'Mevrouw de professor' - Nederland moet er nog aan wennen

Neelke Doorn (links) en Merle de Kreuk. ‘Je moet een stoere, sterke vrouw zijn die tegen een grapje kan.’ Beeld Phil Nijhuis

Het nieuwe academische jaar is deze week begonnen. Aan de universiteit is het voor vrouwen altijd nog harder werken dan voor mannen. Zeker op een technische universiteit, stellen de hoogleraren Merle de Kreuk en Neelke Doorn van de TU Delft. ‘Ik krijg standaard mails met Geachte heer Doorn’.’

Daar hadden Merle de Kreuk en Neelke Doorn eigenlijk niet zo bij stilgestaan: dat ze niet alleen hoogleraar zijn, maar óók rolmodel. “Er kwamen vrij veel meiden naar mij toe na mijn benoeming tot hoogleraar. ‘Wat tof dat jij nu hoogleraar kunt worden, terwijl je een gezin hebt en niet verbergt dat je moeder bent’,” zegt De Kreuk. Doorn valt haar bij: zij had dezelfde ervaringen in de collegezaal. “En ook buiten de universiteit. Ik hoorde letterlijk zeggen: ‘O, het kan dus wel’. Dat vind ik schokkend, dat mensen nu nog denken dat je als vrouw geen hoogleraar kunt worden.” De Kreuk: “Of pas op middelbare leeftijd of zo.”

Deze week zijn de colleges weer begonnen, voor Neelke Doorn (45) en Merle de Kreuk (45) het tweede collegejaar dat ze als professor door het leven gaan aan de Technische Universiteit Delft. Doorn als hoogleraar ethiek van waterbeheer, De Kreuk als hoogleraar milieutechnologie.

Ruim een jaar geleden, in juni 2017, werden ze in de hoogste academische functie benoemd. Die vond plaats in het Johanna Westerdijkjaar, genoemd naar de vrouw die toen precies honderd jaar geleden de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland werd. In dat jubileumjaar benoemden universiteiten ruim honderd extra vrouwen in de hoogste wetenschappelijke functie om het aandeel vrouwen in de wetenschap een impuls te ­geven.

Ladder

Hoe hoger op de academische ladder, des te minder vrouwen er zijn. Zeker aan technische universiteiten zijn mannen ver in de meerderheid. In Delft bijvoorbeeld zijn nu 47 vrouwen hoogleraar, tegen 262 mannen met een toga. Van de studenten zijn er in Delft twee van de drie man.

De twee hoogleraren valt het soms niet eens meer op dat ze tot een minderheid behoren. “Je raakt eraan gewend”, zegt De Kreuk. “Ik kijk weleens om me heen bij een vergadering. En zeker als het echt vakinhoudelijk is, ben ik vaak een van de twee vrouwen of de enige, in een gezelschap van twintig. Niet alleen in een academische omgeving, maar vaak ook bij bedrijven of waterschappen.”

Doorn en De Kreuk zijn expert op het gebied van techniek, water en milieu, een vakgebied waarin de TU Delft wereldleider is. Op de gang hangen waterbouwkundige posters. Op een van de platen staan keurig geordend alle Nederlandse watertorens, op een aantal andere staan onderzoeksprojecten in het buitenland en verderop hangen schema’s waarin het wemelt van de formules.

“Als mensen horen dat ik aan een universiteit werk, hoor ik vaak: ‘Geef je dan onderwijs?’”, zegt Doorn. De Kreuk knikt: “Inderdaad: ‘Sta je voor de klas?’.” Doorn: “Als ze al niet denken dat je een secretariële functie hebt.” Het is niet terecht, benadrukken de twee, maar in de beeldvorming heeft onderzoek meer status dan onderwijs. “Maar buiten mijn kennissenkring om hoor ik zelden: ‘Wat leuk, je werkt op een universiteit, wat voor ­onderzoek doe je?’.” Ze lacht: “Ik krijg ook standaard mails met ‘Geachte heer Doorn’ als aanhef.”

Een professor, dat is kennelijk een man. Juist om te zorgen dat zulke reacties tot het verleden gaan behoren, is het heel belangrijk dat vrouwen in de hoogste echelons zichtbaar zijn, vinden de twee. En er zijn meer redenen, denkt Doorn. “Het kan de kwaliteit van het onderzoek verbeteren. Diversiteit is belangrijk, omdat het je in staat stelt om meerdere perspectieven te gebruiken. Maar er is ook een moreel argument. Iedereen met dezelfde capaciteiten moet de kans krijgen om zo ver te komen in de wetenschap. Het kan niet zo zijn dat je moet lijken op de zittende staf.”

Beeld Phil Nijhuis

De Kreuk: “Uitnodigingen voor bijvoorbeeld wetenschappelijke conferenties gaan vaak via de mensen die de organisator kent, via het old boys network dus. Daarom zijn nieuwe gezichten zo belangrijk, want een old girls network, dat is er nog niet.”

Rollenpatronen

Bewust of onbewust spelen traditionele rollenpatronen een rol bij een academische loopbaan. “Ik denk dat onze maatschappij, zeker niet alleen de wetenschap, zo is ingericht dat bepaald gedrag, het competitieve, meer wordt geaccepteerd van mannen dan van vrouwen”, zegt Doorn.

De Kreuk: “Vrouwen hebben een kleinere bandbreedte waarbinnen ze kunnen opereren wat gedrag betreft. Als je als vrouw heel vrouwelijk overkomt, ben je al snel te vrouwelijk voor een hoge functie. Ben je te competitief, dan ben je een bitch.”

Al is het toch lastig om de vinger te leggen op de zere plek. De Kreuk: “Ik merk zelf niet dat ik word achtergesteld. Het is vooral iets wat ik in studies lees.” Doorn: “Ik denk dat mensen aan een technische universiteit erg inhoudelijk georiënteerd zijn en iets minder met strategische spelletjes bezig zijn. Maar toch: je moet wel bereid zijn om af en toe een beetje one of the guys te zijn. Je moet je vormen naar ‘zo gaan wij met elkaar om’, een beetje ouwe-jongens-krentenbrood, dat toffe.” De Kreuk: “Zeker. Je moet een beetje je stijl vinden, al heb ik daar nooit moeite mee gehad.”

Doorn: “Uiteraard zijn dit mechanismen die heel subtiel werken, maar wat ikzelf heb ervaren – zeker in de wat vroegere fase in mijn loopbaan – is dat ik, om erbij te horen, niet te kleinzielig moest zijn. Je moet een stoere en sterke vrouw zijn, die ook tegen een grapje kan. Meestal gaat dat goed, omdat ikzelf misschien ook best botte humor kan hebben. Maar soms voelt het niet prettig. Als een grapje bijvoorbeeld subtiel ­seksistisch is, wordt het al snel als flauw of kleinzielig ervaren dat je er wat van zegt. Als een man zou zeggen: ‘Jongens, dit grapje gaat te ver’, zou dat eerder worden aangenomen.”

Tussenstations

De weg naar een hoogleraarschap is lang. Als alles volgens plan verloopt, begint het bij een promotie en mondt het via een aantal tussenstations jaren later uit in een hoogleraarschap. Het precieze pad ziet er per universiteit anders uit. Instellingen kijken onder meer naar het aantal publicaties, naar hoe vaak iemand geciteerd wordt en naar de internationale zichtbaarheid van de wetenschappers.

De universiteiten hebben gezamenlijk afgesproken dat er in 2020 meer vrouwen hoogleraar moeten zijn. Delft streeft naar minimaal 15 procent vrouwen aan de top, en dat doel is al gehaald. Toch blijft het knokken om meer vrouwen aan de top te krijgen. Dat komt mede, denken Doorn en De Kreuk, doordat bij een wetenschappelijke loopbaan vaak nog vanuit een traditioneel patronen wordt gedacht.

Wie bijvoorbeeld een paar jaar iets anders doet en niet fulltime carrière maakt aan de universiteit valt al snel af. De Kreuk: “Zeker voor vrouwen kan dat lastig zijn. Veel mensen ronden rond hun dertigste hun promotie af. Als je als vrouw een gezin wilt, is dat het moment om aan kinderen te beginnen. Een jaar in het buitenland doe je daarna ook niet meer zo snel, als het betekent dat je je man en kinderen in Nederland achterlaat.”

Hun universiteit, benadrukken de twee, kijkt bij benoemingen minder naar een tradi­tioneel pad. Zo hebben zowel De Kreuk als Doorn een periode buiten de wetenschap gewerkt, waardoor hun publicatiestroom een tijdje stokte. Ook hebben ze geen onderzoek gedaan aan een prestigieus onderzoeks­instituut in het buitenland, een andere traditionele methode om carrière te maken. De Kreuk: “Als ik kijk naar mijn internationale bekendheid, dan kan dat misschien beter. Maar mijn netwerk in Nederland is juist waanzinnig. Juist doordat ik buiten de universiteit heb gekeken.”

De suggestie dat deze kronkelweg misschien gevolgen heeft gehad voor de kwaliteit van hun wetenschappelijke werk, wijzen de twee resoluut van de hand. “Een universiteit als Delft kan het zich niet veroorloven om vrouwen als hoogleraar te benoemen die niet professorabel zijn.”

Naar verwachting zullen de komende jaren in Delft meer vrouwen in toga verschijnen. Tot grote tevredenheid van De Kreuk en Doorn: “We hebben als hoogleraar een inhoudelijke drive, maar ook een maatschappelijke. Je wilt een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de samenleving.” Tot voor kort gaf De Kreuk gastlessen in het basisonderwijs en op middelbare scholen. “Zodat jonge meiden al zien: dit kun je als vrouw in de techniek bereiken.”

Lees ook:

Universiteiten benoemen honderd extra vrouwelijke hoogleraren

Waar de universiteiten van Rotterdam en Wageningen er niet in slaagden voldoende vrouwen te vinden die zij geschikt achtten, benoemen andere universiteitenmeer vrouwen tot hoogleraar dan waar ze volgens een verdeelsleutel recht op hebben. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden