Mevrouw Barones

Het 'iets' dat ik in adellijke kringen voel heeft weinig te maken met de juiste taal, de zegelring of antiek

Het was in de wachtkamer van het Rotterdamse Centraal Bureau Rijvaardigheid (CBR) dat ik me voor het eerst probeerde te gedragen als een barones.

Ik zat daar met een stuk of twintig andere Rotterdammers met wie ik een half uur eerder in een benauwd lokaal mijn theorie-examen aflegde. We dronken slappe koffie, klaagden over de strikvragen over voorrang en haaientanden en over onze rij-instructeurs. Zoals dat gaat na gemeenschappelijke inspanning heerste er een gevoel van saamhorigheid. Een voor een werden we door de secretaresse die verderop achter de balie zat opgeroepen om ons resultaat in ontvangst te nemen.

Mevrouw Barones, riep de secretaresse nu. Er werd gegniffeld. Zit er een barones in de zaal? riep iemand. Niemand reageerde. Mevrouw Barones, klonk het nog een keer, en harder. Met een schok realiseerde ik me dat ik dat moest zijn. De titel staat in mijn paspoort na mijn voornaam, waarschijnlijk dacht de secretaresse dat dit mijn achternaam was.

Even overwoog ik te blijven zitten. Maar ik wilde de uitslag van mijn examen weten, dus stond ik voorzichtig op. Mevrouw Barones. Het was stil in de kleine ruimte, alle ogen waren op mij gericht en terwijl ik langzaam mijn ene voet voor de andere zette merkte ik dat ik anders liep dan normaal. Ik wilde de mensen die mij zo verwachtingsvol bestudeerden niet teleurstellen.

Ik strekte mijn rug recht en dacht aan het woord schrijden en hoe ik nooit precies heb begrepen hoe schrijden eruit ziet, maar misschien zoals ik nu liep.

Toen ik geslaagd en wel terugkwam om mijn jas te halen vroeg niemand naar mijn resultaat, in plaats daarvan keken ze me nieuwsgierig aan. Ik was een exotische bezienswaardigheid geworden en ver verwijderd van de rest van de groep.

Snel sloop ik naar de uitgang, achter mij werd gefluisterd, iets over adel en de koning en ik maakte dat ik wegkwam.

We hebben inmiddels genoeg seizoenen 'Hoe heurt het eigenlijk' gezien om te weten dat de adel in Nederland niet meer is wat ze geweest is. De titels zijn waardeloos geworden, de landhuizen in eeuwige bruikleen gegeven, baronessen trouwen tegenwoordig met burgers en busladingen graven en jonkheren werken vandaag de dag gewoon bij de Belastingdienst.

En toch. Wat me bij het CBR gebeurde is me daarna nog veel vaker gebeurd, ik word regelmatig gevraagd hoeveel kastelen wij bezitten en bij etentjes vragen mensen aan mij hoe ze hun bestek moeten vasthouden.

Een adellijke titel schept nog altijd verwachtingen. Dat ligt deels aan de adelborsten zelf, die de verwachtingen in stand houden omdat het simpelweg altijd prettig is aan verwachtingen te voldoen. Dus komen ze bij elkaar om adellijke dingen te doen zoals kleiduiven schieten en walsen, dansen en schrijden ze onhandig door een CBR kantoor zich afvragend hoe dat eigenlijk moet, adellijk lopen, adellijk zijn. Negen van de tien keer doen we maar wat.

Natuurlijk, we doen allemaal maar wat. En dat is waarschijnlijk de reden dat veel mensen zo bovenmatig geïnteresseerd zijn in mensen met titels. Omdat ze denken dat die niet zomaar wat doen, dat mensen van adel van het zeldzame soort zijn dat voor alles regels en codes heeft. We zeggen geen 'eet smakelijk' en al helemaal geen toilet, we praten niet over geld, hebben het liefst bestuurlijke functies en kopen geen antiek, want dat erven we.

Aan m'n hoela ja. Het was misschien van toepassing op onze grootouders maar ik wil altijd weten wat iemand verdient en vraag daar zonder gene naar, ik krijg regelmatig 'eet smakelijk' naar mijn hoofd van meisjes met zegelringen en laatst hoorde ik mijn zus in een café vragen waar 'het toilet' was.

Jonkvrouw Pauw van Wieldrecht, die in de jaren zeventig bekend werd met haar boeken over de taal en leefwijze van de adel, vertrouwde mij ooit toe dat ze tot in de jaren tachtig feilloos kon horen wie er wel en wie er niet van 'het boekje' was, maar dat ze de draad ergens halverwege dat woeste decennium was kwijtgeraakt. Sinds 1985, zei ze, loopt alles door elkaar.

Hoe komt het dan dat het idee van de adel als uitzonderlijke groep nog altijd leeft? Wat verschaft de adel nu nog de air van exclusiviteit? In interviews heb ik mezelf daar de raarste antwoorden op horen geven. Vaak zei ik dat ik 'iets' herken als ik met mensen van adel ben. Wat dat 'iets' dan was? Dat wist ik nooit goed te benoemen. Een gevoel, een verstandhouding, gedeelde geschiedenis, geen idee.

Laatst bekeek ik een oude aflevering van het programma 'Boeken' waarin Umberto Eco te gast was bij Wim Brands om het over zijn nieuwe roman te hebben. Ik herinnerde me dat Eco daarin iets moois zei over het maken van lijstjes en ik wilde daar iets over schrijven. Ik vond het citaat al snel terug: Lijstjes zijn een poging grip te krijgen op de oneindigheid. Maar daarna zei hij iets anders wat me plotseling trof als het antwoord op de adel vraag.

'Het grootste geheim is geen geheim', zei filosoof Georg Simmel. Geheimen, legde Eco uit, hebben een grote aantrekkingskracht. Elk mens wil delen in een geheim want een geheim is onbeheersbaar en mensen hebben nu eenmaal de drang de dingen te beheersen. Als ze vermoeden dat er een geheim bestaat betekent het dat er een wereld is die voor hen verborgen blijft en een groep (de groep die het geheim kent) die hen buitensluit. Niemand wil buitengesloten worden.

Een geheim dat geen geheim is blijft altijd geheim want het bestaat niet en is dus niet te doorgronden. Maar zolang het zijn ware aard niet prijsgeeft blijven buitenstaanders dat wel proberen. En hoe moeilijker ze erbij komen, hoe groter de aantrekkingskracht.

Het 'iets' dat ik voel als ik me in adellijke kringen begeef heeft weinig te maken met de juiste taal, de zegelring of stapels antiek. Het is vager dan dat, onbenoembaar en het zou zomaar het geheim kunnen zijn waar Eco het over had. Het grote 'geheim dat geen geheim is' dat ons bij elkaar houdt in een tijd waarin we verder nauwelijks nog iets delen. Het geheim dat ons insluit in een wereld die voor anderen ontoegankelijk is. Omdat die wereld niet bestaat en alleen wij weten dat, maar dat geven we natuurlijk nooit toe, want dan zijn we ons geheim kwijt.

Dat Marjolijn van Heemstra van adel is, schept verwachtingen. Maar wat is toch het Grote Geheim dat de adellijken bij elkaar houdt?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden