en Italië. Ze proberen het nu liever via Spanje. Dreigen daar Griekse toestanden?

Deinend in een patrouilleboot turen Rafael Román en Juan Callejón, grensbewakers van de Guardia Civil, door de mist naar het vaste land van Marokko. Dagelijks zijn zij in de Straat van Gibraltar te vinden, waar slechts veertien kilometer kolkende zee Europa van Afrika scheidt.

De agenten hebben sinds jaar en dag de handen vol aan drugssmokkelaars die hier met snelle speedboten Marokkaanse hasj naar de Andalusische kust overzetten. Maar nu stuiten zij steeds vaker op illegaal overstekende migranten. Met name in de zomer liep het storm: met alle mogelijke maritieme middelen wordt geprobeerd hier het Europese vasteland te bereiken. "Ze gebruiken goedkope opblaasbootjes, binnenbanden van vrachtwagens en zelfs waterscooters!", verzucht Callejón. "Het kan hier zomaar het nieuwe Griekenland worden", waarschuwt Román.

Een viral video van een grote zwarte rubberboot vol migranten die aanmeerde op het strand van Barbate te midden van zonnende vakantiegangers schudde de Spanjaarden wakker: beweegt de bolling van het zogenoemde waterbedeffect na Griekenland en Italië nu richting Spanje?

Recordinstroom

In Andalusië zagen bewoners het in de loop van vorig jaar voor hun ogen gebeuren. Deze maand bevestigde het Europese grensagentschap Frontex dit beeld met cijfers: terwijl het aantal migranten dat via Italië en Griekenland Europa binnenkomt steeds verder daalde, steeg het aantal aankomsten in Spanje met 22.900 tot recordhoogte. Volgens voorlopige cijfers van het Spaanse ministerie van binnenlandse zaken gaat dit zelfs richting de 30.000. En al liggen de cijfers in Italië (119.000) en Griekenland (41.700) fors hoger, voor Spanje was er vorig jaar sprake van een ruime verdubbeling ten opzichte van de vorige piek.

"Meestal daalt het aantal in de winter. Maar nu blijven er migranten binnenkomen, zelfs in januari. Deze tendens kan nog veel verder oplopen", verwacht Paloma Favieres, beleids- en campagne-directeur van de door de overheid gefinancierde Spaanse Commissie voor Migrantenhulp (CEAR). "Spanje is daar helemaal niet op berekend", voegt zij daaraan toe.

CEAR, dat de Spaanse overheid regelmatig van repliek dient op het migratiedossier, hekelt de slechte informatie die binnenkomende migranten krijgen over hun situatie en de mogelijkheden om asiel aan te vragen. Evenals de omstandigheden van de vreemdelingendetentie: die is vaak onder de maat, vindt de organisatie. Favieres vreest dat de regering dankzij het huidige 'ad hoc-beleid' niet om kan gaan met een nog drukker jaar. "Afgelopen zomer zaten de detentiecentra al overvol", aldus Favieres.

Cayuco-crisis

Spanje als toegangspoort naar Europa voor migranten is geen nieuw fenomeen: in 2006 tijdens de zogenoemde Cayuco-crisis - vernoemd naar de boten waarmee migranten via West-Afrika de Canarische Eilanden probeerden te bereiken - was het voorlopige hoogtepunt. Alleen in dat jaar was de toestroom met 39.180 aankomsten in Spanje groter dan nu. Spanje wist het tij destijds vrij succesvol te keren. Onder meer door succesvolle terugkeerregelingen aan te gaan met vertreklanden in ruil voor economische steun en hulp bij de grensbewaking die ook in eigen land fors werd opgeschroefd.

De Spaanse grensbewaking is echter niet onomstreden: zo worden migranten die de hekwerken rond de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla weten te bedwingen en op Spaans grondgebied zijn regelmatig weer terug de grens overgezet naar Marokko. Ook zijn er zaken bekend waarbij grensbewakers disproportioneel hard ingrijpen. Vier jaar geleden verdronken in ieder geval vijftien migranten voor de kust van Ceuta nadat de Guardia Civil op hen zou hebben geschoten met rubberkogels. Nu de exclaves steeds lastiger te bereiken zijn en de gevaren van een reis via Libië steeds evidenter worden, lijkt de Spaanse zeeroute een alternatief.

Zo ook voor de Booba Hdjidda (18) uit Kameroen. Na de horrorverhalen die hij had gehoord over de reis via Libië besloot hij het via Marokko te proberen. "Ik heb vrienden die gestorven zijn in Libië en vrienden die daar in een gevangenis zitten. Het is daar heel gevaarlijk. Ik had daar ook kunnen sterven", vertelt hij in tranen op een bankje in de Spaanse kuststad Algeciras na zijn succesvolle overtocht.

Gijzelaar van Marokko

CEAR en Frontex verklaren de toename vorig jaar ook vooral uit de onrust in de Noord-Marokkaanse Rif: 40 procent van de migranten die overstaken naar Spanje was Marokkaan of Algerijn. De rest was voornamelijk afkomstig uit West-Afrika. Marokkaanse grenswachten werden volgens Favieres deze zomer ingezet in de Rif waardoor het voor migranten makkelijker was erdoorheen te glippen. Spanje is overigens wel vaker overgeleverd aan de grillen van het buurland, met name als het gaat om drugshandel en migratie gaat. "Spanje is wat dat betreft een gijzelaar van Marokko", zegt Favieres. Wat Spanje overheeft voor rust aan de grens blijft vaak in nevelen gehuld en wordt volgens Favieres doorgaans afgekocht met geld of economische deals.

Migranten die zijn opgepikt in de Straat van Gibraltar wachten op vervoer naar een Spaans politiebureau. Beeld AP

Opvallend genoeg wordt er onder de Spaanse bevolking, anders dan in andere Europese landen, nauwelijks gemord over het toenemende aantal migranten. In het uitgestrekte Spanje, dat historisch gezien altijd eerder doorgangs- dan bestemmingsland was, verdwijnen de meesten na een kort verblijf in vreemdelingendetentie richting andere Europese bestemmingen. Daar komt bij dat vooral sub-Saharanen die in Spanje blijven volgens Paloma Favieres een goede naam hebben. "Wat de mensen op tv zien is vooral iemand met een dekentje om zich heen die hulp nodig heeft. Zij komen niet echt negatief in het nieuws."

Bovendien kent Spanje geen grote uitgesproken xenofobe partij. De regerende conservatieve Volkspartij van premier Mariano Rajoy stelt zich echter zuinigjes op als het gaat om de Europese herverdelingsquota; Spanje loopt ver achter. Madrid vaart nu liever op het positieve post-crisissentiment van dalende werkloosheid en groeiende economie dan dat het naast het Catalaanse separatisme ruimte geeft aan nóg een potentieel hoofdpijndossier, zo lijkt de politieke lijn.

'Vluchtelingen welkom'

Op lokaal niveau in de grote steden overheerst opvallend genoeg juist een sfeer van medeleven met de migranten: op het statige Madrileense stadhuis waar de activistisch linkse burgemeester Manuela Carmena zetelt, prijkt een grote banier met 'Vluchtelingen welkom'. Haar ambtgenoot in Barcelona, Ada Colau, van vergelijkbare politieke snit, liep een jaar geleden mee in een grote demonstratie voor de opname van niet minder, maar meer migranten: 160.000 man gingen daarvoor de straat op in Spanjes tweede stad.

Spanje maakt zich ondertussen op voor een mogelijk nog drukker jaar, zoals ook Frontex verwacht. Migranten die de Straat van Gibraltar zijn overgestoken, vertellen dat zij in Spaanse wateren direct de kustwacht bellen, die hen vervolgens naar het vasteland brengt. De procedure is bedoeld voor vaartuigen in nood, maar het oppikken van de migranten is eerder regel dan uitzondering, zo bevestigen ook de grensbewakers van de Guardia Civil. Dit betekent echter niet dat de route ongevaarlijk is: vorig jaar vonden er volgens CEAR 223 migranten de dood. In Barcelona houdt een teller op de boulevard het aantal migrantendoden op de Middellandse Zee bij.

Bilbao als springplank

Terwijl in het zuiden van Spanje migranten proberen het land binnen te komen, doen in het noorden groepjes migranten pogingen het land juist weer te verlaten. In de haven van Bilbao verbergen jonge Albanezen zich op veerboten om als verstekeling naar Groot-Brittannië te varen. Een muur, gebouwd door de veerbootmaatschappij Brittanny Ferries, houdt hen niet tegen.

Ze sjokken in kleine groepjes met plastic tassen over de boulevard tussen de plaatsjes Santurtzi en Ziyabona. Beneden hen de uitgestrekte haven van Bilbao met hijskranen en containers zo ver het oog reikt. De Albanese jonge mannen, pubers soms nog, hangen weken rondom de haven in de hoop Groot-Brittannië te bereiken.

De 16-jarige Fisnik en zijn vijf jaar oudere vriend Ardjan hebben net boodschappen gedaan en keren terug naar hun koepeltentje dat ze ergens verborgen in de bosjes hebben opgezet. De twee Albanezen willen naar Groot-Brittannië om in de bouw aan de slag te gaan. "In Albanië is geen werk", zegt Fisnik. Eén poging hebben ze al gewaagd. "We hadden ons verborgen in een vrachtwagen die klaarstond om de ferry op te gaan. Twee dagen brachten we daarin door, heel benauwd en zonder licht. Uiteindelijk werden we toch ontdekt. Drie van onze vrienden lukte het wel." Hoe ze in Bilbao zijn gekomen? "Gewoon met het vliegtuig naar Parijs, en toen met de trein via Bordeaux naar Bilbao."

Albanezen mogen sinds 2010 vrij reizen door de Europese Unie, maar voor Groot-Brittannië hebben ze wel een visum nodig. Daar hopen ze op een bouwplaats of in de keuken van een restaurant een baantje te vinden. Sinds vorige zomer hebben ze Bilbao ontdekt als vertrekpunt om de oversteek te maken.

Ondertussen komen uit de bosjes nog eens tien andere Albanese jongemannen. Ze dragen capuchonvesten en rollen goedkope shag. Een rol koekjes wordt gedeeld, een zwerfkatje geaaid. Een van hen laat een rol ducttape zien waarmee ze het zeil van de vrachtwagen van binnenuit weer dichtmaken nadat ze het hebben opengesneden.

Ze lijken goed georganiseerd, opereren in kleine groepjes, vertellen hoe ze 's avonds om beurten wakker blijven om de tent te bewaken. Wassen doen ze in de fontein in een van de plaatsjes in de omgeving, vertelt Fisnik. "Soms drinken we een koffie in een cafeetje, dan hebben we even wifi en kunnen we onze telefoon opladen."

Als er een politie-auto langzaam langs komt rijden, steken ze hun duim op. De Spaanse politie is veel relaxter dan de Franse, zeggen ze. Ze worden met rust gelaten. Tot ongenoegen van de ferrymaatschappij Brittanny Ferries, zegt woordvoerder Nigel Wonnacott telefonisch vanuit het Britse Portsmouth.

Drie keer per week vertrekt er een veerboot vanuit Bilbao richting Groot-Brittannië. "We zien dat dezelfde individuen steeds opnieuw een poging wagen." Het ergert Wonnacott dat de autoriteiten in Bilbao nauwelijks optreden tegen hen. "Ze beschouwen het als een klein vergrijp." De veerbootmaatschappij moet de Albanese verstekelingen die worden ontdekt op 'kosten van de zaak' weer terug naar Spanje varen. "Een flinke kostenpost." Maar Wonnacott wil geen bedragen noemen.

De maatschappij bouwde de laatste weken een muur van vier meter hoog rondom het deel van de haven waar de onbewaakte vrachtwagens staan om de migranten op die manier te weren. "Voor zover ik weet is er geen prikkeldraad of gebroken glas of zo op de muur geplaatst." De muur houdt zeker niet alle migranten tegen, aldus Wonnacott. "Zelfs nu, ondanks de muur en de winterse temperaturen, proberen tientallen mensen per week nog om ongezien de veerboot op te komen."

De achternamen van Fisnik en Ardjan zijn bij de redactie bekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden