Review

Metzmacher kiest voor het engagement op zijn verjaardag

ZaterdagMatinee, 10/11, Concertgebouw Amsterdam. Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor en leden van Rundfunkchor Berlin olv Ingo Metzmacher. Klaus Maria Brandauer (spreekstem) en Marlis Petersen (sopraan). Werk van Beethoven en Henze. Uitzending Radio 4: di 13/11, 20.00 uur

Op zijn vijftigste verjaardag dirigeerde Ingo Metzmacher zaterdag in het Concertgebouw het Radio Filharmonisch Orkest in een programma met de complete toneelmuziek van Beethovens ’Egmont’, plus de Negende symfonie van Hans Werner Henze. Dat van die verjaardag was in een inleiding verteld, wat resulteerde in een ’lang zal die leven’ van een deel van het publiek.

Echt wat voor Metzmacher om op zijn verjaardag deze twee op literatuur gebaseerde werken over onderdrukking, vrijheidsstrijd en gerechtigheid ten gehore te brengen. Beethovens werk over de Nederlander Egmont (naar Goethe), die streed tegen de Spanjaarden. Henze over ontsnapten uit een concentratiekamp, naar een boek van Anna Seghers.

’Bekentenismuziek’ noemde Metzmacher dit genre in zijn boek ’Wie is er bang voor nieuwe klanken’. Muziek bedoeld voor een betere wereld. In Henze’s Negende is dat niet de naïeve wereld van Beethovens Negende maar eerder het nazi-Duitsland uit Henze’s jeugd.

Henze heeft zijn politieke engagement nooit verborgen: ’Das Floss der Medusa’ droeg hij op aan Che Guevara, liedcyclus ’El Cimarrón’ gaat over een weggelopen slaaf. Het element van vluchten was een autobiografisch element in Henze’s eigen leven: hij ontvluchtte teleurgesteld het naoorlogse Duitsland in een zelfverkozen Italiaans ballingschap.

Net zoals Beethovens Negende is Henze’s symfonie een koorsymfonie. Eentje waarin het koor voornamelijk het verhaal van de vluchteling vertelt en waarin Henze het orkest vaak beeldend gebruikt. In het deel ’Bericht der Verfolger’ klonk het slagwerk als een ouderwetse typmachine; op de woorden ratelen, fluiten en hartslagen hoorde je de onderstreping door de orkestmusici; in het deel ’Bei den Toten’ gierde de wind indrukwekkend uit de kelen van het koor. Mooi sereen was het koraal door het hoornkwartet in het hoopgevende slotdeel ’Die Rettung’.

Het is interessant dat Henze’s afrekening met het Duitsland van zijn jeugd in het geval van Metzmacher weer actueel werd door zijn uitvoeringen van muziek van de ’foute’ Pfitzner. De controverse die Metzmacher daar in zijn land mee veroorzaakte als nieuwe chef van het Deutsches Sinfonie Orchester Berlin noopt hem tot het schrijven van een essay over ’het Duitse in de muziek’ (zie www.ingometzmacher.com).

Te Duits expressionistisch was in ieder geval de oubollige aanpak van de toneelmuziek van Beethovens ’Egmont’. Acteur Klaus Maria Brandauer maakte een eigen versie vol! met! uitroeptekens! van de versterkte spreekteksten, vaak niet al te fijnzinnig door de muziek geschreeuwd. Sopraan Marlis Petersen baarde geen opzien, Metzmacher gaf zijn weke Egmont weinig reliëf en scherpte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden