Middelkamp fietste puur voor de poen

Theo Middelkamp had in 1936 nog nooit een berg gezien, laat staan dat hij wist hoe die op de fiets te beklimmen. Zonder versnelling nog wel, want dat was - voor het laatst dat jaar - taboe in de Tour de France.

Middelkamp stond dan ook perplex toen Joris van den Bergh, sportjournalist én wielerploegleider, op een ochtend bij hem aanbelde in Kieldrecht en hem vroeg mee te gaan naar de Ronde van Frankrijk. Middelkamp was op voorspraak van Van den Bergh's Belgische collega Karel van Wijnendaele, de oprichter van de Ronde van Vlaanderen, door Tourdirecteur Henri Desgrange geïnviteerd. ,,Maar Joris, ik heb nog nooit een berg gezien'', stamelde hij.

Na enig heen- en weergepraat zag Middelkamp het toch wel als een mooie uitdaging. De laatste jaren was alles hem aan komen waaien, dus waarom zou hij 's werelds zwaarste wielerwedstrijd niet tot een goed einde brengen? Bovendien speelden allerlei revanchegevoelens jegens de mensheid in zijn algemeenheid mee. Als wegrenner werd je in de jaren dertig met de nek aangekeken. De piste was heilig. ,,Voor de mensen waren wij uitschot,,' merkte Middelkamp, ,,wij bestonden gewoonweg niet.''

Op 7 juli stond Middelkamp met nog drie landgenoten aan de start van de Tour de France. Samen met Albert Gijsen en de in Frankrijk wonende broers Albert en Toon van Schendel vormde hij, zonder ploegleider, de eerste Nederlandse ploeg in de Franse ronde. Vrienden hadden hem een overlevingspakket van vijf tonnetjes haring meegegeven. Het allegaartje werd door de rest van het peloton niet bijster serieus genomen. Dat veranderde binnen een week. Op de Franse nationale feestdag stond de eerste zware bergrit op het programma. Voor het eerst keek Middelkamp - letterlijk - tegen de Alpenreuzen Lauteret, Télégraphe en Galibier op.

De Zeeuw steeg boven zichzelf uit en arriveerde twee minuten voor gele truidrager Archambaud op de wielerbaan van Grenoble. Bij de latere rondewinnaar Sylvère Maes, die hem de dagen ervoor alleen maar belachelijk had gemaakt, viel de mond open van verbazing. ,,Gij verdommese keeskop, gij kunt goe bergop rijden'', riep hij uit. ,,Ik wist niet wat klimmen was, maar dalen deed ik als de beste'', reageerde de ritwinnaar nuchter.

De Nederlandse ploeg presteerde naar behoren in de Tour de France van 1936. Albert van Schendel werd vijftiende, broer Toon 32e en Middelkamp daar tussenin 23e. De oranjebrigade had het gemaakt bij Desgrange. Het jaar erop waren zelfs zes Nederlanders welkom in zijn circus. De Tour van '37 verliep aanzienlijk dramatischer voor Middelkamp. Door een polsbreuk haalde hij Parijs niet. In 1938 won Middelkamp in Pau, maar de rivaliteit tussen hem en de fietsende gek (zoals zijn bijnaam luidde) Gerrit Schulte nam zulke ongezonde proporties aan, dat hij plechtig zwoer nooit meer aan de Tour de France te zullen deelnemen.

Middelkamp werd heel toevallig wielrenner. Als midvoor in het voetbalelftal van Kieldrecht scoorde hij doelpunten aan de lopende band. Zijn broer Karel had een racefiets. Toen die eens een lekke band opliep, wilde Theo hem helpen onder de voorwaarde dat hij een proefritje mocht maken. Hij was meteen verkocht, en bleek ook een ongekend talent voor het metier te hebben. Hij haalde alles uit zijn carrière, vooral financieel. Het werd Middelkamp al snel duidelijk dat er veel viel te verdienen in het cyclisme; een wedstrijdpremie ter hoogte van een weekloon van een haringverkoper was niet abnormaal in een kermiskoers.

Terwijl de crisisjaren armoe zaaiden in menig Nederlands huisgezin, werd Middelkamp een man in bonus. Hij verkocht wielerkoersen waar hij ze kon verkopen. Eergevoel zei hem niets. ,,Wat heb je nou aan eer? Poen in de zakken, dat is pas eer. Als ik 500 frank meer kan verdienen door tweede te worden, word ik tweede'', zegt hij in het boek 'Bravo les Hollandais' van Jeroen Wielaert, een van de heel weinige journalisten die vrij recent bij hem over de vloer mochten komen. Geld was een andere belangrijke reden om zich niet meer in de Ronde van Frankrijk te laten zien. ,,Je kon er niets verdienen.'' In de oorlog ontdekte hij nog een andere, zeer lucratieve inkomstenbron: smokkelen.

Populair werd de koning der kermiskoersen niet door zijn houding. Zijn wereldtitel in 1947 telde in het milieu amper. Na zijn loopbaan wilde Middelkamp (85 nu) niets meer met het fietsen te maken hebben. Sinds het overlijden van zijn vrouw in 1961 lijdt hij een teruggetrokken leven. In 1972 ontsnapte Middelkamp op miraculeuze wijze aan de dood. Bij een gasontploffing in zijn woning werd hij met niet meer dan een gebroken knieschijf onder het puin aangetroffen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden