Midden-Oosten / Media gaan mee in Israël-propaganda

De media verweren zich te weinig tegen de Israëlische propaganda, die met hulp van betere woordvoerders en meer financiële armslag effectiever is dan de Palestijnse.

Kritiek op het beleid van de staat Israël is voor velen alleen acceptabel als ze omgeven wordt door veel mitsen en maren. Als ik zeg dat verzet tegen de bezetting en de settlements legitiem is volgens het internationale recht, zou ik daar onmiddellijk bij moeten zeggen dat zelfmoordaanslagen op Israëlisch grondgebied óók niet kunnen. Als ik zeg dat Israël talrijke resoluties van de Veiligheidsraad en afspraken in het Verdrag van Oslo negeert of schendt, dan zou ik daar onmiddellijk bij dienen te vermelden dat anderen dat ook doen. Daarop volgt dan meestal een discussie over kwantiteiten: wie heeft meer doden op zijn geweten, wie schond méér resoluties, et cetera.

Israëlische propaganda in het Westen heeft tot nu toe met inzet van grote professionaliteit en aanzienlijke middelen heel wat succes geboekt door iedere kritiek te dwingen tot het toevoegen van een ’maar’. En ook door schijntoegevingen te doen (’Wij zijn ook geen voorstander van de nederzettingenpolitiek’; ’natuurlijk is kritiek op het Israëlische beleid gerechtvaardigd’). Daardoor wordt wel de schijn gewekt van objectiviteit en bezonnenheid. Het zijn bekende propaganda-trucs, die met grote vaardigheid worden toegepast. Daar komt bij dat veel informatie uit Israël door native speakers wordt gepresenteerd, wat de suggestie van betrouwbaarheid bij de kijker/luisteraar versterkt.

Informatie uit Arabische bronnen steekt daar fel tegen af. Het is daar al gauw zwart/wit en van boem-pats. Kritiek gaat zelden gepaard met zelfkritiek. Toch beschikken de Palestijnen en de Libanezen over mensen die door hun kennis van het Westen, waar ze gestudeerd hebben, in staat zouden zijn om op voor westerse oren en ogen verstaanbare wijze zinvol commentaar te leveren. Maar die stem mist de ondersteunende middelen en organisatie om zich hoorbaar te maken. Als westerse media al eens Palestijnen of andere Arabieren aan ’t woord laten, dan is dat min of meer bij toeval. Voor een deel is het luiheid (de informatie van Israëlische zijde is immers direct toegankelijk), voor een deel vooringenomenheid (Israël is de ’enige echte democratie in het Midden-Oosten’).

Dat religie als machtsmiddel gebruikt wordt in het conflict, maakt alles nog ingewikkelder. Aan Arabische kant wordt de strijd dikwijls voorgesteld als de verdediging van de islam, het grondgebied van de islam of zelfs van ’de ware islam’. In de Israëlische politiek moeten orthodox-joodse partijen telkens weer regeringen aan een meerderheid in het parlement helpen, terwijl veel kolonisten overtuigd zijn dat hun God hun bepaalde stukken grond heeft toegewezen. Ten slotte zijn er christenen die niet willen erkennen dat de huidige staat Israël helemaal niets van doen heeft met het Israël dat bij de bijbelse profeten symbool staat voor vrede en gerechtigheid.

De democratie, die objectieve berichtgeving mogelijk maakt, is gedurende de laatste decennia in Israël aangetast. Kranten kunnen nog uiteenlopende meningen ten beste geven, maar de stem van de Arabische burgers met een Israëlisch paspoort (ongeveer 20 procent van de bevolking) is onhoorbaar.

Het jarenlang gevangen houden van talloze Palestijnen zonder aanklacht of eerlijk proces, het in bezit nemen van land van Palestijnen, de pesterijen bij wegversperringen, de provocaties door settlers, bijvoorbeeld in Hebron, de bouw van de muur op Palestijns grondgebied, het uithongeren van de bewoners van de Gaza-strook en nu weer het disproportionele geweld in Gaza en Libanon: het staat de overwegend positieve, of toch minstens begripvolle toonzetting in de berichtgeving in het Westen niet in de weg.

Men maakt zich er in Israël echt niet ongerust over nu er meer kritiek geuit wordt dan vroeger. Men vertrouwt er op dat de westerse media hun oude routine oppakken als er een bestand komt.

Maar pas als de publieke opinie in de VS ervan overtuigd raakt dat je regeringen en hele volken niet daar kunt krijgen waar je ze hebben wil door het inzetten van massaal geweld, zal ook Israël dit uitgangspunt laten varen. De politieke en militaire praktijk en de dominante berichtgeving en nieuwsanalyse in de media zijn daar niet toe aan dit inzicht. Blijkbaar is de propaganda nog te sterk en is verweer ertegen nog te zwak om het tij te keren.

Waarom varen de media in Nederland, waar het om het Israëlische beleid gaat – uitzonderingen daargelaten – grotendeels dezelfde koers als in de VS? Wat meer kritische zin zou de kwaliteit van de berichtgeving en van de nieuwsanalyse aanzienlijk kunnen verhogen.

Dr. F. Florin is filosoof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden