Review

Michael Cunningham: Niemand is normaal

De Amerikaanse auteur Michael Cunningham schrijft graag over de complexiteit van ’normale’ mensen. „Sommigen vinden dat bedreigend.”

Daar staat ie, op de vroege maandagochtend, buiten zijn hotel aan een Amsterdamse gracht, te genieten van zijn eerste sigaret. Michael Cunningham draagt een grijze trui die verschoten en rafelig is, maar ooit duur was, want de pasvorm is nog prima.

De sigaret is van het merk American Spirit, en de ironie van de trotse verwijzing naar een land dat tegenwoordig een bijna wreed genoegen beleeft aan het afwijzen van roken ontgaat hem niet.

Michael Cunningham (1952) groeide op in Los Angeles en woont al 25 jaar in New York. „Daardoor weet ik eigenlijk niks van die puriteinse, conservatieve kant van de Verenigde Staten”, zegt hij, met duidelijk plezier een beetje overdrijvend. „Manhattan is een eiland, los van de VS, en voelt ook zo. Ik woon aan 6th Avenue waar je je constant realiseert dat je slechts een van de vele specimen bent. Bankiers, bedelaars, kunstenaars, arbeiders, homo’s, noem maar op op straat is het één grote mengelmoes. Ik heb die omgeving nodig om me bewust te blijven van de variëteit van het menselijke ras. Van het feit dat elk individu uniek is.”

Niet alleen zijn nieuwste novelle, ’Bij het vallen van de avond’, heeft dit thema; het geldt voor zijn hele oeuvre. Cunninghams personages zijn geen Hollywoodhelden; ze leven een leven dat er van buiten doodnormaal uitziet. Maar door het enorme complex aan gevoelens te ontbloten dat schuilgaat achter de dingen die ze zeggen en doen, laat Cunningham zien dat in feite niemand, maar dan ook niemand, ’normaal’ is.

„Zoiets als ’een normale dag’ of ’een normaal leven’ bestaat helemaal niet”, zegt Cunningham. „Dat heb ik geleerd van Virginia Woolf. Ik las haar ’Mrs. Dalloway’ op mijn vijftiende en was direct getroffen door haar keuze om over ’gewone’ mensen te schrijven en de complexiteit van ieders leven te laten zien. Dat was in haar tijd zeldzaam, en dat is het nu eigenlijk nog steeds. Veel hedendaagse literatuur is ironisch of gebaseerd op heldendom, gemaakt met een idee van wat een groot publiek zou willen lezen. Natuurlijk ken ook ik de verleiding om me bij zo veel mogelijk mensen geliefd te willen maken, maar daar kan ik me onmogelijk in laten meevoeren. Ik geloof dat over de leuke dingen van het leven geen romans nodig zijn. Ik wil schrijven over de moeilijkheden die mensen ondervinden, de pijn van het leven, de donkere periodes die iedereen voor zijn kiezen krijgt.”

Peter Harris en zijn vrouw Rebecca, de hoofdpersonen in ’Bij het vallen van de avond’, zijn succesvolle mensen in de New Yorkse kunstwereld. Wie in hun hoofd kijkt, ziet dat ze net als ieder ander twijfelen en kwetsbaar zijn. Ze groeien bij de erkenning door anderen en krimpen als ze falen of worden afgewezen. Hun gemiste kansen en frustraties klinken door in hun dagelijkse manier van doen.

De hand van Cunningham schuilt in de verandering die ze doormaken, een proces waarin soms ogenschijnlijk futiele omstandigheden tot nieuwe inzichten en nieuw gedrag leiden.

Zo laat Cunningham zien dat elk mens ’gelaagd’ is, dus uit veel meer dan alleen direct waarneembare eigenschappen bestaat. „Het ruimte geven aan deze gelaagdheid is de essentie van mijn werk”, zegt hij. „En het is ook dat wat sommigen misschien bedreigend vinden. Zodra je je openstelt voor wat je ten diepste beweegt, zou je wel eens kunnen breken met de conventies. En daarmee breek je al gauw taboes.”

Zo ontdekt hoofdpersoon Peter in ’Bij het vallen van de avond’ een kant van zichzelf die hij nooit voor mogelijk had gehouden, en die hem tot een drastische breuk met zijn leven lijkt te brengen. Een goed voorbeeld is ook het personage Laura Brown in ’De uren’. „Zij verlaat haar kind. Een groter taboe is er niet”, zegt Cunningham. „Naar de maatstaven van het grote publiek mag je gerust een massamoordenaar zijn, zolang je het maar deed voor je kind.” Nochtans maakt Cunningham Browns keuze aannemelijk. Ze was overduidelijk beland in een leven dat niet bij haar paste; ze kon niet anders dan haar bestaan als huismoeder ontvluchten.

Cunningham is erg geïnteresseerd in seksuele complexiteit. „Ben je hetero? Ben je homo? Ben je bi? In mijn ogen is dat een hopeloos, want onjuist onderscheid. Het suggereert dat het feit dat een ander een man of een vrouw is doorslaggevend is voor de mogelijkheid om je seksueel tot hem of haar aangetrokken te kunnen voelen. Bij mij slaat de balans duidelijk door naar gay, maar mag ik dan nooit meer op vrouwen kunnen vallen?”

Men zou het als een bevrijdend statement kunnen beschouwen dat Cunningham veelvuldig homoseksuele relaties beschrijft zonder ze verder te duiden, dus met de vanzelfsprekendheid waarmee heterorelaties worden gezien. Het is een van de taboes die soms even uit de wereld lijken te zijn, maar die toch voortdurend onderhoud behoeven, ervaart Cunningham. „Zelfs in Amsterdam, wie had dat ooit gedacht!”

’Bij het vallen van de avond’ is ook een kritische beschouwing van hedendaagse kunst. „Aan de ene kant ben ik gek op kunstenaars, maar ik voel me wel vaak onderschat”, zegt Cunningham. „Ik vind dat de moderne kunst momenteel in een minder goede fase zit. Vooral jonge kunstenaars zijn erg bezig met het bereiken van een effect voor een groot publiek, door te shockeren of commentaar te geven. Zo’n schedel met diamanten van Damien Hirst: er zijn talloze artikelen over geschreven, maar ik weet nog steeds niet wat hij eigenlijk bedoelt. En als je dat object één keer hebt gezien, is het effect direct over. Een voorbeeld van een goede kunstenaar vind ik Robert Ryman. Zijn schilderijen zijn niet alleen vormgegeven ideeën, maar ook gewoon prachtige objecten. Een goed criterium voor een mooi kunstwerk vind ik dat het niet als foto is te reproduceren. Ook een Monet of een Rafaël, om er maar een paar te noemen, werkt pas echt als je er oog in oog mee staat.”

De lezer van Cunninghams werk kan niet anders dan zich openstellen voor de complexiteit van de personages, waardoor Cunningham in literair opzicht geen allemansvriend is. „Ik lees geen recensies van mijn werk en door te doceren ben ik ook financieel niet afhankelijk van mijn boeken. Wel heb ik vrienden die ik liefheb om hun gevoeligheid en intelligentie, die mijn eerste versies lezen en me bij de les houden. Het is niet dat ik me niet met mijn publiek bezighoudt, zeker niet, maar ik ga ervan uit dat de mensen voor wie ik schrijf slimmer zijn dan ik. Om die reden vind ik het belangrijk om niet alles tot in den treure uit te leggen. Elk mens heeft zijn mysteries. Niet alles is in woorden te vatten en waarom zou je dat ook willen? Wel wil ik graag hoop geven. Al mijn boeken lopen goed af. Door hun gevoelens serieus te nemen, boeken mijn personages voortgang in hun leven.”

Je blijvend ontwikkelen, dat is volgens Cunningham voor mensen de mooiste drijfveer. Hij past het ook toe op zijn eigen schrijfwerk. „Als schrijver ben je eigenlijk voortdurend bezig met leren schrijven. Zo bezien zijn novelles bijna een bijproduct van het schrijfproces. Dit suggereert ook dat elk nieuw boek beter is dan het vorige, en dat hoop ik dan maar. Een boek publiceren is een hachelijke onderneming: eng en heerlijk tegelijkertijd. Maar voor mijn onzekerheid bij de publicatie heb ik een oplossing gevonden: ik zorg dat er altijd vast een nieuw boek in de maak is. Kan ik daar mooi naar verwijzen.”

En het gaat weer naar buiten, om nog een American Spirit te roken. „Het goeie is”, zegt Cunningham, en hij neemt met toegeknepen ogen een gulzige trek, „dat dit pure tabak is, zonder toevoegingen. Je moest eens weten wat voor rotzooi ze vaak in sigaretten stoppen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden