'Mevrouw, we zoeken het uit, u hoort van ons'

Beeld anp

Loketten waarvan je het bestaan niet kent. Daar kreeg Karin van Gorkum mee te maken na de ongewisse dood van haar man. 'Nederland heeft niets geregeld voor mensen die in zo'n situatie verzeild raken.'

'De politie in Tignale zei meteen dat iemand die op deze plek verdrinkt niet altijd meer wordt gevonden", vertelt Karin van Gorkum (55). "De agenten legden uit dat je het Gardameer als een dal moet zien. Het meer is op sommige plekken honderden meters diep. Er is behoorlijke begroeiing en er zijn heel veel kloven. Onder water kunnen dat allemaal obstakels zijn in de zoektocht naar uw man, waarschuwden ze ons."

Tot 's middags rond vijf uur leek 29 juli 2009 voor Rob en Karin van Gorkum en hun meegereisde zoon Luuk uit Bodegraven een heel gewone, prachtige vakantiedag. Het meer aan hun voeten was mooi en uitnodigend. Zij kenden het dorpje Tignale op hun duim. Ze hadden er al vaker een vakantie doorgebracht en waren ervan gaan houden.

Marathon
Luuk bleef na de lunch met zijn moeder in de omgeving van het vakantieappartement. Vader Rob (49) was om een uur of twee 's middags alleen naar een strandje beneden aan het meer gegaan. Hij deed dat vaker. Op doordeweekse dagen, als de Italianen werkten, was hij er nagenoeg van verzekerd dat hij dit aardse stukje paradijs voor zich alleen had. Dat voelde fijn.

In Rotterdam had hij zijn inspirerende, maar tegelijkertijd ook inspannende werk als geestelijk verzorger in het Sint Franciscus Gasthuis. Daarbuiten bood hij graag de helpende hand aan nooddruftigen in de samenleving en op de spaarzame momenten dat dit niet het geval was, stak hij al zijn energie in zijn gezin en in sport: de triatlon en marathon.

In de vakantie was alles anders. In de schaduw van de bergen koesterde hij dit strandje. Via een pad en met behulp van een stuk touw klauterde hij langs afwisselend rotsen en struikgewas naar beneden om, eenmaal daar, de verstilde natuur te koesteren. Voorzien van een blikje cola, een boek, een mobieltje en een paar pleisters, voor het geval hij zich aan de met kiezels en stenen bezaaide bodem van het meer onverhoeds zou bezeren.

Handdoek gevonden
Een dag als alle andere vakantiedagen, in dat frivole dorp aan het Gardameer. Zo leek het nog toen Rob van Gorkum rond vier uur vanaf dat strandje een sms'je stuurde aan hun oudste zoon, Steef, die dit keer niet met zijn ouders was meegegaan naar Italië. Nog één keer een verkoelende duik in het meer en dan, via het vertrouwde stuk touw, omhoog, naar Karin en zoon.

Rob van Gorkum kwam nooit aan bij hun appartement. Duikers gingen het meer in en helikopters vlogen erboven. Karin van Gorkum wist meteen heel zeker dat het mis was. Op het strandje waren de handdoek van haar man gevonden, zijn schoenen en zijn tas. Geordend, zoals zij hem kende.

"Het kan zijn dat we uw man niet vinden", waarschuwde een politieman haar al tijdens de, naar naderhand bleek, vergeefse zoektocht. "Mogelijk is zijn lichaam vastgeraakt in de begroeiing of in een kloof. Misschien dat hij een keer loskomt. Dat kan morgen zijn, volgende week, over tien jaar of nooit."

Bureaucratische ramp
Tot aan de dag van vandaag is Rob van Gorkum niet teruggevonden. Dat het leven voor Karin met de vermissing van haar man in een nachtmerrie veranderde, zou te zacht zijn uitgedrukt. Het werd een hel, de dood van Rob. En daarnaast kwam er een tweede hel, zoals zij zelf zegt. De bureaucratie die haar vanaf de eerste dag van zijn vermissing in beslag nam, maakte haar nog wanhopiger dan zij al was.

Een bureaucratische ramp, zo ervoer ze de eerste jaren na de vermissing van haar partner. "Onvoorstelbaar, maar vooral treurig of zelfs onredelijk dat in een land als Nederland niets is geregeld voor mensen die verzeild raken in zo'n situatie als ik", blikt zij bijna vier jaar later terug. "Terwijl je in vreselijke nood verkeert en verdriet hebt, word je van het ene loket naar het andere gestuurd. Zelf heb ik eigenlijk tot op zekere hoogte nog geluk gehad. Ik heb fijne kinderen en we hebben échte vrienden op wie we konden terugvallen. Toch was het heel moeilijk om overeind te blijven. In alle opzichten, psychisch, fysiek, financieel, in alles."

Karin van Gorkum vermoedt dat er lotgenoten zijn die het onder soortgelijke omstandigheden niet redden. Alleen hierom doet zij haar verhaal. Want natuurlijk zijn er mensen die net iets minder mondig zijn, die net niet een behulpzame advocaat als goede huisvriend kennen en die, veel minder nog dan zij, zijn opgewassen tegen dat telkens terugkerende antwoord bij het zoveelste loket: "Ja mevrouw, dat moeten we heus eerst uitzoeken, want hiermee hadden we niet eerder te maken."

Zij pleit ervoor dat mensen in een vergelijkbare situatie in de (naaste) toekomst net iets meer hulp krijgen. Dat er één centrale instantie komt waar deze mensen met hun eerste noden, verplichtingen en zorgen terecht kunnen. In het geval van Karin van Gorkum viel het salaris van Rob weg, niet lang na zijn vermissing. Voor andere nabestaanden is dat niet anders. Maar voor Van Gorkum gold dat de verzekeringen niet uitbetaalden: de dood van haar echtgenoot stond immers niet vast.

50.000 euro voorschieten
Als tandarts werkte zij tot dan twee dagen in de week. Met de stopzetting van Robs salaris moest zij haar aantal uren rap uitbreiden, om aan alle financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen.

"Ik heb de eerste twee jaar alles bijeen zo'n 50.000 euro moeten voorschieten", schat zij. "De hypotheek gaat door, Robs ziektepremie moest ik doorbetalen zolang er geen verklaring was van 'rechtsvermoeden van overlijden'. Alle verzekeringspremies gingen door. Zolang zekerheid ontbreekt, blijf je voor allerlei diensten betalen. Uiteindelijk heb ik alleen op de hypotheek moeten toeleggen. Ik schat ruim 17.000 euro. Een enkele instantie betaalde ook rente terug, maar de meeste deden dat niet."

Zij vertelt hoe echtgenoot en vader Rob dood moest worden verklaard. Hoe erg zij en haar kinderen dat uiteraard vonden. Zij kreeg te maken met loketten waarvan ze het bestaan niet kende. Rob regelde altijd alles. Hij deed aan internetbankieren. Zij had geen idee welke wachtwoorden hij had.

Geen rouwverwerking mogelijk
Behalve met bankzaken werd ze geconfronteerd met de levensverzekering, de gemeente, het pensioenfonds, de ziektekostenverzekering, de Belastingdienst, het waterschap, de goede doelen die zij ondersteunden, tot aan een zitting bij de rechtbank toe.

De bureaucratie won het ruimschoots van zelfs maar de geringste mogelijkheid om aan rouwverwerking te denken. Het is een cliché, zegt Karin van Gorkum, maar haar leven stond aan alle kanten op zijn kop. Een crematie of begrafenis voor haar man kon niet, omdat hij er niet was. Een herdenkingsdienst was zes weken na zijn vermissing het gekozen alternatief, maar een afronding, een tastbaar sluitstuk, was dit niet.

"We waren onze man en vader kwijt", vertelt zij. "Er was geen lichaam. Rob werd niet gevonden in het meer. Daarbij kwamen meteen alle mogelijke materiële zaken op mij af. Ongeacht voor welk loket ik stond, was telkens het antwoord: "Mevrouw, het spijt ons maar we moeten het uitzoeken. U hoort van ons." Niemand wist meteen mijn vragen te beantwoorden. Hoe vaak ik de feiten over Rob, zijn vermissing, niet heb moeten vertellen, en vooral heb moeten herhalen. Het was om moedeloos van te worden."

Advertentie
Karin van Gorkum had voor alle belangrijke, administratieve wijzigingen een verklaring 'rechtsvermoeden van overlijden' nodig. "Ik had er nooit van gehoord", zegt zij. "Een dergelijke aanvraag kun je pas een jaar na de vermissing bij de rechtbank aanvragen. Hiervoor moeten de omstandigheden waaronder iemand verdwijnt, zijn dood aannemelijk maken. Bij Rob was dat het geval. Maar toen ik de bewuste verklaring na een jaar aanvroeg, duurde het maar liefst negen maanden voordat de zitting werd gehouden. De rechtbank had het gewoon te druk. Daar heb ik begrip voor, maar je kunt het de betrokkenen eigenlijk niet aandoen."

Onderdeel van de procedure is de verplichting om in een landelijk verschijnend dagblad, in dit geval in Italië, een oproep te plaatsen aan de vermiste om binnen zes weken te reageren. Navraag wees uit dat de kosten van zo'n advertentie in een Italiaanse krant rond de 3000 euro zouden bedragen. De bevriende advocaat van de familie Van Gorkum ontdekte dat een advertentie van een in Italië verschijnende Nederlandse krant ook binnen de regels viel. De advertentie in De Telegraaf kostte uiteindelijk 400 euro.

"Dat is dan wel een pad dat je moet kennen", reageert Karin van Gorkum. "En ik denk dat veel mensen aan zo'n advertentie in een Italiaanse krant een paar duizend euro kwijt zijn. Natuurlijk bleef de oproep onbeantwoord. Pas daarna geeft de rechter een 'rechtsvermoeden van overlijden' af. Vanaf de dag van vermissing is er dan op een haar na twee jaar verstreken. Dat er een jaar 'wachttijd' is en dat zaken uitgezocht moeten worden, begrijp ik. Maar dan zou het geregeld moeten zijn."

Telefoontje
Karin en Rob van Gorkum hadden ieder bij dezelfde bank een rekening. Na zijn vermissing werd de rekening van Rob geblokkeerd. Dat gaf financiële zorgen. Vrienden schoten te hulp, maar 'fijn is het niet om geld van anderen te lenen', weet Karin inmiddels uit ervaring. Zij vertelt hoe zij na twee jaar met de verklaring 'rechtsvermoeden van overlijden' naar het gemeentehuis in haar woonplaats ging.

Tevoren had zij gebeld om uit te leggen dat het haar om een akte van overlijden ging. "Maar toen ik er volgens afspraak kwam, hadden ze geen idee wat ze ermee aan moesten", vertelt zij. "Ik ben heel erg boos geworden daar en heb er tegen mijn gewoonte in staan roepen dat ik nu iemand wilde spreken die het wel begreep. Ten slotte kreeg ik de belofte dat ze zouden kijken wat er precies moest worden gedaan. Wéér drie maanden wachten."

Karin van Gorkum dacht: als alle materiële zaken zijn opgelost, ga ik dit aan de kaak stellen. Haar leven is inmiddels weer enigszins op orde. Nog elke dag kan er een telefoontje komen van de Italiaanse politie of van het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken dat haar echtgenoot is gevonden.

Zoon schrijft boek
Journalist Steef van Gorkum (1990), een van de twee zoons van Rob en Karin van Gorkum, publiceerde eind vorig jaar zijn roman 'De twee jaar nadat' (uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam). Het boek handelt over een student wiens vader verdrinkt tijdens een vakantie. Hij beschrijft hoe de student verder gaat met zijn leven, zijn verdriet en de vragen die hem beklemmen. Het boek is niet autobiografisch, zegt de auteur.

Aantal vermissingen
Hoeveel Nederlanders jaarlijks vermist raken op een soortgelijke wijze als Rob van Gorkum is onbekend. Dit geldt zowel voor Nederlanders in eigen land als daarbuiten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek zegt in een reactie dat hiervan geen cijfers worden bijgehouden.

Tweede Kamerlid en voormalig advocaat Jan de Wit (SP) vertelt dat de problemen die Karin van Gorkum tegenkwam, hem verrasten. "Vermissing maakt het altijd heel ingewikkeld", zegt De Wit. "Je moet bijvoorbeeld op fraude bedacht zijn en dat is ook een reden waarom de wet uitgaat van een bepaalde periode van 'wachten'. Of al de loketten zijn samen te voegen in onderhavige gevallen, weet ik niet. Ik heb er geen ervaring mee, maar we zullen hier zeker goed naar kijken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden