Midden in Amsterdam groeien zeldzame planten

Het is geen geheim dat het slecht gaat met onze wilde flora. Gewone plantensoorten worden steeds algemener, zeldzame steeds zeldzamer. Dat hangt samen met hun kieskeurigheid: gewone soorten nemen het niet nauw met hun groeiplaats, zeldzame zijn bijna altijd fijnproevers, die alleen met bijzondere plekken genoegen nemen.

In overbemest, ontwaterd en dichtgebouwd Nederland blijft steeds minder ruimte over voor planten die alleen groeien in hoogvenen, schrale graslanden, vochtige duinvalleien, broekbossen en kalkgrasland. In een dichtbewoond gebied als Amsterdam kun je dergelijke terreinen nauwelijks verwachten. Toch zijn er vele tientallen zeldzame planten gevonden door de ongeveer honderd vrijwilligers, die tussen 1980 en 1997 de wilde flora in en om Amsterdam inventariseerden. Deze particuliere gegevensvergaring kwam tot een voorlopig hoogtepunt met de publicatie van de Flora-atlas van de regio Amsterdam in een oplaag van 400 exemplaren in de herfst van vorig jaar.

VERGAARBAK

Een stad is een vergaarbak van zaden uit alle windstreken, meegevoerd door uiteenlopende transportmiddelen. Vruchtbare vindplaatsen zijn havenkaden, overslagterreinen en spoorwegemplacementen. Zo'n zogenaamd adventief is het papegaaienkruid, een onaanzienlijk familielid van de opzichtig rood gekleurde kattenstaarten en hanenkammen uit grootmoeders tuin. Deze Noord-Amerikaan groeide bij honderden op het braakliggende spoorwegterrein van het Entrepotdok achter Artis, tegelijk met de vreemdeling behaard breukkruid en de zeldzame gestreepte leeuwenbek. In 1986 werden zo'n 3500 planten van het papegaaienkruid geteld langs een goederenspoor in het Hemhavengebied samen met de verwante groene amarant uit tropisch Amerika. Ook op voormalige overslagplaatsen in het Oostelijk Havengebied en op het Westerdokseiland groeide het papegaaienkruid uitbundig.

Een van de nieuwste 'aanwinsten' is het bezemkruiskruid uit Zuid-Afrika, dat in 1939 via de Maas ons land binnenkwam en voornamelijk bekendstaat als spoorwegplant. In amper vijftien jaar veroverde de in de naherfst opvallend geel bloeiende composiet vanuit het station Sloterdijk bijna heel Amsterdam.

HEEMTUINEN

Uit de atlas komt de invloed van de vele heemtuinen in Amsterdam en omgeving sterk naar voren. Uit die kunstmatige natuur verspreiden zich planten in de omgeving, die van huis uit zeldzaam zijn. Zo kwam de kleine kaardebol uitsluitend voor in ons zuidelijkste stukje Zuid-Limburg, waar Eli Heimans de soort aantrof bij Oud Valkenburg en bij Bommerig benoorden Epen (Uit ons Krijtland, 1911). De sierlijke, ruigbehaarde en witbloeiende kleine kaardebol, die ondanks zijn naam manshoog wordt, groeit al jaren in een paar Amsterdamse parken en in het Amsterdamse Bos, zo niet wild, dan toch stevig ingeburgerd.

Het akkeronkruid bolderik, dat praktisch uitgestorven is door strenge zaaizaadselectie, sloeg vanouds in Amsterdam op graanoverslagplaatsen op. De prachtig roze anjerachtige werd in 1995 nog langs het spoor in Amsterdam-Oost aangetroffen, maar is tegelijk op diverse plekken opzettelijk uitgezaaid in heemtuinachtige situaties, tot in bermen van verkeerswegen. Bolderik houdt alleen stand als de grond jaarlijks wordt bewerkt, zoals ook met graanakkers het geval is. Dat bolderik van de akker wordt geweerd, heeft te maken met de giftigheid van de zaden, die met het graan meegemalen zo niet de dood dan toch ernstige vergiftigingen tot gevolg kunnen hebben.

OUDE STANDPLAATS

Een van de verrassende planten die in de atlas zijn opgenomen, is de donzige klit. Deze zeldzame klit met zijn opmerkelijke, spinnenwebachtig behaarde bloemhoofdjes met donkerrode bloemen is met name bekend van de kleistreken van Oost-Groningen. De plant komt sinds 1985 voor bij Driemond, waar hij ook al groeide in 1852 (Flora Amstelaedamensis)! Waar de plant in de tussentijd geweest is en hoe hij hier weer is opgedoken, weet niemand.

Ik deed zomaar een greep uit de botanische rijkdom van Amsterdam. Niet minder dan 260 soorten zijn gevonden bij de Hornhaven in het Westpoortgebied, waar een braakliggend crossterrein ligt, en aan de Gaasperdammerweg in de Bijlmermeer. Het is moeilijk te zeggen hoeveel plantensoorten Amsterdam telt, omdat in de atlas ook de Zaanstreek, het aangrenzende deel van de provincie Utrecht en de westrand van het Gooi tot Groot-Amsterdam worden gerekend, wat overeenkomt met het Floron-district Groot-Amsterdam.

LANDELIJK FLORAONDERZOEK

De inventarisatie van de Amsterdamse flora staat namelijk niet op zichzelf. De vrijwilligers werken landelijk samen in de Stichting Floristisch Onderzoek Nederland (Floron), die is opgericht om de kennis te vergroten van de verspreiding van Nederlandse plantensoorten en veranderingen in het verspreidingspatroon. Vele honderdduizenden waarnemingen van zo'n 1400 plantensoorten, door Floron in geautomatiseerde bestanden verwerkt, bieden inzicht in hun verspreiding in ons land.

Floron wordt geleid vanuit een landelijk bureau met beroepskrachten, meest specialisten, die het werk van de 23 Floron-districten co"rdineren, de gegevens verwerken en jaarlijkse overzichten samenstellen. In dit samenwerkingsproject van vrijwilligers en beroepskrachten spelen ook het Rijksherbarium en het Centraal bureau voor de statistiek een grote rol.

Voor dat grootscheepse onderzoek is Nederland in ruim 40.000 vakken van een vierkante kilometer verdeeld. Die kilometerblokken maken het mogelijk vrij nauwkeurig aan te geven waar een plant gevonden is.

AANDACHTSOORTEN

Natuurlijk krijgen de soorten die binnen onze grenzen in hun voortbestaan bedreigd worden, extra aandacht. Die soorten staan allemaal op de Rode lijst, die door Floron is samengesteld. Daarnaast worden gegevens verzameld van ruim honderd zogenaamde aandachtsoorten. Dat zijn planten die algemeen voorkomen, ook door leken gemakkelijk herkend kunnen worden en scherp reageren op verschijnselen als verdroging, verzuring en overbemesting. Aan hun voorkomen kun je de toestand van de natuur aflezen. Zij signaleren snel waar iets aan de hand is. Sommige soorten gaan in aantal achteruit, andere lijken zich uit te breiden. Als je weet hoe dat verloopt, kun je ook iets doen aan het beheer en de bescherming van de Nederlandse plantenwereld.

MEEDOEN

Ook na de verschijning van de atlas gaat het inventariseren door, in de gebieden waar nog geen atlas van verschenen is, maar ook in Groot-Amsterdam. Ook de Amsterdamse atlas is een momentopname: de plantenwereld verandert voortdurend. Iedereen met serieuze belangstelling voor het inventariseren van de Nederlandse planten kan meedoen (inlichtingen daarover: Floron, Postbus 9514, 2300 RA Leiden, tel. 071-5273533, fax 071-5273511). Nieuwe waarnemers worden door de districtsco"rdinatoren begeleid. Vaak worden cursussen gegeven en gezamenlijke excursies georganiseerd. Beginners leren er een hoop van gevorderden en specialisten. En geloof me, een zeldzame plant vinden in de stad geeft je een kick!

De vroeger alleen uit Zuid-Limburg bekende kleine kaardebol is in Amsterdam op diverse plekken ingeburgerd.

De zeldzame donzige klit is teruggevonden op een plek waar ze anderhalve eeuw geleden ook al werd aangetroffen.

FOTO'S HENK VAN HALM, TROUW

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden