MH17-onderzoek gaat lastiger fase in

Wim Heijnen praat de pers bij over het verloop van het identificatie-onderzoek. Beeld Novum

Het identificatieonderzoek naar de slachtoffers van de vliegramp wordt vanaf nu gecompliceerder en zal trager verlopen. Die verwachting spraken Arie de Bruijn, hoofd van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO), en Wim Heijnen, hoofd van de afdeling medisch-forensisch onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), gisteren uit op een persconferentie. Tot dusverre konden 173 van de 298 inzittenden aan de hand van gebitskenmerken en vingerafdrukken, bijvoorbeeld uit paspoorten, officieel worden geïdentificeerd.

Bij de lichamen waarbij nog geen identiteit is vastgesteld, ging dat niet omdat zij 'niet meer in beste staat zijn'. Daarom is uitgebreid DNA-onderzoek van het NFI nodig. Het identificatieproces gaat daarmee zes weken na de ramp een 'minder makkelijke' fase in. Mogelijk vergt het onderzoek nog maanden.

Nader onderzoek nodig
Het DNA-onderzoek, dat al in volle gang is, verloopt in drie stappen. Eerst zijn er DNA-profielen opgesteld uit celmateriaal van eerstegraads familie en thuis achtergelaten spullen als tandenborstels of scheermesjes. Daarna worden DNA-monsters afgenomen van de stoffelijke resten in de Korporaal van Oudheusdenkazerne. De laatste stap van het NFI is het vergelijken van de verkregen DNA-profielen. Die informatie gaat terug naar de specialisten van het LTFO, die op hun beurt kunnen vaststellen hoeveel slachtoffers er met de gegevens van het NFI zijn geïdentificeerd.

Van driekwart van de menselijke resten die naar Hilversum zijn overgebracht, weten de forensisch experts hoe het DNA-profiel eruitziet. De monsters van de overige stoffelijke resten bevatten te weinig DNA-materiaal. Daardoor is nader onderzoek nodig: met gevoeligere techniek of door nieuwe monsters af te nemen. In totaal zijn 283 verschillende DNA-profielen gevonden. "Maar die hoeveelheid zegt nog niks over het aantal identificaties, het legt alleen een goede basis", waarschuwt Heijnen.

73 lichamen teruggegeven
Het kan zijn dat de verschillende DNA-profielen niet allemaal van slachtoffers zijn. "De mensen die in Oekraïne bezig zijn geweest met de berging, hebben hard gewerkt bij temperaturen tussen de 35 en 40 graden. Het kan zijn dat zweet of celmateriaal van hen op de stoffelijke resten is gekomen. Resten waarvan het DNA-materiaal soms voor een groot gedeelte is afgebroken, omdat zij zijn verbrand."

Het aantal geïdentificeerde lichamen ligt vermoedelijk hoger dan het officiële aantal van 173; maar omdat het nog niet gelukt is de betrokken families op de hoogte te stellen, wordt daarover niets naar buiten gebracht. Tot nu toe zijn 73 lichamen teruggegeven aan de nabestaanden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden