Mier, mens en media

Theatermaker en kunstenaar Dries Verhoeven (1976) maakte een tentoonstelling met levende mieren. Ze bevolken 44 maquettes van de brandhaarden van onze wereld.

Op het South Sea Island, een van de honderden eilanden van de republiek Fiji, is het rustig. Er slenteren maar een paar 'soortgenoten' rond, de rest lijkt vertrokken naar andere oorden. Het eiland is het terrein van de 'Homo emigratus', zo staat op het bordje bij de maquette van het eiland. 'Vanwege de stijgende zeespiegel reist de soort naar andere landen'. Even verderop, in de haven van Lampedusa, is het aanmerkelijk drukker: de 'Homo immigratus' komt in grote groepen aan op het Italiaanse eiland. Ze klauteren over de bootjes en elkaar en krioelen door de stad.

De enige verschillen tussen deze tentoonstelling en de echte wereld lijken de grootte - schaal 1 op 250 - en 'de soort' van de bewoners, zoals theatermaker en bedenker Dries Verhoeven ze noemt: in plaats van mensen gebruikt hij mieren: in de maquettes zijn die ongeveer even groot als de mens in werkelijkheid. Hij kocht ze bij een Duitse mierenhandel, die de volken meestal als huisdieren aan particulieren verkoopt. Met hulp van een aantal studenten maakte Verhoeven 44 maquettes van miervriendelijk materiaal: wit gips en epoxy, aangevuld met 'details' uit een 3D-printer.

In het atelier konden de mierenvolken, ieder met een eigen koningin, al aan hun nieuwe leefomgeving wennen. Net als nu in het museum werden de mieren eens per dag gevoerd met water, fruitvliegjes en speciale suikerklontjes - ze zijn in goede handen, verzekert Verhoeven. Er komen geregeld eieren uit, en zo af en toe zal er een mier sterven: ze kúnnen twintig jaar worden, maar sommige worden niet ouder dan een week. Soortgenoten slepen de overledenen en zieken naar een hoekje van het verblijf.

De nagebouwde locaties zijn plekken die momenteel in het nieuws zijn wegens natuur- of oorlogsgeweld, en andere problemen. Natuurlijk is er een maquette van Fukushima, van het Oekraïense parlement en van de muur in Bethlehem - 'Om geopolitieke redenen is er weinig animo tot ingrijpen bij buitenlandse soorten', staat er droogjes.

Ook minder bekende plekken komen aan bod: de 'Homo non operans' leeft bijvoorbeeld in autofabrieken in Frankrijk, bewoond door de kleinste mierenkolonie van de tentoonstelling, met slechts tien beestjes. En in een onaffe wolkenkrabber, de inmiddels gekraakte 'Torre di David' in Caracas, Venezuela, is het druk met vertegenwoordigers van de 'Homo bancrupticus'.

In de lange zaal staan de maquettes op volgorde van oost naar west. Het is er duister - mieren houden niet zo van licht - en één smalle straal 'zonlicht' trekt in drie kwartier over de bakken. Steeds wanneer het licht een bak beschijnt, komt de locatie 'live' uitvergroot op de achterwand, net als in het echte nieuws: vingercameraatjes filmen de mieren in hun witte leefomgeving, van YouTube haalde Verhoeven de bijbehorende omgevingsgeluiden.

De vergelijking van mensen met mieren is weliswaar niet bijster origineel, de uitvoering met de theatrale enscenering is dat wel. Het is een meta-tentoonstelling met een wrange knipoog: een introductie over de homo sapiens, zijn problemen, en de medialisering daarvan voor een bewoner van een andere planeet. De Formica fusca, Raptiformica en Camponotus ligniperdus hebben even onze plaats ingenomen, wij zijn de aliens.

Über-metamoment: één van de maquettes toont het Stedelijk Museum in Den Bosch, de plek waar de tentoonstelling en de toeschouwer zélf staan. Ook dáár lopen mieren: we zien onszelf als mieren op het scherm. 'Deze soort', staat op het bordje, 'moet zich verhouden tot beelden van de lijdende soort elders. Grote hoeveelheid informatie leidt enerzijds tot empathie en schaamte voor de eigen situatie, anderzijds tot gevoelens van verzadiging en onverschilligheid.'

Of deze 'Homo empathicus' werkelijk zo empathisch en tegelijkertijd onverschillig is, is een vraag voor thuis. De mieren lijken zich in elk geval een stuk beter te redden dan de soort die ze hier vertegenwoordigen.

HHHHH

Dries Verhoeven, Homo desperatus, tot 31 augustus, Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden