Midden in een maakproces

Het Nationale Ballet bestaat vijftig jaar - een halve eeuw van bouwen aan repertoire en aan de emancipatie van de balletkunst in Nederland.

Alexandra Radius trof er in 1970 een 'ongedisciplineerde toestand' aan, zeven jaar later kwam Rachel Beaujean vers van de balletacademie in een 'bohemienachtige groep waar alles en iedereen inspiratie was'. Igone de Jongh danst tegenwoordig in een 'geoliede machine' met 'technisch ongekend goede' dansers. Het Nationale Ballet (HNB) bestaat vijftig jaar.

"Wat wij begin jaren zeventig in Amsterdam bij de groep aantroffen was niet best", vertelt Radius. "Op dat moment bestond HNB nog geen tien jaar. Mijn danspartner en echtgenoot Han Ebbelaar en ik hadden net een tijd in New York bij American Ballet Theatre gedanst en werden gevraagd om de standaard van Het Nationale Ballet op te komen vijzelen. Dat was wel nodig; er was geen discipline en de techniek stelde weinig voor. Er zijn dansers ontslagen, dansers aangetrokken: Sonja Marchiolli, Monique Sand, Francis Sinceretti, Henny Jurriëns. Toen is de bodem gelegd voor wat later als de 'Gouden Jaren' van HNB de boeken in is gegaan."

Om Nederland aan een balletgezelschap te helpen ontstaat er in 1961 een van overheidswege opgelegde fusie tussen het Amsterdams Ballet van Mascha ter Weeme en het Nederlands Ballet onder leiding van Sonia Gaskell. Radius: "Gaskell had er niet op gerekend dat ze het artistiek leiderschap moest delen. En ze vond het niet leuk dat het concurrerende Nederlands Danstheater in Den Haag óók subsidie kreeg. De stemming in de Nederlandse danswereld, hoe klein ook in die tijd, was in die jaren ronduit slecht. Kwam je uit 'kamp- Gaskell', dan groette je iemand uit 'kamp-Danstheater' per definitie niet. Zo gênant was het."

De fusie die tot HNB had geleid, brengt vooralsnog geen rust in dat getroebleerde Nederlandse balletwereldje. Ter Weeme houdt het na een jaar voor gezien en het esprit van Gaskell neemt af. Met haar protegé Rudi van Dantzig deelt ze vanaf 1965 het leiderschap, aanvankelijk met nog een derde persoon erbij. Vanaf 1971 zwaait Van Dantzig de scepter in zijn eentje. Radius: "Rudi was toen al erg in beeld met zijn choreografische werk. Zijn 'Monument voor een gestorven jongen' uit 1965 kreeg waardering tot over de landsgrenzen. Rudi en zijn toenmalige partner, choreograaf Toer van Schayk, hadden een enorme creatiedrift - maken, maken, maken. Rudi en Toer hadden daarnaast een goede neus voor de aanpak van het klassiek-romantische repertoire, dat bij HNB altijd een belangrijke hoeksteen is gebleven."

De komst van Hans van Manen in 1973, op instigatie van Radius en Ebbelaar die bij het Danstheater met hem hadden gewerkt, geeft een extra impuls. Radius: "Hans' eerste werk bij HNB was de pas de deux 'Twilight'. Hierin liet hij mij op hoge hakken dansen. Het was nieuw, het was anders, en een succes! Met zijn 'Adagio Hammerklavier' viel het kwartje. Toen voelden we dat het écht wat ging worden met deze groep. Er was onderling zo'n saamhorigheid, we ademden door één mond. Dansen werd iets heiligs."

Rachel Beaujean ervaart HNB bij haar aantreden in 1977 als een 'troep' bohemiens. "Het was in de geest van: het gaat niet om het geld, maar om de artisticiteit. Er was geen cao, en als Rudi, Toer of Hans een ballet maakte, bleef je in de studio tot het klaar was. Het was pionieren, liefdewerk en oud papier."

De kracht van die 'Gouden Jaren', zoals de jaren zeventig en begin jaren tachtig bij HNB worden genoemd, ligt juist dáárin, aldus Beaujean: "De drie 'Vans' - Van Dantzig, Van Manen en Van Schayk - waren continu aan het creëren, je was als danser altijd midden in een maakproces. Rudi was niet zo van de techniek, als hij moest kiezen, koos hij voor de persoonlijkheid van de danser. Ik had geen groot technisch gemak, toch haalde Rudi eruit wat er wél in me zat: inleving in de rollen, betekenis geven aan de stappen. Er werd door Rudi, Toer en Hans gezocht naar wat er mogelijk was in dans. Dat had een aanzuigende werking, ook in het buitenland. Van heinde en verre kwamen dansers auditeren."

Van Dantzig richt zich vooral op de maatschappelijke relevantie van dans. Beaujean: "Hij zette in een ballet übermenschen en gepeupel tegenover elkaar; hij wilde sociale tegenstellingen laten zien. Dat werd gewaardeerd, maar oogstte ook kritiek. 'Dominee van de dans' werd hij genoemd. Ik kon er als danseres ook niet zo goed tegen dat iemand mij vertelde hoe de wereld in elkaar stak. Er zijn lange briefwisselingen tussen Rudi en mij gepasseerd waarin hij zijn standpunten vol vuur uiteenzette."

De tegenstelling tussen Rudi van Dantzig en Hans van Manen kan niet groter zijn, meent Beaujean. "Hans kwam uit een compleet andere scene; die van de abstracte kunst, de wereld van design en jazz. Rudi hield van expressionistische kunst, zijn werk lag altijd in het verlengde van gevoel en emotie. Het was als danseres heerlijk om in beider werk te dansen, het beste uit twee werelden. Toch hadden Hans en Rudi ook veel gemeen: de drive om het vak te emanciperen, vooral de rol van de mannelijke danser. In hun werk waren de mannen niet langer pakezels die de ballerina droegen, ze werden mens."

Midden jaren tachtig komt het tot een breuk tussen de choreografen. Beaujean: "Rudi moest als directeur beslissingen nemen, terwijl Hans zelf heel goed wist wat hij wilde. Die situatie is eigenlijk nog verbazingwekkend lang goed gegaan. Hans ging toen terug naar het Danstheater om zich verder te ontwikkelen."

In 1986 verhuist HNB van de Amsterdamse Stadsschouwburg naar het nieuwe, en veel grotere, opera/ballethuis Muziektheater aan het Waterlooplein. Beaujean: "Eindelijk konden we voluit dansen. Het toneel leek wel een grote speelweide. De tweede acte van 'Giselle' bestaat uit louter sprongen. Dat was opeens heerlijk om te doen, je hoefde je als danser niet meer in te houden."

Van Dantzig vindt de schaalvergroting minder prettig. "Rudi voelde zich verloren in dat gebouw, opeens kwamen er afdelingen, werkoverleggen, en had hij niet meer met iedereen rechtstreeks contact. Zijn liefde voor het vak is nooit minder geworden, zijn liefde voor de groep als bedrijf werd dat wel. HNB moest toen niet alleen zoeken naar een opvolger, maar ook naar de formule om HNB een nieuwe, professionelere, fase in te voeren."

Igone de Jongh komt in 1996 bij HNB, als er een opvolger is gevonden in de persoon van Wayne Eagling, voormalig stersolist van het Engelse Royal Ballet. "Ik stond daar als jong meisje opeens tussen mijn iconen: Valerie Valentine, Coleen Davis, Rachel Beaujean. Die ballerina's waren groot geworden onder Rudi. Er stond echter ook een nieuwe generatie te trappelen om het van hen over te nemen. Wayne had een ander aannamebeleid. Rudi werd verliefd op de mens, Wayne werd verliefd op de danser. Wayne nam 'technische' danseressen aan als Yumiko Takeshima en Sofiane Sylve. Hij kon ballerina's máken; mij heeft hij fantastisch op weg geholpen. Maar daardoor was er wel een steeds kleinere kern van dansers met wie hij echt werkte. En als je daar niet bij hoorde had je pech, dan kwam je niet verder."

In 2003 wordt Eagling door het bestuur van HNB de wacht aan gezegd na een brief van de ondernemingsraad en een negatief advies van de subsidieverstrekkers. De Jongh: "Wayne was on-Hollands behoudend in zijn repertoirekeuze en balletten van zijn eigen hand werden slecht ontvangen. Zijn opvolger, en huidig directeur, Ted Brandsen durft meer. Ted nodigt choreografen uit om werk voor ons te creëren en steekt zijn nek uit voor ál zijn dansers."

Volgens De Jongh zijn de technische eisen voor dansers wereldwijd toegenomen. "Dat voelde Wayne goed aan. Benen moeten tegenwoordig in een rechte lijn langs de oren, iedereen wordt geacht een dubbele pirouette te draaien. Die eisen zitten al in choreografieën van nieuwe lichtingen choreografen beklonken." Dat constateert ook Rachel Beaujean: "Als je naar de hedendaagse balletten van William Forsythe of David Dawson kijkt, zie je dat alles veel groter, langer en dynamischer is dan vroeger. Je moet als ballerina én hoge benen hebben, én virtuoos zijn, én zeggingskracht hebben. Het is net als met auto's: doen al jaren hetzelfde, maar ze zijn er wel steeds slicker uit gaan zien. Af en toe denk ik weleens: waar houdt het op?"

Alexandra Radius heeft in 1990 afscheid genomen, Rachel Beaujean is als hoofd artistieke staf nog steeds aan de groep verbonden. Tegenwoordig is er niets bohemien meer aan. Beaujean: "HNB is een bedrijf, en dat is maar goed ook. HNB kan zich meten met internationale topgezelschappen, dansers verdienen meer en er is een cao waarin alles goed is geregeld."

Er zijn ook ontwikkelingen die als minder positief worden ervaren. De Jongh: "Dansers zijn minder van de traditie doordrongen. Soms weten ze niet wie Rudi van Dantzig is. Ze blijven steeds korter, zijn ongeduldig, zo van: de carrière van een danser is kort, laat mij dus in no time die hoofdrol in 'Sleeping Beauty' dansen."

Terwijl juist een gestage groei in de relatie tussen gezelschap en danser tot de mooiste momenten leidt. Radius: "De grote kracht van HNB is het bouwen van repertoire op mensen die een ontwikkeling met elkaar doormaken. Dat repertoire is uniek." Beaujean vult aan: "Voor een danseres is dat het ultieme, dat je met de choreograaf een nieuw stuk maakt. En dat dan blijft, en nu nog gedanst wordt."

In alle veranderingen in vijftig jaar, blijkt er één constante: dat is de tachtigjarige Hans van Manen, die in 2005 door Brandsen teruggevraagd werd en nog elk jaar een ballet op Igone de Jongh creëert.

De registratie van het gala is live te zien in Pathé filmtheaters in Den Haag, Rotterdam, Arnhem, Eindhoven, Groningen, Maastricht, Tilburg, Zwolle en Amsterdam. www.hetballet.nl

Jubileumgala '50 jaar Het Nationale Ballet' op 13/9 in Het Muziektheater Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden