Middagboterham geeft kopzorgen

Aan een typisch Nederlands fenomeen komt 1 augustus een einde. Het boterhammetje tussen de middag is dan niet langer de verantwoording van ouders, maar van de school. De overblijf wordt professioneler, maar ook duurder.

Terwijl de discussies over de voor- en naschoolse opvang de afgelopen maanden hoog opliepen, stonden weinigen meer stil bij een andere belangrijke verandering die al was aangekondigd: na de zomervakantie moeten de basisscholen ervoor zorgen dat de ’tussenschoolse’ opvang goed geregeld is.

Voorheen waren de ouders voor deze lunchpauze verantwoordelijk, met als gevolg dat vooral veel moeders hun kinderen tussen de middag ophaalden, of dat de kinderen overbleven op school, onder toezicht van ouders die hier geen of slechts een vrijwilligersvergoeding voor kregen. Dit moest professioneler, oordeelde minister Van der Hoeven.

Ans Westendorp, voorzitter van de medezeggenschapsraad van de Amsterdamse basissschool De Witte Olifant, beaamt dat professionalisering nodig is, maar níet op deze manier. „Een belangrijk doel van de overheid is dat meer vrouwen kunnen gaan werken. Deze wetswijziging betekent echter dat veel ouders hogere prijzen moeten gaan betalen. Ik verwacht dat meer moeders thuis zullen moeten blijven om deze kosten te ontlopen.”

Voor alle duidelijkheid: Westendorp heeft geen kritiek op haar school. Wél op ’die uilskuikens in Den Haag’, die zo’n onlogische wet voor de tussenschoolse opvang hebben bedacht. Op de Witte Olifant liep deze ’overblijf’ goed, zegt Westendorp. Er waren voldoende moeders die, tegen een vrijwilligersvergoeding, als overblijfkracht wilden werken. Ouders betaalden een euro voor het uurtje toezicht tijdens het eten van de van huis meegebrachte boterhammen.

Vanaf 1 augustus, als de school verantwoordelijk is, wordt de overblijf echter uitbesteed aan de professionele organisatie BOAS (Buitenschoolse Opvang voor Amsterdamse Scholen). Gevolg: het overblijven kost voortaan 2 euro per kind per dag. „Voor ouders met drie kinderen die vier dagen overblijven, loopt dit op tot 24 euro per week”, rekent Westendorp voor. „Honderd euro per maand. Voor een moeder met een minimuminkomen is dat niet te doen.”

Sommige scholen en ouders, weet Van Westendorp, schakelen niet zo’n professionele organisatie als BOAS in. Dit kan, want ook bij de nieuwe wet blijft het mogelijk dat ouders zelf, bijvoorbeeld in de vorm van een stichting, de overblijf blijven regelen en uitvoeren. De verantwoording ligt dan wel bij school.

„In de medezeggenschapsraad hebben we die optie uitgebreid besproken, omdat we dan de ouders niet zo op kosten zouden jagen”, licht Van Westendorp toe. „Wij vinden de opvang echter geen eerste, primaire taak van de school. Anderzijds willen we ook niet dat de school bij deze nieuwe wettelijke taak afhankelijk wordt van ouders. Uitbesteden bleef als enige optie over, waarbij wij overigens ook nog de goedkoopste variant hebben gekozen.”

Wat Westendorp vooral kwaad maakt, is dat ouders deze bedragen volledig zelf moeten ophoesten. Anders dan bij de kosten voor de naschoolse opvang, die onder de wet kinderopvang valt, zit een fiscale tegemoetkoming er niet in. „Waarom wordt er voor de tussenschoolse opvang een uitzondering gemaakt? Alsof dit geen opvang is? Ik voorspel dat ouders er nu voor gaan kiezen om beurtelings thuis met elkaars kinderen te lunchen. Niks meer werkende ouders dus.”

Er zijn meer scholen met een vergelijkbare kostenverhoging bekend. Hoeveel dit er zijn, weet niemand. Wrang is ook, voegt Westendorp nog toe, dat de vrijwilligers die de overblijf verzorgden er financieel op achteruit gaan. „Dezelfde overblijfkrachten kunnen blijven werken, maar dan in dienst van BOAS, die hun wit uitbetaalt. Het enige voordeel is dat deze krachten nu wel gedwongen kunnen worden om zich te scholen.”

Ook ouder- en scholenorganisaties wijzen erop dat de (komende) wet- en regelgeving slecht op elkaar is afgestemd. Scholen worden nu eerst verantwoordelijk voor het overblijven, terwijl ze precies een jaar later ook verplicht worden voor- en naschoolse opvang aan te bieden.

Deze wettelijke plicht om kinderen voor- en na schooltijd op te vangen is een gevolg van de veelbesproken motie-Van Aartsen-Bos. Als kinderen de hele dag in goede, professionele handen zijn, zo is de redenering, kunnen ouders rustig werken.

Hoe ze dit doen, mogen scholen zelf weten. Ze kunnen dit uitbesteden aan een bestaande kinderopvangorganisatie (de school is slechts makelaar), ze kunnen de kinderen van acht tot zes activiteiten aanbieden op de eigen school, of ze kunnen uitgroeien tot een educatieve voorziening voor 0- tot 12 jarigen.

„Veel scholen die de overblijf nu gaan uitbesteden, doen dit omdat ze anticiperen op de verplichte voor- en naschoolse opvang van een jaar later”, weet directeur Ria Meijvogel van IOS, de organisatie die de professionele schoolkinderopvang stimuleert.

„Zo kunnen ze hun voelhorens uitsteken: hoe is het om de opvang voor leerlingen door een ander te laten doen? Dit kan goed uitpakken, maar wij waarschuwen de scholen ervoor om goed op te letten. Niet iedere professionele organisatie is even goed, het loont om op de kleine lettertjes te letten.”

Voor de scholen was het bovendien lastig dat Van der Hoeven pas enkele weken geleden met extra geld voor (het regelen van) de voor- en naschoolse opvang over de brug kwam. Zolang scholen nog niet wisten waar ze aan toe waren, was het niet aantrekkelijk om een mooi, compleet pakket aan voor-, tussen- en naschoolse opvang op te tuigen.

„Tot voor kort zagen scholen zich daarom gedwongen om vooral aan de simpelste oplossing, de school als makelaar, te denken”, zegt Marc Mathies, woordvoerder van de schoolleiders-vereniging AVS, „Was dat nu de bedoeling van de wet? Veel scholen willen juist meer, zoals gebouwen aanpassen en zélf een passend aanbod verzinnen.”

Toch lieten sommige scholen zich niet door financiële belemmeringen hinderen. Zo wil een aantal scholen in Rotterdam met zogeheten dagarrangementen gaan experimenteren. „De kinderen blijven dan tot vijf uur op school en krijgen de hele dag afwisselend lesstof en activiteiten aangeboden”, legt Irene Prins van Stichting De Meeuw uit. De Meeuw is een stedelijke organisatie die scholen- en welzijnsopvangorganisaties helpt om de onderwijskansen van kinderen te vergroten. „Activiteiten die nu buiten school plaatsvinden, willen we in het gewone dagprogramma verweven, zoals sport, muziek, ontspanning.”

Prins hoopt zelfs dat het bioritme van de kinderen het uitgangspunt van het lesrooster kan worden. „Wie zegt dat je meteen na de lunch moet gaan rekenen of spellen? Misschien is het wel beter eerst lekker te sporten en pas om halfdrie met het ’hoofdwerk’ te beginnen.” Eén ding is zeker, argumenteert Prins, de eindeloze discussies over de middagpauze zijn dan definitief voorbij. „Alle kinderen zijn de hele dag onderdak, het woord overblijven verdwijnt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden