Mexicanen nemen rol van Ethiopiers over

ROTTERDAM - Als eigenzinnige eenling is Salvador Garcia lang niet bij iedereen geliefd. Maar de weg die hij in eenzaamheid volgt, leidt hem op de marathon naar imposante triomfen. De wijze waarop hij gisteren die van Rotterdam naar zijn hand zette, toonde tekenen van meesterschap.

ROB VELTHUIS

Niet dat zijn tijd van 2.09.16 op het perfecte parkoers nu zo aansprekend was - Rotterdam kent vijf snellere winnaars - maar de wijze waarop hij zich uit een zware inzinking vocht, duidt niet alleen op wilskracht maar ook op zelfbeheersing. Dat zijn misschien wel de twee doorslaggevende eigenschappen die een marathonloper bij de internationale elite kunnen brengen.

De zelfbeheersing vond hij overigens pas halverwege de bizarre strijd. Daarvoor had hij zich laten meevoeren in de stoute plannen van zijn landgenoten Herrera, Silva en Rico, die bewust het breed uitwaaierende scherm van vier hazen een wereldrecord-tempo opdroegen. Zelfs regisseur Jos Hermens moest na afloop beamen dat hij niet bij machte was geweest die gevaarlijke dadendrang in te tomen. Een te hoog aanvangstempo in de marathon is in de meeste gevallen dodelijk. Herrera en Silva stapten inderdaad ontredderd uit en Rico verspeelde bij gebrek aan energie de overwinning. Garcia liet zich na twintig kilometer terugvallen en nadat hij tot bezinning was gekomen, begon hij aan een eenzame inhaalrace, die hem vier kilometer voor de finish bij koploper Rico bracht, waarna hij in de klim op de Willemsbrug de beslissende klap uitdeelde. De Duitser Jorg Peter was halverwege de race ook zo verstandig terrein prijs te geven. Dat offer kreeg hij op de eindstreep in de vorm van de derde plaats uitbetaald.

Garcia voelt zich in eenzaamheid op zijn best, vermoedelijk omdat hij er in is opgegroeid. Ofschoon hij deel uitmaakte van een gezin met elf kinderen, leefde hij geisoleerd op een afgelegen ranch in het Mexicaanse Michoacan, in de middle of nowhere. Uit verveling begon hij met hardlopen, in 1985 koos hij voor de marathon en momenteel geldt de 32-jarige atleet als een van de sterkste Mexicaanse specialisten. Zeker nadat hij vorig jaar november na een imponerende solo van vijftien kilometer de aansprekende marathon van New York op zijn naam schreef. Rotterdam was zijn vijftiende marathon en bracht hem zijn achtste overwinning.

Nog steeds zondert de sergeant in het Mexicaanse leger zich bij voorkeur af. Voor Rotterdam trainde hij vijf weken op 3800 meter hoogte in Bolivia, slechts vergezeld van zijn dobermann. Hij realiseert zich dat zijn opstelling fricties veroorzaakt met andere Mexicaanse toplopers, die in twee selectiegroepen trainen. Ofschoon hij vorig jaar een zware crisis doormaakte, nadat er een golf van kritiek over hem heenkwam na zijn (min of meer aangekondigde) uitstappen tijdens de Pan-Amerikaanse Spelen, is de loper niet van plan zich aan zijn omgeving aan te passen.

Hij heeft dan ook sterke kaarten in handen. Zijn selectie voor de Olympische Spelen is redelijk zeker omdat hij na Ceron (2.08.36 in Beppu) de snelste Mexicaanse seizoentijd realiseerde. Het Mexicaanse langeafstandslopen heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. De lopers vallen op door hun kleine, maar zeer stevige postuur met gespierde benen, die hen meer kracht geven dan de Afrikaanse wonderlopers en hen mogelijk wat minder kwetsbaar maken. In Rotterdam namen de Mexicanen de hoofdrollen over van de Ethiopiers. Een situatie die illustratief is voor wat er in de marathon over de gehele internationale linie gebeurt. Een overvloed aan (goed betaalde) wedstrijden in het westen, wreekt zich waar hoge kwaliteit wordt gevraagd. Dat gevaar geldt overigens ook voor de Mexicanen. De veelheid aan talent maakt de selectie-criteria voor de Olympische Spelen zwaar, reden waarom Garcia na zijn triomf in New York niet terstond werd aangewezen. Nu heeft hij in vijf maanden twee zware races achter de kiezen, waardoor het de vraag is of hij over vier maanden in Barcelona nog wel in staat is historie te schrijven. Nimmer won een Mexicaan een Olympische medaille op een hardloop-onderdeel. "Voor Mexico is dit een belangrijk jaar, met medaille-kansen op de marathon en tien kilometer" , mijmert Garcia. "Winnen we niets, dan zou dat een fiasco zijn voor de Mexicaanse atletiek."

Voor Nederlandse begrippen staat kwalificeren voor Barcelona al gelijk met winnen. Maar de strijd met het NOC moet daarover nog worden aangegaan, ofschoon Bert van Vlaanderen gisteren met een vierde plaats (en de Nederlandse titel) weer zijn begaafdheid toonde. Slechts de tijd, persoonlijk record van 2.11.53, week iets af van de gestelde richtlijn (2.11.30), maar dat mag eigenlijk niet als een belemmering worden gezien. Van Vlaanderen baarde vorig jaar in Rotterdam opzien door als haas te beginnen en als jager te eindigen. Zijn prooi was destijds een achtste plaats en de kwalificatienorm voor de wereldkampioenschappen. De 27-jarige atleet besloot zich - achteraf terecht gezien de slopende wedstrijd - daar niet aan te wagen omdat Barcelona het doel was en is. Een kwalificatie-poging in september vorig jaar in Berlijn (weer achtste) mislukte door overmoed.

Van Vlaanderen is een van de weinige Nederlandse atleten die zich vrijwel onbekommerd op zijn sport kan toeleggen. Het belang van de juiste arbeids/rust-verhouding werd gisteren weer eens haarfijn duidelijk. Waar Van Vlaanderen zich ongestoord in Lanzarote in de warmte kon voorbereiden, daar combineerde John Vermeule zijn zware trainingsarbeid met een 32-urige werkweek als machine-bankwerker. Geen dagen van extra rust om benen en geest te ontlasten. Nee, de belasting was zelf extra groot door de geboorte van een zoon, twee weken voor de marathon. De deceptie (tiende in 2.14.03) was haast voorspelbaar, maar de voortekenen daarvan gaven zich pas na 35 kilometer bloot. Het regelmatige tempo kon hij tot dan "fluitend" volgen, maar Van Vlaanderen bespeurde stagnatie van het tempo en ging sleuren. "Twee kilometer lang heb ik mijn achterstand kunnen beperken tot tien, vijftien meter" , zei de atleet die ook fit al in een zo moeizaam ogende stijl ploetert. "Toen ging het licht langzaam uit" .

Waar voorin sprake was van een ongecoordineerde wedstrijd, daar kende de tweede groep nauwgezet geregiseerde regelmaat. Slechts de tegenwind in het tweede stuk werd door de lopers als nadelig ervaren, maar Van Vlaanderen sprak verder van "perfecte omstandigheden" . Dit in tegenstelling tot bondscoach Bob Boverman, die het weer in weerwil van vele persoonlijke records, zeer slecht noemde. Van Vlaanderen voelde zich in zijn element. Tot ver in de wedstrijd straalde hij totale ontspanning uit. "Het ging erg makkelijk, ik heb geen moment van inzinking gehad. Ik voelde dat tussen de 30 en 35 kilometer het tempo zakte, waarna ik het initiatief heb genomen om een goede tijd te bereiken. De laatste zeven kilometer heb ik voluit moeten lopen" . Dat gold zeker voor de laatste meters, waarin hij de taaie Portugees Dionisio Castro achter zich liet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden