Mevrouw Verstand moet naar moskee op de hoek

Vrouwenbesnijdenis strafbaar stellen, zoals staatssecretaris Verstand wil, heeft weinig zin. De plegers en de slachtoffers van deze ingreep denken dat er geen kwaad in is en dat de islam ze sanctioneert, zoniet eist. Verstand gaat ten onrechte aan dit religieuze aspect voorbij.

Jan Slomp

Staatssecretaris Verstand denkt erover vrouwenbesnijdenis strafbaar te stellen. Ze sluit daarbij aan bij een liberale tendens in de islam, maar gaat voor de rest voorbij aan de godsdienst. Verstand kwam met haar overweging over de strafbaarstelling naar aanleiding van de VN-Wereldvrouwenconferentie die afgelopen weekeinde in New York werd gesloten. Zij verklaarde naar aanleiding van de internationale vrouwendag (8 maart) reeds dat vrouwenbesnijdenis in Nederland een misdaad is.

Verstand heeft wat dat betreft de WHO (Wereld Gezondheids Organisatie) aan haar zijde, die in 1997 in een document over 'Geweld tegen vrouwen: Een prioriteit voor de gezondheidszorg' genitale verminking van vrouwen een vergrijp tegen de mensenrechten noemde.

De staatssecretaris gaat evenwel aan de werkelijkheid voorbij dat de daders noch de slachtoffers het gevoel hebben een misdrijf te begaan. Uit een WHO-rapport van 1994 over genitale verminking blijkt dat het gebruik geworteld is in eeuwenoude zeden en tradities, in machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen, in religieuze eisen, in opvattingen over rein en onrein (besneden mannen en vrouwen zijn reiner dan onbesnedenen) en familie-eer. De ingreep zou de maagdelijkheid beschermen, vreemdgaan voorkomen, het seksuele plezier van de echtgenoot en de vruchtbaarheid doen toenemen, het groepsgevoel versterken enz. De WHO vermeldt dat naar schatting tussen de 85 en 115 miljoen vrouwen zo behandeld zijn in 26 Afrikaanse en enkele Aziatische landen en door migratie in een toenemende mate in Europa, Canada, de Verenigde Staten en Australië. Jaarlijks worden nog ruim twee miljoen meisjes aan de ingreep onderworpen.

Het WHO-rapport toont aan dat het gebruik ook voorkomt bij koptische (christelijke) vrouwen in Egypte en bij christenvrouwen in Ethiopië. Het WHO-rapport gaat niet verder op de 'religieuze eisen' in, waarschijnlijk om niet de zwartepiet toe te spelen aan de islam. Dat is terecht omdat genitale verminking van vrouwen in vele Afrikaanse landen aan de islamisatie voorafging.

De zaak wordt wel gecompliceerder gemaakt omdat vele moslimwetgeleerden een islamitische legitimatie hebben verschaft. De wetsscholen geven verschillende beoordelingen. Volgens de sjafi'ieten (Indonesië, delen van Egypte) is het verplicht. Het gebruik geldt als Gode welgevallig en eervol bij de meeste hanbalieten op het Arabisch schiereiland en malikieten (Afrika). Toch schijnt het in landen als Jemen alleen aan de kust voor te komen, omdat men daar blootstond aan Afrikaanse invloeden. Bij hanafieten schijnt het niet voor te komen. Dus niet onder Turken, Pakistanen en moslims uit Bangladesh.

In Egypte heeft de overheid regeringsklinieken en ziekenhuizen verboden deze besnijdenis uit te voeren. Rijkere vrouwen wijken dientengevolge uit naar privéklinieken terwijl armere zijn aangewezen op de traditionele vroedvrouwen en kraamhulpen.

Uit de schokkende eigen verhalen van moslimvrouwen, die door onderzoeksters zijn opgetekend, blijkt dat ze zich vanwege de druk van grootmoeder en schoonmoeders niet aan het gebruik kunnen en willen onttrekken. In Arabische medisch-ethische verhandelingen over de onaantastbaarheid van het lichaam wordt -aldus de Duitse onderzoekster Birgit Krawietz- vrouwenbesnijdenis nauwelijks behandeld dan wel gebagatelliseerd.

In de meeste landen waarin genitale mutilatie voorkomt, is de islam zeer invloedrijk. Deskundigen kunnen aantonen dat de vruchtbaarheid in plaats van toe te nemen juist afneemt, doordat de ingreep vaak frigiditeit ten gevolge heeft.

Pas wanneer moslimgeleerden in die landen naar deze experts gaan luisteren, zullen zij gaan nadenken over afschaffen. Als deze geleerden voor afschaffing gaan pleiten op islamitische gronden, zal de religieuze legitimatie op den duur verdwijnen. Dat betekent dus dat de imam van de moskee op de hoek het taboe moet durven doorbreken door dit gevoelige vrouwenthema bespreekbaar te maken.

Noch in de publicaties van de WHO noch in de uitlatingen van staatssecretaris Verstand worden de islamitische argumenten voor mutilatie ernstig genomen. Wanneer het beroep van de WHO op mensenrechten botst op argumenten ontleend aan de sjari'a, zal een vrome moslim de sjari'a volgen, tenzij men die anders en vrouwvriendelijker uitlegt. Het idee van de staatssecretaris blijft daarom een slag in de lucht, zolang ze verdedigers van het systeem er niet van heeft overtuigd dat hier ook volgens de islam mensenrechten worden aangetast.

Net zoals in de 19de eeuw de slavernij uit Afrika is verdwenen door druk van buiten en geleidelijk toenemende kritiek van binnen zal dit misbruik, waaronder miljoenen vrouwen lijden, op den duur verdwijnen. Moslimverdedigers van afschaffing van de slavernij beriepen zich erop dat bet bevrijden van een slaaf door de Koran en het profetisch voorbeeld wordt aanbevolen. In het islamitisch rechtsdenken wordt vaak de redenering volgens analogie gevolgd. Indien men die redenering toepast zou bevrijding van vrouwen van dit gewelddadige systeem het effect kunnen zijn van een beter verstaan van de eigen islamitische bronnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden