Boekrecensie

Mia Couto laat zien dat je maar beter geen vrouw kunt zijn in Mozambique

Mia Couto Beeld EPA

Wat geldt voor andere wereldtalen zoals het Engels, het Frans en het Spaans, gaat ook op voor het Portugees: de literatuur uit de voormalige koloniën doet inmiddels niet onder voor die van het moederland.

Voor het Portugees begon die ontwikkeling ongewoon vroeg: in de negentiende eeuw, na de onafhankelijkheid van Brazilië. In het Afrikaanse deel van het Portugese rijk zette de literaire bloei pas echt door na de Anjerrevolutie van 1974 en de op de onafhankelijkheidsverklaringen aansluitende, jarenlange burgeroorlogen. De Nederlandse lezer kon dat goed volgen: er verschenen verschillende vertalingen van werk van belangrijke Angolese schrijvers als de getaande verzetsstrijder, politicus en socioloog Pepetela (1941) en de subtiele, geestige scepticus José Eduardo Agualusa (1960), die op dit moment wellicht de vindingrijkste schrijver is van zijn taalgebied.

Mia Couto (1955) is de grote naam uit die andere belangrijke voormalige Afrikaanse kolonie van Portugal: Mozambique. Hij is internationaal met veel prijzen bekroond en voor heel wat andere genomineerd; het Franse dagblad Le Figaro tipte hem vorig jaar als kanshebber voor de Nobelprijs.

Tekst gaat verder onder de foto

Mia Couto De betekenis van de leeuwinBeeld RV

Leeuwenplaag 

Wie ‘De bekentenis van de leeuwin’ leest, begrijpt dat succes. Het verhaal speelt zich af in het dorpje Kulumani, een verlaten oord op negen uur rijden van de dichtstbijzijnde stad. De zus van de jonge vrouw Mariamar is het recentste slachtoffer van een plotse leeuwenplaag, en Mariamar wordt veiligheidshalve door haar vader in huis opgesloten. Fragmenten uit haar dagboek vormen de ene helft van de roman. Ze worden afgewisseld met het verhaal van de scherpschutter Arcanjo Baleiro, die door de overheid is ingehuurd om aan de leeuwenplaag een einde te maken en daarvoor overkomt uit de hoofdstad Maputo. Geleidelijk ontdekt de lezer dat de twee elkaar al zestien jaar eerder hebben leren kennen, in bijzondere omstandigheden, en die vertrouwdheid geeft het verhaal een bijzondere wending.

Rond de twee hoofdpersonen cirkelt een aantal hoogst twijfelachtige dorpelingen, voornamelijk familieleden van Mariamar, en enkele officiële types zoals een ambitieus districtshoofd en diens geduchte vrouw, de zwaarlijvige, eigenwijze flapuit Naftalinda, ‘de eerste dame’ die alle maatschappelijke conventies aan haar laars lapt. Ook een buitenstaander maakt zijn opwachting: de schrijver Gustavo Regalo, ‘een kleine blanke man met een baard en een bril’ die met de jager Arcanjo is meegezonden om een reportage over de gebeurtenissen te maken.

Ironisch zelfportret 

Herkennen wij in hem een ironisch zelfportret van Mia Couto? “De leeuwen zullen het leuk vinden dat hun dood een reportage waard is”, meent Arcanjo zuinigjes. Als man van de daad heeft hij het niet zo begrepen op intellectuelen.

Wat het lezen van ‘De bekentenis van de leeuwin’ tot zo’n aangenaam vervreemdende ervaring maakt, is de manier waarop de werkelijkheid op losse schroeven wordt gezet en gekruid wordt met Afrikaanse mythen en denkwijzen, waardoor de contouren van de realiteit in de loop van het verhaal steeds sterker vervagen. De grenzen tussen leven en dood lopen in dit verhaal anders dan wij gewend zijn. “Moeder heeft altijd gewaarschuwd dat een kogel in twee richtingen doodt. Met het doodschieten van de oude Baleiro heb ik mezelf van het leven beroofd”, merkt één van de personages op. En, als het ware andersom: “Degenen die je doodt worden voorgoed je verwanten, hoe vreemd en vijandelijk ze ook mogen zijn. Ze verdwijnen nooit meer, blijven altijd sterker aanwezig dan de levenden.”

Ook het bestaan van de leeuwen is met raadsels omgeven. Zijn de dorpelingen van Kulumani de echte leeuwen? vraagt de lezer, aan het slot van het boek gekomen, zich af. Eén ding is zeker: al hun slachtoffers zijn vrouwen. Want één punt komt uit deze betoverende roman wel degelijk op uiterst realistische wijze naar voren: in de traditionele maatschappij van Mozambique kun je maar beter geen vrouw zijn: zij worden verkracht, vermoord, uitgebuit, en zelden of nooit liefgehad; welwillende onverschilligheid is al heel wat. Mariamar mag haar handen dichtknijpen als ze erin slaagt het dorpsleven te ontvluchten. Zoals een oude vrouw in het boek zegt: “Wij hebben geen vijanden nodig. We hebben altijd genoeg aan onszelf gehad om ons te verslaan.”

Mia Cauto 
De bekentenis van de leeuwin
Vert. Harrie Lemmens. Querido; 223 blz. € 18,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden