Interview

Michiel Maas: Beheers jezelf, stel je oordeel uit

Beeld Jorgen Caris

In de serie 'tien geboden' interviewt Arjan Visser wekelijks bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie. Michel Maas (Roermond, 1954) is journalist, schrijver en correspondent in Zuidoost-Azië voor de NOS en voor de Volkskrant. Onlangs verscheen zijn tweede, autobiografische roman ‘Commandant Konijn’.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

“Op mijn zevende werd ik misdienaar en rond mijn veertiende raakte ik geïnteresseerd in allerlei satanische toestanden - een zekere belangstelling voor mystiek, voor het idee dat de wereld groter is dan wij kunnen bevatten, is er dus altijd al geweest. Het is makkelijk om het scheppingsverhaal belachelijk te maken, maar een kracht die alles bindt, ja, daar kan ik, gevoelsmatig, wel in geloven. Ik weet ook niet wat het antwoord is op de vraag waartoe wij hier op aarde zijn, maar wie beweert dat het allemaal zinloos is, leidt wel een heel armzalig bestaan.”

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

“Laatst hoorde ik uit de luidspreker van de moskee naast mijn huis in Jakarta het woord ‘kafir’ klinken. Ongelovige. Even opletten, dacht ik. Het klonk veel venijniger dan tien, vijftien jaar geleden. De moskee naast mijn huis staat bekend als tolerant - hoewel de preek die ik onlangs hoorde over ‘nafsu’, lust, toch wel behoorlijk lachwekkend was: als een meisje een jongen op de mond zoent, zei de imam, zal ze zwanger worden. En o wee, als er een tong wordt gebruikt; dan is de duivel actief en zul je rechtstreeks in de hel belanden. De orthodoxe tak van de islam wordt almaar groter. Ik moet steeds beter oppassen als ik gevoelige zaken aanpak, en dat zijn er nog wat in Indonesië. 

Ik heb een keer gefilmd in een dorp van de Ahmadiya-minderheid, toen er ineens een grote groep mannen met stokken en stenen binnentrok en de boel in brand stak. Wij vluchtten de andere kant van het dorp uit waar we vervolgens werden gearresteerd omdat wij, door onze aanwezigheid, aanleiding zouden hebben gegeven tot dit geweld. Wat ze bedoelden was: jullie hebben aandacht gegeven aan een beweging die niet leeft volgens de regels van de orthodoxe islam. Ik laat me door dit soort gebeurtenissen niet beïnvloeden, maar het is absoluut waar dat het mijn werk een stuk lastiger maakt.”

III Gij zult de dag des Heren heiligen

“Hm... ik zat net te denken: wanneer heb ik mijn laatste vrije weekend gehad? Het is lastig om die knop om te zetten, ik ben eigenlijk altijd aan het werk. Af en toe ga ik in mijn kamertje vol boeken zitten. Ja, ’t is een soort mancave, maar dan zonder bar. Een goed boek lezen, naar mooie muziek luisteren; dat zou je een moment van meditatie kunnen noemen. Mijn liefde voor literatuur kan ik helaas met niemand delen. Mijn vrouw leest niet veel en wat ze leest is Indonesisch. Mijn zoontje is elf, te jong om zoiets echt te kunnen waarderen... hoewel hij op zijn nieuwe school verplicht boeken moet lezen. 

Dat is uitzonderlijk in Indonesië waar sinds 1965 de culturele bovenlaag uit het openbare leven is verdwenen (de ‘anti-communistische zuivering’, die volgde op een mislukte staatsgreep kostte naar schatting minstens een half miljoen mensen het leven, AV). Hij moet ook bidden voor de les begint. ‘Waar denk je dan aan?’, vroeg ik hem laatst. ‘Aan opa en oma’, zei hij. Dat heeft hij van mij geleerd. Als ik met mijn vrouw meega naar de katholieke kerk, denk ik tijdens het bidden ook altijd aan mijn ouders.”

IV Eer uw vader en uw moeder

“Mijn moeder is gestorven in 1998, toen ik op weg was naar Montenegro. ’s Ochtends kreeg ze een hartaanval, ’s middags ging het slechter en ’s avonds was ze dood. We kwamen er toen pas achter dat mijn vader, die aan alzheimer leed, veel zieker was dan mijn moeder ons had willen doen geloven. Ze had het altijd een beetje verdoezeld, hem willen beschermen. Anderhalf jaar na haar dood begon ook zijn gezondheid te wankelen. 

Ik woonde al in Boedapest en had regelmatig contact met het tehuis waar hij was opgenomen. Het frustrerende was - dat ben ik hun altijd kwalijk blijven nemen - dat het personeel nooit wilde zeggen hoe het werkelijk met mijn vader ging. Op een dag belde mijn zus: ‘Je moet nu echt komen’. Ik heb toen een nieuw record gevestigd door in tien uur van Boedapest naar Roermond te rijden. Ze hadden al een paar keer gedacht dat hij dood was, maar iedere keer haalde hij toch weer adem. Ik was net op tijd om hem in mijn armen te nemen. Zo is hij gestorven. Helemaal uitgeteerd. In zijn rechteroog zag ik nog een traan opwellen.

Ik heb, zoals iedere puber, een bloedhekel aan mijn ouders gehad. Ze waren ouderwets, vond ik. Mijn vader was wethouder, hij zat bij de KVP, en ik... ik rookte marihuana en droomde over een leven in Amsterdam. Je hebt twee soorten Limburgers hè: de grootste groep wil niet langer dan een half uur buiten de provincie verblijven en een klein deel wil het liefst zo snel mogelijk en voorgoed vertrekken. Er gebeurde helemaal niets in Swalmen. Ik móest eruit, dingen beléven. Een van mijn zussen - ik heb er drie - heeft weleens tegen me gezegd: ‘Je gaat steeds vreselijk op je bek, maar op een of andere manier lijk je alles te kunnen overleven.’

Misschien heb ik die avontuurlijke inslag toch van mijn vader geërfd. Hij heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet gezeten. Ik herinner me een foto van hem, in een donkere overall met een baret op zijn hoofd en een uzi in zijn hand. Dat vond ik zó spannend. Hij vertelde er niet veel over, ja, een paar sterke verhalen die mijn moeder steeds vaker onderbrak met de opmerking: ‘Ach Hans, hou nou toch eens op over die oorlog!’ Net zoals duizenden andere Nederlandse jongens had hij zich, vanuit het verzet, vrijwillig gemeld om na de oorlog in Indië de boel eventjes te restaureren. Alles moest weer worden zoals het was. Ze hadden natuurlijk geen idee wat daar allemaal aan de hand was. 

Toen ik ouder werd, wilde ik steeds meer over die periode in zijn leven horen, maar hij beperkte zich tot verhaaltjes over hoe mooi het daar was, en hoe gezellig hij het met de jongens had gehad. Pas tegen het einde van zijn leven kwamen de herinneringen boven aan de stapels lijken die hij had gezien... Ik had graag willen weten of hij op een of andere manier bij die massa-executies betrokken was geweest, maar de informatie die mijn vader gaf, werd vanwege zijn ziekte steeds onbetrouwbaarder. Het is zo’n project dat nog bij me op de plank ligt; op een dag ga ik uitzoeken wat hij daar nou precies heeft meegemaakt.

Na mijn vaders dood dacht ik: hoe moet het verder, nu ik niemands kind meer ben? De paraplu was weg. Het gaf me ook een veel groter gevoel van verantwoordelijkheid, al kwam dat besef wel op een lullig moment in mijn leven: mijn huwelijk was gestrand, ik had alles uit mijn handen laten vallen. Ik moest de boel weer bij elkaar gaan rapen. Doorgaan. Er was voor mij maar één manier: verhalen maken. Verhalen hebben mij in leven gehouden.”

V Gij zult niet doden

“Op 19 mei 2010, tijdens de politieke rellen in Bangkok, werd ik neergeschoten. De schutter deed wat hem werd opgedragen - niet dat ik hem daardoor ineens aardig ben gaan vinden, maar ik heb het hem wel vergeven. Bovendien heb ik, op mijn manier, ook wraak kunnen nemen. Tijdens de rechtszaak, die de weduwe van de Italiaanse fotograaf die dezelfde dag werd doodgeschoten tegen het Thaise leger had aangespannen, leverde ik het belastende materiaal: de kogel die in mijn rug terechtkwam, was afkomstig uit een M16, het wapen dat door de militairen wordt gebruikt. De legerleiding had altijd beweerd dat er niet met scherp was geschoten. Dankzij die ene kogel, mijn kogel - de rest was weggeveegd en opgeruimd - kwam de waarheid aan het licht. Is die aanslag op mijn leven toch nog ergens goed voor geweest.”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

“Onze decaan werd ‘de knoebel’, de knobbel, genoemd - ja, inderdaad, daarom, maar hee, ik was zo naïef, ik kwam uit Swalmen, wist ik veel? Het was verder ook niet zo’n probleem. Zodra hij aanstalten maakte om aan je te zitten, maakte je gewoon een nare opmerking en dan droop hij vanzelf weer af. Erom lachen; dat was misschien wel de beste manier om ermee om te gaan.

Ik herinner me ook nog dat ons zwembad door een betonnen muur in tweeën was gedeeld. De onderkant van die muur bestond uit een soort kippengaas en ergens in het midden was een gat ontstaan waar wij, jongetjes, doorheen doken om vervolgens aan de vrouwenkant weer boven water te komen. Een paar jaar later werd die muur weggehaald en kwam er een einde aan die rare, benepen tijd.

Soms, als er weer eens een sharia-regel wordt doorgevoerd, denk ik: vroeger liep mijn moeder óók elke dag met een hoofddoekje rond... maar het pijnlijke is dat in landen zoals Indonesië het omgekeerde gebeurt. Daar maakt vrijheid plaats voor onderdrukking.”

VII Gij zult niet stelen

“Stelen belast je geweten, zeker als je steelt van iemand die er net zo slecht aan toe is als jij. Er mankeert van alles aan mij hoor, maar ik ben geen dief. Ik probeer sowieso een goed mens te zijn. Toen Hugo, mijn zoontje, negen was, riep hij iedere ochtend vrolijk: ‘Today is the best day of my life’. Dat vond ik wel een mooi motto. Of, in ieder geval een prima uitgangspunt. Helaas is het me nog niet gelukt om dit drie keer achter elkaar te zeggen.”

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“De ochtend na de inauguratie van Donald Trump deed ik de gordijnen open en was eerlijk gezegd een beetje verbaasd dat alles er nog gewoon was. En dat gevoel heb ik nog steeds: ik verwacht ieder moment weer een of andere vreselijke beslissing van die man. ‘Alternatieve feiten’ noemde Kellyanne Conway, een van Trumps adviseurs, de getallen die werden gebruikt om aan te tonen dat er wél veel mensen bij de beëdiging aanwezig waren geweest. De uitdrukking alleen al; het is Orwell ten top, de ultieme dictatuur. De waarheid wordt dagelijks geweld aangedaan. Nee, het doet mijn journalistenhart geenszins harder slaan. Ik word er juist nerveus van. Trump gaat te snel, te ver, en het zou me niets verbazen als binnenkort iemand besluit dat hij gestopt moet worden. Met alle gevolgen van dien.”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

“Om het in bijbelse termen te zeggen: ik voelde me als Job op de mestvaalt. Ik had de bodem bereikt. Gezin in de steek gelaten, de vrouw met wie ik overspel had gepleegd verlaten, afgestompt door de ellende die ik in Kosovo had meegemaakt - alles was kapot. ‘Commandant Konijn’ is het verslag van mijn ondergang, bewerkstelligd door het verblijf in die oorlog. Het huwelijk met mijn ex was voor ons vertrek naar Boedapest al niet goed meer, maar ik heb ook gedacht dat er door die verhuizing nog iets gerepareerd zou kunnen worden. We hebben twee kinderen samen, we probeerden het goede te doen, maar het is een complex verhaal en... nou ja, relationeel gezien ben ik eigenlijk gewoon een klootzak. Daar komt wel op neer. 

Ik had een verhouding met J. een collega-journalist. Samen trokken we door Kosovo. Het noodlot reisde met ons mee, de hele onderneming was gedoemd te mislukken. Toen de oorlog voorbij was, liet ik J. in de steek, daarna probeerde ik het weer goed te maken, maar ze had haar hart gepantserd met beton en prikkeldraad. Ik ben heel langzaam overeind gekropen, verhuisde naar Indonesië en kwam mijn huidige vrouw tegen. De eerste jaren waren niet altijd makkelijk, maar toch, ik noem haar in mijn boek niet voor niets ‘de wederopbouw’. Het is steeds beter met mij, met ons, gegaan. We hebben alles een plaats gegeven, we weten wat we aan elkaar hebben. En we hebben een steady zoontje, de belangrijkste bijdrage aan ons succes.”

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“Als een collega-journalist een scoop heeft, lig ik daar niet wakker van. Misschien helpt het ook dat er niet zoveel correspondenten in Indonesië zijn; er is ruimte genoeg voor iedereen. Dat heb ik altijd de aantrekkingskracht van deze baan gevonden: het is jouw deel van de wereld, jouw strijd, jouw conflict. Dat betekent overigens ook dat ik het me soms te veel aantrek wat er gebeurt. Ik moet mezelf dwingen om niet te pessimistisch te zijn en me er ook niet te veel over op te winden. Het is niet mijn taak om de wereld te bekijken zoals ie zou moeten zijn. Ik moet beschrijven hoe het is. Dus: die opwinding mag nooit gaan overheersen. Dat lijkt me trouwens een prima les voor iedereen in deze tijden. Beheers jezelf. Ga niet meteen schreeuwen. Hou je in. Stel je oordeel uit.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden