Mexicanen kiezen een nieuwe spin in het machtige web

AMSTERDAM - De tweede kerstdag van 1991 was niet alleen een historische dag voor de Sovjet-Unie omdat zij toen ophield te bestaan en de almacht van de communistische partij was verbroken. Het was ook voor Mexico een mijlpaal, want dat land beschikte vanaf dat moment over het langst zittende regime van één politieke partij.

BERT VAN PANHUIS

De PRI, de Institutionele Revolutionaire Partij, is aan haar 65e jaar als alleenheerseres bezig. Maar ook hier begint het bouwwerk te kraken. Ze houden er niet van, de PRI'ers, om te worden vergeleken met de voormalige machthebbers in Moskou. Liever trekken ze een lijn naar de Japanse Liberaal-Democraten, die er, tot vorig jaar, in slaagden 38 jaar aan de macht te blijven zonder dat iemand riep dat Japan geen democratie was. Buitenstaanders zijn niet bereid het PRI-apparaat zo welwillend te beoordelen. Op een congres in Mexico-Stad veroorzaakte de Peruaanse schrijver en presidentskandidaat Mario Vargas Llosa enkele jaren geleden een schandaal door te zeggen dat niet de communisten, maar zijn gastheren de perfecte dictatuur hadden.

Tot op heden heeft Mexico een tweeëenheid gekend van alleenheersende partij en presidentschap. De gedachte van de sterke eenheidspartij stoelde op de ervaringen met de burgeroorlog rond de eeuwwisseling. Centraal gezag is belangrijk voor het bewaren van de nationale eenheid. En wie beter dan parlement of regering kan over die eenheid waken dan de president? Aldus legde de grondwet van 1917 de grondslag voor het presidentialisme. Naargelang de ideeën van de president en zijn groepje getrouwen lag dan weer eens de nadruk op nationalisme en populisme, met soms een links, soms een rechts imago, dan weer op economische en sociale vooruitgang. En onder de laatste twee presidenten, Carlos Salinas de Gortari en diens voorganger, Miguel de la Madrid, is het neoliberalisme met zijn (economische) open grenzen kenmerkend.

In de loop der jaren is de president de spin in het eenheidsweb gebleven en zijn macht uit zich met name in de sfeer van het bestuur en de benoemingen. Zo bepaalt het staatshoofd, dat ook regeringsleider, opperbevelhebber van de strijdkrachten en leider van de PRI is, wie de partijvoorzitter is, wie het partijbestuur vormen, wie er in het hooggerechtshof zitting krijgen, wie de PRI-kandidaten zijn voor de 31 gouverneursposten en wie er kandidaat staan voor Senaat en Congres.

Om bij die laatste groep te blijven: de PRI heeft momenteel 320 van de 500 zetels in het Congres en 61 van de 64 zetels in de Senaat. Daarnaast telt het Congres enkele satellietpartijen - samen 50 zetels sterk - die de president aan de tweederde meerderheid moeten helpen, die nodig is voor grondwetsherzieningen. Van de gouverneursposten moeten er sinds kort drie aan een van de oppositiepartijen, de conservatieve Nationale Actiepartij (PAN), worden gelaten. Om de president niet de gelegenheid te geven de 'perfecte dictator' te worden, is in de grondwet bepaald dat hij slechts voor één termijn van zes jaar wordt gekozen. Salinas heeft een poging gedaan die regel te schrappen, maar dat ging zelfs de jaknikkers van het Congres te ver. Ter compensatie van de begrenzing van de presidentiële macht mag de PRI-leider bepalen wie hem binnen de partij opvolgt. Salinas had zijn keus eind vorig jaar al laten vallen op Luis Donaldo Colosio, maar in maart bleek dat de kogel uit een pistool sterker was dan de wil van de president.

Na de moord op de charismatische Colosio heeft Salinas de technocratische econoom en minister van onderwijs, Ernesto Zedillo Ponce de Leon, als zijn kroonprins aangewezen. Aanvankelijk wist Zedillo nauwelijks enig enthousiasme bij de kiezers te weeg te brengen. Een dieptepunt voor hem was het televisiedebat, begin mei, tussen de drie belangrijkste kandidaten voor het presidentschap. Zedillo's gevaarlijkste rivaal, Diego Fernandez de Cevallos van de PAN, keerde zich naar hem toe en smaalde: “We weten dat je een brave jongen bent en dat je goede cijfers haalt, maar het economisch beleid van je PRI heeft ervoor gezorgd dat 40 miljoen mensen in armoede leven.”

De gewone Mexicaan heeft inderdaad weinig vruchten geplukt van het liberale economische beleid, dat eind vorig jaar zijn bekroning vond in Nafta, het vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten en Canada en onlangs met de toelating van Mexico tot de Oeso, de club van rijke industrielanden. Dankzij een sociaal pact met werkgevers en werknemers, dat de loonkosten en de prijzen in de hand hield, is Salinas erin geslaagd de geldontwaarding in zes jaar terug te dringen van 180 naar 7 procent. Bovendien heeft Mexico nu een overschot op de begroting. De economische groei is eind vorig jaar gaan stokken en zal naar verwachting tegen het eind van het jaar niet meer zijn dan 2,5 procent. In de loop van de jaren negentig zal dat percentage volgens de gunstigste prognoses stijgen tot 5 procent, maar dat is onvoldoende om naast de tien miljoen werklozen die er al zijn, de twee miljoen Mexicanen aan werk te helpen die zich jaarlijks op de arbeidsmarkt melden.

De drie kandidaten voor het presidentschap - naast Zedillo en Fernandez doet ook Cuauhtemoc Cardenas van de centrum-linkse Democratische Revolutionaire Partij (PRD) mee - verschillen in feite niet zo sterk van mening over het de komende jaren te volgen economische beleid. Alle drie staan ze achter Nafta, al wil de PRD over sommige onderdelen opnieuw onderhandelen. En alle drie vinden ze dat er geld moet worden gestopt in de armoedebestrijding. De opstand van de zapatistas in het straatarme zuiden, aan het begin van dit jaar, heeft het besef gewekt dat dit armoedeprobleem niet genegeerd kan worden.

Profiteerde zes jaar geleden de PRD van Cardenas - een zoon van de legendarische PRI-president Lazaro Cardenas, die aan het eind van de jaren dertig populair was met zijn hervormingsbeleid - van de ontevredenheid over de PRI-alleenheerschappij, dit jaar vindt het verloop vooral plaats naar de PAN. Er zijn aanwijzingen dat Diego Fernandez eigenlijk niet zit te springen om een overwinning en liever zijn kansen afwacht voor de verkiezingen van 2000, als een zittende president volgens de nieuwe regels van de PRI niet meer zijn opvolger mag aanwijzen en de strijd meer open kan liggen. De laatste opiniepeilingen geven Zedillo een stevige voorsprong op zijn rivalen. Of de andere partijen en de Mexicanen genoegen zullen nemen met een overwinning van de PRI-kandidaat, hangt af van het verloop van het tellen van de stemmen. Salinas heeft beloofd dat de verkiezingen verschoond zullen blijven van fraude, maar de praktijk in het verleden leert dat de verkiezingsdag met argusogen dienen te worden gevolgd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden