Michael Portillo vaart wel bij opbiechten 'jeugdzonde'

Het was een immense gok, maar wel een die goed heeft uitgepakt voor Michael Portillo. Uitzonderlijk goed zelfs. De 'openbaring' van de vroegere Conservatieve minister van defensie en kroonprins van Margaret Thatcher, dat hij in zijn jonge jaren 'homoseksuele ervaringen' heeft gehad, legde hem geen windeieren.

Wat heet, zijn kansen op de kandidatuur voor de vrijgekomen Lagerhuiszetel voor Kensington en Chelsea zijn door Portillo's outing gestegen. En dat binnen een partij die tot voor kort homoseksualiteit als een doodzonde beschouwde, waar elke onthulling over prominente gays de politieke doodsteek betekende voor de betrokkenen.

Maar nu is zo ongeveer elke Tory van gewicht er als de kippen bij om de inmiddels al 17 jaar 'gelukkig' getrouwde Portillo de hemel in te prijzen. Om zijn moedige daad, om zijn verstandige besluit schoon schip te maken met zijn verleden, om zijn oprechtheid vooral. Een politieke correctheid die ondenkbaar was tijdens het 18 jaar durende Tory-regime, waaraan de Labourpartij onder Tony Blair op 1 mei 1997 hardhandig een einde maakte.

Meest opzienbarende verliezer bij die electorale slachtpartij onder de Tories was Michael Portillo. Hij, de havik, was getipt om, na de ook binnen Conservatieve kring als onvermijdelijk beschouwde nederlaag, Tory-leider John Major op te volgen. Maar hij moest de als absoluut 'veilig' beschouwde Conservatieve zetel Enfield Southgate overgeven aan de onbekende, 25-jarige Labour-nieuwkomer Stephen Twigg - een verklaard homoseksueel, maar dat terzijde.

Portillo's afgang was illustratief voor de gigantische afstraffing die de Conservatieven kregen. Zo illustratief dat er een beschouwend werkje verscheen over die laatste verkiezingen met de bijtende titel 'Bleef u nog op voor Portillo?'.

Na zijn electorale déconfiture verdween hij in de politieke woestijn. Een gruwel voor de ambitieuze, op macht beluste Portillo. Hij zei later dat het verlies van zijn zetel in het Lagerhuis hem beroofde van zijn identiteit. Maar na de dood van Alan Clark, het illustere, non-conformistische Lagerhuislid voor het sjieke Kensington en Chelsea, staat niets een come-back in de weg. Clarks 'veilige' Londense Tory-zetel ligt bij de verkiezingen, ergens in december, voor het oprapen.

'De een z'n dood, de ander z'n brood', gaat zeker voor Michael Portillo op. Zijn entree in het Britse Lagerhuis had hij in 1984 al te danken aan de dood van Sir Anthony Berry, de Tory-parlementariër die onkwam bij de Ira-bomaanslag op de Conservatieve partijtop in Brighton. Waarna de 31-jarige Portillo Berry's 'superveilige' Tory-district Enfield Southgate moeiteloos in de wacht kon slepen, om zich al snel te etableren als Tory-hardliner en fervent voorvechter van premier Margaret Thatcher.

In zoverre past hij wel in het spoor van Alan Clark. Deze 'meest Tory aller Tories' ging ook door het vuur voor de Iron Lady. Zij het met meer kleur en humor, met die superieure eigenzinnigheid die sommige leden van de Britse upper class zo past, en die Clark in zijn eigen Kensington en Chelsea onverslaanbaar populair maakte.

Onder de Tory-aanhang in het district lijkt ook al weinig oppositie te bestaan tegen Portillo's kandidatuur. ,,We houden wel van een beetje kleur'', aldus een 78-jarige Tory-getrouwe. ,,We hebben altijd al pikante vertegenwoordigers gehad. Houd ons gelukkig.'' Heel anders denkt een jongere Chelsea-bewoner erover. Georgie Best, voetbalvirtuoos in de jaren zestig en zeventig, later vooral virtuoos met drank en vrouwen, zegt nimmer voor Portillo te zullen stemmen: ,,Niet nadat hij gezegd heeft dat hij homo was. Ik ben een echte man.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden