Reportage

Mexicaanse dorpen voelen zich in de steek gelaten door regering na aardbeving

Slachtoffers van de aardbeving in Alpanocan staan bij wat er over is van hun huis. Ze slapen nu op bedden op kunststof zeiltjes. Beeld Jan-Albert Hootsen

Kleine, arme gemeenschappen buiten Mexico-Stad voelen zich na de aardbeving van afgelopen dinsdag in de steek gelaten door de overheid. De regering is nergens te bekennen, alle hulp komt van een vrijwilligersleger.

De handen van Salomón Calderón zijn bedekt met stof. Hij sloft langzaam door de ruïne van wat ooit zijn huis was. Er liggen nog slechts hopen okergele kleistenen, een enkel meubel en stukken hout en verwrongen aluminium.

"Er is niets meer van over", zegt hij gelaten. "We moeten straks bouwen met de materialen die we konden redden; wat hout en een paar golfplaten. Geld om een nieuw huis te bouwen hebben we niet."

Calderón is slechts een van de honderden inwoners van San Antonio Alpanocan, een dorpje in de Centraal-Mexicaanse deelstaat Puebla, wiens woning in de aardbeving van afgelopen dinsdag werd verwoest. Het plaatsje met iets meer dan 2500 inwoners ligt op zo'n veertig kilometer ten noorden van het epicentrum van de beving.

Als door een wonder vielen hier geen dodelijke slachtoffers, maar meer dan de helft van de woningen werd verwoest of zwaar beschadigd. Voor een gemeenschap van vooral arme boeren is het een catastrofe. Ze hebben de middelen niet om een nieuwe woning te bouwen. Hele families slapen nu in tenten, of in bedden onder slechts een kunststof zeil.

"Het zal lang duren voor we alles hier weer hebben opgebouwd," verzucht Calderón. "Wij zijn arm, we leven van het land. Ons huis was ons enige bezit."

Crisiscentrum

Ondanks de rampspoed heerst er in Alpanocan geen wanhoopssfeer. Het gonst in het dorp van de activiteit, nu een leger van honderden vrijwilligers uit heel Mexico naar de regio is getrokken om noodhulp uit te delen en puin te ruimen. Afgelopen weekend stond de toegangsweg naar Alpanocan vol auto's en bussen. Op het centrale plein deelden studenten water, dekens en voedsel uit. Even verderop verwijderden leden van de Mexicaanse scouting, gekleed in oranje hesjes en gewapend met schoppen en pikhouwelen, het puin van een ingestorte woning.

Ook in andere dorpjes in de omgeving van Alpanocan, zoals het nabijgelegen Tetela, zijn vrijwilligers druk in de weer. Vlakbij een op instorten staand kerkje in het plaatsje is een crisiscentrum ingericht. Zo'n vijftig jonge ingenieurs, overgekomen uit Mexico-stad zijn er voorlopig neergestreken. Ze hebben zich aangemeld om als vrijwilliger woningen op schade te inspecteren. Dat doen ze onder leiding van ingenieur Ana Granados, zelf ook vrijwilliger.

"We moeten zo snel mogelijk werken, want er staan nog steeds veel huizen op instorten," zegt ze. Ze heeft zware wallen onder haar ogen van het slaapgebrek en ze klinkt uitgeput. "De meeste mensen hier willen hun huis ondanks het gevaar niet verlaten. Het is hun enige bezit, ze zijn bang dat hun inboedel gestolen wordt."

Afwezige overheid

De enorme en spontane toestroom van vrijwilligers en hulpgoederen naar het gebied dicht bij het epicentrum staat in schril contrast tot de schijnbaar volledige afwezigheid van de overheid. Waar in Mexico-Stad honderden militairen bij ingestorte gebouwen meehelpen met de zoektocht naar de laatste overlevenden, zijn in Apalnocan en Tetela nergens soldaten te bespeuren. Ook zijn er geen inspecteurs van de deelstaatoverheden bij de beschadigde huizen te bekennen.

Voor de vrijwilligers is het grootste probleem dat ze te weinig gereedschap hebben om hun werk goed te kunnen doen. Volgens Granados concentreert de noodhulp zich vooral op Mexico-Stad en worden de kleinere, armere gemeenschappen in de omliggende deelstaten Puebla, Morelos en Estado de México genegeerd.

"Wij zijn de afgelopen dagen naar de plekken gegaan waar regionaal hulpgoederen te vinden zijn, onder andere om gereedschap te halen, maar we kregen amper iets mee," zegt Granados gefrustreerd.

Vrijwilligers

De Mexicaanse president Enrique Peña Nieto beloofde zijn landgenoten na de aardbeving dat zijn regering er alles aan zou doen om de slachtoffers zo snel mogelijk te helpen. Veel inwoners van de kleinere, armere gemeenschappen in het rampgebied buiten Mexico-Stad zeggen daar bijna een week na de ramp nog niets van gezien te hebben en beginnen zich in de steek gelaten te voelen.

"Het lijkt wel alsof alleen Mexico-Stad voor de regering meetelt", zegt Granados. "Het is hartverwarmend dat er zoveel vrijwilligers zijn om de mensen hier te helpen, maar we hebben de overheid keihard nodig."

De aardbeving van afgelopen dinsdag in Mexico was de derde aardbeving in het land in een maand tijd. Zondag vond een vierde aardbeving plaats. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden