'Midden-Oosten moet banen scheppen'

Protest in de regio richt zich tegen politiek, maar de oorzaak van de onrust is economisch, meent IMF

Werk en nog eens werk, vooral voor de jonge werklozen. En dat niet alleen, ook een sociaal beleid en een goed vangnet. Dat zijn de oplossingen die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ziet voor de sociale onrust en (dreigende) burgeroorlogen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

De wortels van de huidige conflicten mogen vooral politiek zijn, in de analyse van het IMF zijn economische oorzaken er onlosmakelijk mee verbonden. In de vannacht gepubliceerde economische vooruitzichten voor de regio erkent het IMF te zijn overvallen door het tempo waarin de gebeurtenissen elkaar opvolgen. Uit de IMF-analyse - en dan maakt het niet uit of die is gemaakt voor olie-exporteurs of -importeurs - blijkt dat werk het toverwoord is.

In de voorbije decennia is weliswaar veel arbeid geschapen, alleen ging die banengroei niet gepaard met goed sociaal beleid en er was geen vangnet voor de allerarmsten. Daarbij dwarrelde de welvaartsgroei niet overal in gelijke mate neer en vormde de corruptie een, in de ogen van het IMF, onaanvaardbare ontkenning van de waardigheid van de burgers.

De IMF-boodschap aan elke leider in de regio moge duidelijk zijn: je kunt de geldkraan openzetten, overheidsbanen scheppen bij de vleet en minimumlonen verhogen maar op de lange termijn ben je er daarmee niet. Oman, dat recent de minimumlonen in de private sector verhoogde als antwoord op dreigende onlusten, doet te weinig. Op de hervormingsagenda dient meer te staan.

In de afgelopen jaren creëerden bijvoorbeeld de Golfstaten Bahrein, Koeweit, Katar, Oman, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten miljoenen banen, maar het meeste werk in die landen wordt verzet door expats. De eigen bevolking voelt zich om meerdere redenen niet geroepen de klus te klaren. In veel gevallen is er een mismatch: het scholingsniveau is te hoog voor de aangeboden baan. Of de arbeidsmigrant wil tegen een lager salaris werken dan de lokale werknemer.

Olie-exporterende landen in de regio kunnen hun beleid makkelijk wijzigen. De prijs van een vat olie is dusdanig snel gestegen dat ze de wind fors in de rug hebben.

De zes landen die olie importeren - Egypte, Jordanië, Libanon, Marokko, Syrië en Tunesië - hebben het aanzienlijk moeilijker. De sociale onrust daar kan zich nog verdiepen, de instroom van buitenlands kapitaal verder opdrogen, de overheidstekorten kunnen snel oplopen en daarmee de rentelasten.

De zes kennen al heel lang een heel hoge werkloosheid. Met 12 procent zijn ze koploper in de wereld. Nergens is een groep landen te vinden met zo'n hoge werkloosheid en vooral ook met zo'n lage arbeidsparticipatie (46 procent).

Daarbij is het percentage jeugdige werklozen (tussen 15 en 24 jaar) nog eens extreem hoog. Voor de groep van zes geldt 40 procent jeugdwerkloosheid, met uitschieters van 60 procent in Egypte en Syrië.

Volgens het IMF leert de ervaring elders op de wereld dat 1 miljard dollar aan investeringen in de infrastructuur 40.000 banen schept. Het IMF adviseert overheden om het midden-en kleinbedrijf te helpen via belastingmaatregelen en kredietgaranties, om zo de banengroei te versnellen.

Hoe groot de economische schade van de onrust is, kan het IMF nog moeilijk inschatten. Afgezien van Libië valt de schade voor de olie-exporteurs mee, vanwege de hogere olieprijs. Olie-importeurs als Tunesië en Egypte moeten het met tussen de 2,5 en 4 procentpunt minder groei doen, in een regio waar tussen de 4 en 6 procent gebruikelijk is. En dan is de hoop dat de toerist snel terugkeert.

Veel landen delen mee in groei Golfstaten
De Golfstaten, en dan vooral Koeweit, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, zijn al jaren van grote betekenis voor de regio. Bijna 75 miljard dollar is er vorig jaar vanuit de Golfstaten naar de rest van de wereld overgeboekt door onder andere gastarbeiders.

De Golfstaten investeerden voor 43 miljard dollar en de andere landen in de regio ontvingen veel ontwikkelingshulp van deze landen.

Het IMF hanteert een vuistregel voor het effect van groei in de Golfstaten: voor elke procent stijging van het bruto binnenlands product van de Golfstaten volgt ongeveer een derde procentpunt groei in het land van de migrantenwerkers. Daarin kan verandering komen nu de Golfstaten meer oog hebben voor de werkgelegenheid van hun eigen inwoners.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden